Datasheet
NEDERLANDS
De handen of andere lichaamsdelen niet in de buurt van bewegende onderdelen erin steken.•
De handen of andere lichaamsdelen niet achter de afschermingen erin steken.•
De afschermingen niet verwijderen, omzeilen of wijzigen.•
Eventuele controlesystemen niet verwijderen, omzeilen of wijzigen.•
De ventilator niet in andere omgevingen gebruiken dan voorzien.•
Het is verboden voor onbevoegden om werkzaamheden van welke aard dan ook aan de ventilator uit te voeren.•
Alvorens de ventilator na werkzaamheden waarvoor het noodzakelijk was om de afschermingen te verwijderen weer te star-•
ten, moeten eerst de afschermingen weer aangebracht worden.
Alle afschermingen moeten in perfecte staat gehouden worden.•
Alle veiligheids- en indicatieplaatjes die op de ventilator aangebracht zijn moeten in goede staat gehouden worden.•
Alle aandrijvingen of stelschroeven moeten goed vastgezet worden.•
Het personeel dat werkzaamheden van welke aard dan ook aan de ventilator uitvoert moet gebruik maken van de nodige •
persoonlijke beschermingsmiddelen.
Er mogen geen kleren gedragen worden die in de weg zitten.•
De ventilatoren die bestemd zijn voor het verplaatsen van vloeistoffen op hoge temperaturen mogen niet met de handen •
aangeraakt worden.
RISICO’SDIEEIGENZIJNAANDEVENTILATOR
Meegetrokken worden door bewegende organen.•
Meegetrokken worden door de aanzuiging van de ventilator.•
Wegslingeren van een voorwerp dat via de perszijde in de ventilator terecht gekomen is.•
Gevaar van verbranding of brandwonden vanwege hoge temperatuur van de externe oppervlakken van de ventilator.•
Gevaar van defecten door: Teveel trillingen•
Te hoge snelheid
Te hoge temperatuur
RISICO’STIJDENSHETONDERHOUD
Er moet gezorgd worden voor geprogrammeerd onderhoud om te voorkomen dat er na verloop van tijd structurele en mecha-•
nische beschadigingen kunnen optreden.
Tijdens het schoonmaken van de waaier kan er, ook als de stroom uitgeschakeld is, inertie zijn of kan de ventilator door •
natuurlijke stromingen of door lucht die afkomstig is van andere apparaten die op dezelfde installatie aangesloten zijn gaan
draaien: hieruit volgt een ernstig risico van afhakken en/of verstrikt raken. Daarom is het noodzakelijk om de waaier mecha-
nisch vast te zetten.
Het is streng verboden: - om aan de ventilator te werken als de ventilator in werking is
- om de afschermingen te verwijderen als de ventilator in werking is
- om aan de ventilator te werken zonder dat de stroom uitgeschakeld is.
GELUIDSNIVEAU
De geluidswaarden van de ventilatoren zijn uitgedrukt in dB(A) en zijn vermeld op het (bijgevoegde) technische gegevensblad.
LET OP: Het kan gebeuren dat de gebruiker andere waarden vaststelt dan aangegeven is, dit is afhankelijk van de om-
geving waar de ventilator geplaatst is. Het wordt altijd aangeraden om de ventilator met steunen en trillingsdempers van de
grond en het luchtkanaal te isoleren en indien nodig doeltreffende geluidsisolerende systemen toe te passen om de gezondheid
van het personeel te beschermen. De gebruiker en de werkgever moeten de wettelijke voorschriften op het gebied van bescher-
ming tegen dagelijkse persoonlijke blootstelling van het personeel aan geluid in acht nemen (volgens de geldende Europese en
landelijke voorschriften) en eventueel het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven (gehoorbeschermers
enz.) al naargelang het totale geluidsdrukniveau dat op de betreffende werkplek aanwezig is en het dagelijkse persoonlijke blo-
otstellingsniveau van de medewerkers.
GEVAREN VAN MECHANISCHE AARD
Er zijn geen gevaren van mechanische aard. De ventilator is mechanisch afgeschermd met vaste of losse afschermingen op de
verschillende draaiende organen op basis van de normen UNI 10615.
De materiaalin- en uitlaatopeningen worden afgeschermd door de installateur of er wordt een rooster op aangebracht waardoor
verhinderd wordt dat de bewegende delen bereikbaar zijn of er wordt een andere voorziening gemaakt. In ieder geval is de ge-
bruiker om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, nadat de machine in een veilige toestand is gebracht, verplicht om gebruik
te maken van enkele persoonlijke beschermingsmiddelen. Het is verboden om de ventilator uit te schakelen voordat de vloeistof
die erin zit een lagere temperatuur dan 60°C bereikt heeft om te voorkomen dat de motor of het lagerblok door de overmatige
hitte beschadigd wordt. Als het niet mogelijk is om deze temperatuur te garanderen moeten er externe koelsystemen geïnstalleerd
worden. Als de temperatuur aan de binnenzijde van de ventilator tijdens een stilstandperiode van de ventilator stijgt, is het noo-
dzakelijk dat de gebruiker met eigen middelen de waarden weer beneden de 60°C brengt alvorens de ventilator weer te starten.
Alvorens de ventilator te starten moet gecontroleerd worden of alle afschermingen op de juiste manier aangebracht zijn. Het
inspectiedeurtje mag alleen met speciaal gereedschap verwijderd worden en alleen als de ventilator stilstaat.
De onderhoudswerkzaamheden moeten op een uiterst veilige manier uitgevoerd worden door de ventilator van de drijfkracht te
isoleren. De fabrikant kan op geen enkele wijze aansprakelijk gesteld worden voor letsel aan personen of schade aan voorwerpen
die de wijten is aan het ontbreken van dergelijke veiligheidsvoorzieningen, als hier bij de bestelling niet uitdrukkelijk door de klant
om gevraagd is.
4. TRANSPORT, ONTVANGST EN OPSLAG
TRANSPORT
Alle ventilatoren worden verpakt in kartonnen dozen of bevestigd op pallets om het verplaatsen ervan te vergemakkelijken. De
fabrikant is alleen verantwoordelijk tot het moment waarop de ventilator geladen wordt. Het transport moet op een veilig veilige
Pag. 65










