Datasheet

NEDERLANDS
Er wordt geadviseerd om de ventilator met verbindingen die de trillingen die eigen zijn aan de ventilator dempen op de installatie
aan te sluiten. De ventilator moet met schroeven met een geschikte diameter en met het juiste aanhaalkoppel in alle voorziene
bevestigingsgaten stevig vastgemaakt worden.
LET OP: Als de toegang tot de openingen (bewegende draaiende onderdelen) niet op een luchtkanaal aangesloten is en
niet op een andere manier afgeschermd is moet er een beschermrooster aangebracht worden volgens de norm EN ISO
12499 en latere wijzigingen en aanvullingen daarop (toebehoren dat op aanvraag leverbaar is).
LET OP: De perszijde van de ventilator mag NIET uitstromen op plaatsen waar personen of dieren aanwezig kunnen zijn
om te voorkomen dat voorwerpen of vuil ook van kleine afmetingen op harde snelheid weggeslingerd kunnen worden
en letsel kunnen veroorzaken.
Om een goede werking van de ventilator te waarborgen wordt geadviseerd om enkele afstanden aan te houden, zoals 1,5 keer
de diameter van de waaier voor de afstand van een wand voor aanzuigingen met vrije opening, 2,5 keer de diameter van de
waaier voor de afstand van de eerste bocht van de opening van de ventilator; hetzelfde geldt voor luchtkanalen aan de pers- of
aanzuigzijde. Er wordt op gewezen dat het bij bochten raadzaam is om een minimum inwendige buigradius aan te houden die
hetzelfde is als de diameter van de pijp. Door de installateur en/of de eindgebruiker moeten geschikte ventilatievoorzieningen voor
de motor gemaakt worden als het niet mogelijk is om een geschikte warmtewisseling te waarborgen, zoals in geval van langdurige
stilstanden, met de motor op hoge temperaturen of in geval van gebruik met frequentieregelaars. Bij gebrek aan geschikte koeling
van de motor worden de eigenschappen van de motor aangetast, als gevolg waarvan er defecten kunnen ontstaan en in dit geval
vervalt de garantie van de fabrikant en de garantie van de motorfabrikant.
LET OP: Alle afschermingen moeten in stand gehouden worden; het eventueel verwijderen van enkele daarvan kan ook
als de machine stil staat de oorzaak zijn van gevaar.
LET OP: De minimum installatieafstanden moeten in acht genomen worden; tijdens het onderhoud kunnen beperkte
ruimten de oorzaak zijn van gevaar en ongemak.
VERBOD OM HET APPARAAT IN WERKING TE STELLEN ZONDER DAT GECONTROLEERD IS OF HET APPARAAT IN
GOEDE STAAT IS.
Alvorens met de installatiewerkzaamheden te beginnen moet gecontroleerd worden of het apparaat in een veilige toestand ver-
keert en moet het apparaat eventueel in een veilige toestand gebracht worden. De ventilator moet met voldoende ruimte erom
heen geïnstalleerd worden om de normale werkzaamheden te kunnen uitvoeren om de ventilator te monteren, te demonteren,
schoon te maken en te onderhouden.
Voor wat betreft de installatie gelden enkele fundamentele criteria die in acht genomen moeten worden:
Vlakheid en stevigheid van de ondergrond die geschikt is om de statische en dynamische belasting en de typerende frequen-•
tie van de ventilator te verdragen. Als de typerende frequentie van de ventilator overeenstemt met de natuurlijke frequentie
van de steun reageren deze twee synchroon en ontstaat er in dit geval een resonantietoestand: het bereik van de oscillatie
blijft toenemen neigend naar het oneindige en de constructie wordt onderworpen aan vervormingen die gaandeweg toene-
men. In dit geval moet de steun van de ventilator gewijzigd worden zodat de natuurlijke frequentie ervan veranderd wordt.
Soms ontstaat er een resonantietoestand alleen tijdens de overgangen, d.w.z. tijdens de start- of stopfase van de machines.
De resonantie moet voorzover mogelijk altijd vermeden worden. Bij industriële ventilatoren op hoge snelheid wordt geadvise-
erd om ondervloeren van gewapend beton toe te passen.
