Datasheet

NEDERLANDS
8. VERWIJDERING
Op het moment dat de ventilator zijn levensduur beëindigd heeft, moet de eindgebruiker of iemand in zijn plaats zorgen voor de
verwijdering ervan. Op het moment dat dit gedaan wordt moeten er enkele belangrijke handelingen verricht worden:
• deelektrischeonderdelenmoetengescheidenwordenvandemechanischeonderdelen
• desmeermiddelenmoetenafgetaptworden
• deverschillendematerialenbijv.plastic,staal,koperenz.moetengescheidenworden
Alle materialen moeten gescheiden weggegooid worden. Het afval moet naar speciale afvalverwerkingsplaatsen (afvalinzamel-
punten, vuilstortplaatsen enz.) gebracht worden en mag niet zomaar weggegooid worden.
9. STORINGEN
Vergeet niet dat als een luchtbehandelingsinstallatie niet deugdelijk functioneert, dit aan meerdere oorzaken te wijten kan zijn.
Deze oorzaken moeten allemaal vastgesteld worden en systematisch opgelost worden.
Enkele mogelijke luchttechnische storingen, oorzaken en remedies die toegepast kunnen worden:
9.1 Moeizame start. Weinig voedingsspanning.
Aanloopkoppel van de motor onvoldoen-
de.
Type zekeringen niet geschikt voor star-
tomstandigheden.
Beoordeling van de inertie van de ventila-
tor en de onderdelen van de aandrijving
niet geschikt.
Te grote vermogensopname.
De gegevens op het typeplaatje van de motor controleren.
De kleppen sluiten totdat de volle snelheid bereikt wordt
(geldt niet voor de helicoïdale ventilatoren). Indien nodig
de motor door een krachtigere motor vervangen.
Zorgen voor vervanging.
De inertiewaarden opnieuw berekenen en indien nodig de
ventilator uitrusten met een nieuwe aandrijving.
Zie par. 9.2.
9.2 Opgenomen ver-
mogen meer dan
het vermogen dat
ophetidentifica
tieplaatje en/of het
typeplaatje van de
motor aangegeven
is.
Te hoge draaisnelheid.
Grotere luchtdichtheid dan de ontwerpge-
gevens.
De ventilator werkt op teveel druk.
De motor draait onder de normale draai-
snelheid.
De motor en/of de poelies vervangen en/of de installatie
aanpassen.
Als hiervoor.
De installatie aanpassen of het type ventilator vervangen.
De voedingsspanning controleren en indien nodig corrige-
ren. Nagaan of de wikkeling gebreken vertoont en indien
nodig repareren of vervangen.
9 . 3 Luchtverplaatsing
onvoldoende.
Op de nominale
draaisnelheid gaat
dit gepaard met
een verminderde
vermogensopna-
me, met name
bij centrifugale
ventilatoren
met voorwaarts
gebogen
schoepen of met
radiale uitlaat.
De vermogens-
opname wordt
minder beïnvloed
bij centrifugale
ventilatoren met
achterwaarts
gebogen
schoepen.
Leidingen verstopt en/of aanzuigpunten
afgesloten.
Draaisnelheid onvoldoende.
Werkdruk hoger dan de ontwerpdruk.
Waaier verstopt.
Draairichting omgekeerd.
Filter overbelast.
Turbulentie aan de aanzuigzijde in dezel-
fde draairichting als de waaier.
Veranderingen van doorsnede, bruuske
bochten of bochten dichtbij elkaar, plot-
selinge verwijdingen of bochten die het
normale herstel van de dynamische druk
aan de perszijde niet toestaan.
Leidingen en kappen schoonmaken, positie van de klep-
pen controleren.
De voedingsspanning controleren en de aansluiting van
de klemmen van de motor controleren; de overbren-
gingsverhouding controleren en indien nodig corrigeren.
Controleren of de riemen niet slippen; indien nodig de
juiste spanning herstellen.
Ontwerpfout; de motor en/of de poelies vervangen, het
circuit vervangen en/of aanpassen.
De waaier schoonmaken.
De elektrische aansluiting controleren. De aansluiting
van de wikkelingen op de klemmenplaat van de motoren
controleren.
Hetfilterreinigenofvervangen.
Stroomrichters installeren.
Ontwerpfout; het circuit veranderen of vervangen.
9.4 Luchtverplaatsing
te groot. Op de
nominale draai-
snelheid veroor-
zaakt dit een te
grote opname bij
de ventilatoren met
voorwaarts gebo-
gen schoepen en
met schoepen met
radiale uitlaat.
Draaisnelheid te hoog.
Schatting van de drukverliezen in het
circuit te hoog.
Draairichting van de waaier onjuist.
De voedingsspanning controleren; indien nodig corri-
geren. De overbrengingsverhouding controleren; indien
nodig corrigeren.
De kleppen smoren en/of de snelheid vertragen totdat de
gewenste prestatie verkregen wordt.
De draairichting controleren. Een waaier met achterwa-
arts gebogen, gebogen of vlakke schoepen die in de om
geke erde draairichting functioneert gedraagt zich alsof de
schoepen voorwaarts gebogen zijn en levert dus een te
grote luchtverplaatsing en neemt ook teveel vermogen op.
Indien nodig de juiste draairichting herstellen.
Pag. 71