Datasheet

NEDERLANDS
de kabelverbindingen en de voedingskabels moeten met het hieronder aangegeven koppel (Nm) aangedraaid worden.
Klem M 4 M 5 M 6 M 8 M 10 M 12 M 14 M 16
Staal 2 3,2 5 10 20 35 50 65
Messing 1 2 3 6 12 20 35 50
Doegeenonderlegringenenookgeenmoerentussendekabelverbindingenvandemotorendievandeingangskabel(figuur
hieronder)
LET OP: De installateur moet de elektrische aansluiting en de installatie van de ventilator volgens de toepassingsomge-
ving in overeenstemming met de geldende normen uitvoeren (IEC 606364). Thermische beveiligingen: Controleer het type
beveiligingdatgeïnstalleerdisalvorensdeaansluitingtotstandtebrengen;voordethermistoreniseenspeciaalontkoppelrelais
vereist.
LET OP: Om thermische beveiligingen te gebruiken moeten de nodige voorzieningen getroffen worden om de gevaren
die verbonden zijn met het plotseling opnieuw starten te voorkomen. Eventuele anticondensatieweerstanden (verwarmers)
moeten met aparte leidingen van stroom voorzien worden. Zij mogen niet van stroom voorzien worden terwijl de motor in werking
is. De motor mag niet aangesloten worden bij twijfels over de interpretatie van het aansluitschema of als dit schema ontbreekt; ga
in dit geval te rade bij de fabrikant. Alle toegepaste motoren zijn met rechtstreekse aandrijving op volle spanning of ster-driehoek
bij grotere vermogens dan 5,5 kW. In ieder geval geldt altijd het aansluitschema van de motor dat in de klemmenkast van de motor
aangebracht is.
STARTEN
HANDELINGEN DIE VÓÓR HET STARTEN VERRICHT MOETEN WORDEN:
Controleren of alle bouten en moeren aangedraaid zijn (met speciale aandacht voor de borgschroeven van de waaier aan de as,
van de motor en de steunen) en de uitlijning controleren.
Controleren of de ventilator vrijuit draait door hem met de hand te draaien.
Controleren of eventuele kleppen of regelaars van de luchtverplaatsing in de geopende stand staan bij de helicoïdale ventilatoren
en in de gesloten stand bij de centrifugale ventilatoren. Tijdens het starten voorkomt deze handeling gevaarlijke overbelasting
voor de motor.
De smering van de draaiende delen controleren.
In geval van ventilatoren met riemaandrijving de spanning van de riemen controleren, zoals aangegeven op het technische ge-
gevensblad.
De isolatieweerstand tussen de wikkelingen en naar de massa controleren, die bij de wikkeling op 25°C groter moet zijn dan 10
MΩ.Lagerewaardenzijnnormaaleentekendatervochtindewikkelingenis.Indatgevalmoetendewikkelingengedroogdwor
den door zich tot een gespecialiseerd bedrijf te wenden.
LET OP: Raak de klemmen tijdens en na de meting niet aan omdat de klemmen onder spanning staan.
Noteer de draairichting van de waaier, die aangegeven wordt door een pijl (indien aanwezig) op de schoepen van de waaier of
op de ventilator.
De installateur moet ervoor zorgen dat de machine uitgerust wordt met de nodige start-/stopbedieningsorganen, noodstop en
reset na een noodstop met inachtneming van de geldende normen (EN 60204-1, EN 1037, EN 1088, EN 953).
LET OP: De constructie van de ventilator moet geaard worden en bovendien moet de potentiaalvereffening van de ma-
chine op de verschillende onderdelen gecontroleerd worden.
De installateur moet de ventilator op het aardingscircuit van de installatie aansluiten en de werkelijke potentiaalvereffening van
alle onderdelen ervan controleren alvorens de machine in werking te stellen.
HANDELINGEN DIE NA HET STARTEN VERRICHT MOETEN WORDEN:
Controleren of de draairichting overeenstemt met de richting die door de pijl aangegeven wordt.
Controlerenofdeopgenomenstroomnietmeerbedraagtdandestroomdieophetidentificatieplaatjevanhetproducten/ofhet
typeplaatje van de motor staat. Om een betrouwbaar gegeven te hebben moet rekening gehouden worden met een redelijke
stabilisatietijd.Bijdester/driehoekaansluitingmoetdievóórdeschakelaarafgelezenworden;alsditnietmogelijkismoetde
fasestroom op één willekeurige van de zes geleiders naar de klemmenplaat opgemeten worden en moet deze waarde met 1,73
vermenigvuldigd worden. Achtereenvolgend starten van de motor moet vermeden worden; dit leidt tot continue overbelasting wa-
ardoor de elektrische onderdelen oververhit raken. Alvorens de motor weer te starten moet u hem eerst voldoende laten afkoelen.
De temperaturen van de lagers na de eerste werkingsuren controleren, aangezien deze het meest kritiek zijn. Als het nodig is de
werking stoppen en pas weer starten als de omgevingstemperatuur bereikt is. Daarna controleren of de temperatuur lager is dan
die voorheen vastgesteld is. Met een trillingsmeter controleren of de trillingen niet overmatig zijn door de paragraaf hieronder te
lezen. Na een paar werkingsuren controleren of de bouten en moeren niet losgeraakt zijn door de trillingen
BALANCEREN VAN DE WAAIER EN TRILLINGSMETINGEN
AllewaaiersdieopdeventilatorengemonteerdzijnwordengebalanceerdzoalsbepaalddoordenormISO14694“Industrialfans
Specificationsforbalancequalityandvibrationlevels”endenormISO19401.
Het trillingsniveau van de ventilatoren wordt vervolgens altijd getest volgens datgene wat door de norm ISO 14694 bepaald
wordt.
Pag. 68