Indien nodig moeten er tussen de ventilator en de verbindingen ervan (vloer en leidingen) trillingsdempende elementen toe-•
gepast worden (trillingsdempende steunen die naar behoren gedimensioneerd zijn en trillingsdempende verbindingen). De
steunen mogen niet volledig ingedrukt worden en moeten een basisframe in plaats van de losse elementen van de ventilator
ondersteunen. Het is in ieder geval raadzaam om voor de keuze ervan te rade te gaan bij de fabrikant. In bijna alle gevallen
worden de ventilatoren voorgemonteerd geleverd en is het dus vóór de installatie voldoende om de spanning van eventuele
riemen, de staat van de lagers, de waterpas stand van de ventilator en in het algemeen van alle onderdelen te controleren.
Indien de ventilator om transportredenen gedemonteerd verzonden wordt zal de fabrikant alle nodige aanwijzingen voor de
juiste montage bijvoegen, die in ieder geval door vakbekwaam personeel uitgevoerd moet worden. Het ontwerp en het tot
stand brengen van de aansluiting tussen de ventilator en het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een vakbekwame
elektricien. Vanaf 5,5 kW en daarboven moet altijd een aanloop via ster-driehoek of inverter of een ander type geleidelijke
aanloop voorzien worden Het wordt geadviseerd om een smoorklep in de installatie op te nemen om de opname tijdens de
aanloop te verminderen. De ventilatoren kunnen aanlooptijden hebben die ook erg lang kunnen zijn en opnamepieken die
gelijkzijnaandemaximalevermenigvuldigingvandeampèresdieophettypeplaatjevandeelektromotorstaan;dehele
elektrische installatie moet dus op basis van de tijden en de opname tijdens de aanloop gedimensioneerd worden.
ELEKTRISCHE AANSLUITING
LET OP: De elektrische aansluiting moet door vakbekwaam personeel tot stand gebracht worden.
Er moet gecontroleerd worden of de gegevens van de elektrische spanning die op het typeplaatje van de motor staan overeen-
stemmen met de gegevens van de aansluitleiding. Voor de aansluiting van de motor wordt verwezen naar het schema dat in de
klemmenkast aangebracht is. De gebruiker moet de ventilator aarden: een deugdelijke aarding van de motor en de aangestuurde
machine vermijdt spanningen en parasitaire stromen in de lagers. Het is raadzaam dat de motoren die bestuurd worden door mid-
del van een elektrische frequentieregelaar (inverter) uitgerust zijn met beveiligingsthermistoren PTC tegen te hoge temperaturen
van de motor. Het gebruik van elektrische frequentieregelaars kan tot toename van de trillingen en het geluid leiden.
LET OP: Indien de ventilator op afstand van een schakelbord en/of een bedieningspunt geïnstalleerd is, is het verplicht
om een multipolaire bedrijfsschakelaar in de onmiddellijke nabijheid van de ventilator te plaatsen (toebehoren op aanvra-
ag leverbaar). Tijdens de gewone onderhoudswerkzaamheden kan het namelijk nodig zijn om de afschermingen van de ventilator
te verwijderen. Gezien het gevaar dat deze situatie met zich meebrengt is het noodzakelijk om in overeenstemming met de norm
EN ISO 12499 inzake de mechanische veiligheid van ventilatoren een schakelaar in de buurt van de ventilator te monteren om
het onderhoudspersoneel de mogelijkheid te geven rechtstreekse controle over de stroomvoorziening van de ventilator te hebben.
Kies het beveiligingssysteem en de voedingskabels (de spanningsdaling tijdens het starten moet minder zijn dan 3%) afhankelijk
van de eigenschappen die op het typeplaatje van de motor vermeld zijn. Voor de series voor het verdrijven van rook en hitte in ge-
val van brand is een elektrische veiligheidsinstallatie nodig met automatische en zelfstandige inschakeling in geval van brand. De
aansluiting moet volgens het schema op het plaatje of in de klemmenkast tot stand gebracht worden. De moeren van de klemmen,
Pag. 67