Datasheet

NEDERLANDS
Luchtverliezen vanwege geopende toe-
gangsdeurtjes, leidingen of onderdelen
die slecht gemaakt of slecht geïnstalleerd
zijn, niet volledig gesloten by-passklep-
pen.
De installatie controleren en de onderdelen die niet con-
form zijn vervangen.
9.5 Druk onvoldoende. Draaisnelheid onvoldoende.
Draairichting omgekeerd.
Luchtverplaatsing groter dan de ontwerp-
waarde door onjuiste dimensionering van
het circuit en/of door een andere lucht-
temperatuur dan waar bij het ontwerpen
van het circuit rekening mee gehouden is.
Waaier beschadigd
Zie par. 9.3.
Zie par. 9.3.
De overbrengingsverhoudingen veranderen en/of de ven-
tilator vervangen, het circuit vervangen of aanpassen.
De waaier controleren en indien nodig vervangen door
een origineel reserveonderdeel.
9.6 Luchtpulsaties. Ventilator die in de buurt van de omstan-
digheden waarin de luchtverplaatsing
nihil is werkt.
Stroming instabiel, verstopping of een
slechte aansluiting aan de aanzuigzijde
waardoor instabiele omstandigheden
voor de luchtinlaat gecreëerd worden
(wervelingen).
Afwisselend verwijderen en opnieuw na-
deren van de stroom ten opzichte van de
wanden van een divergerend kanaal.
Het circuit veranderen en/of de ventilator vervangen.
De aanzuigzijde aanpassen door middel van het plaatsen
van scheidingsschotten, schoonmaken en/of herstel van
de aanzuiging.
Het circuit aanpassen en/of de ventilator vervangen.
9.7 Daling van de
prestaties na een
aanvaardbare wer-
kingsperiode.
Lekken in het circuit vóór en/of na de
ventilator.
Waaier beschadigd.
Het circuit controleren en de oorspronkelijke omstandi-
gheden herstellen.
De waaier controleren en indien nodig vervangen door
een origineel reserveonderdeel.
9.8 Teveel lawaai.
Over het algemeen
maken alle ventila-
toren lawaai, maar
dit is zorgwekkend
als dit op een
onaanvaardbaar
niveau is. Dit kan
geïdentificeerd
worden als lawaai
dat te wijten is aan
de lucht, mechani-
sche onderdelen,
elektrische ruis of
een combinatie
van deze factoren.
Terwijl het lawaai
door de lucht toe
kan nemen door
verstoppingen dicht
bij de aanzuigzijde
of de perszijde van
de ventilator, is
teveel lawaai vaak
te wijten aan een
verkeerde keuze of
installatie van de
ventilator.
Te hoog aantal toeren om de gewenste
prestaties te verkrijgen.
Schuren van de waaier tegen het huis.
Slijtage van de lagers.
Excentriciteit tussen rotor en stator.
Trillingen in de wikkeling.
Plaatsing op weerkaatsende plaats.
Geluiddichte kasten en/of geluiddempers gebruiken. De
ventilator door een model met grotere afmetingen bij geli-
jkheid van prestaties of met een kleinere omtreksnelheid
vervangen.
De montagezetting van de waaier en de leidingen contro-
leren, indien nodig op de juiste manier herstellen.
De staat van de lagers controleren; indien nodig smeren
of vervangen door hetzelfde type als het origineel.
De coaxialiteit controleren; indien nodig herstellen of de
elektromotor door een geschikt type vervangen.
Kunnen verminderd worden met motoren van betere
kwaliteit.
De ventilator verplaatsen of geluiddichte kasten gebrui-
ken.
9.9 Overmatige trillin-
gen
Onbalans van de roterende delen.
Steunconstructie niet geschikt: Heeft
een natuurlijke frequentie die in de buurt
komt van die van de draaisnelheid van de
ventilator.
Schroefverbindingen losgeraakt.
Lagers defect.
Controleren of de waaier in balans is; dit indien nodig
herstellenzoalsblijktuitdeingraek1vermeldewaar
den. De uitlijning van de overbrenging of de balans van
de poelies controleren. De rechtlijnigheid van de assen
controleren.
Versterken en/of de natuurlijke frequentie van de steun-
constructie met gewichten wijzigen.
De bouten en moeren aandraaien.
De mate van slijtage van de lagers controleren (met name
van de dichte lagers) en de smering controleren.
Pag. 72