Operation Manual
Draad diagram
Aanpassing aan verschillend gastype
Vervanging van de gassproeiers
1. Verwijder de roosters.
2. Verwijder het bovenste gedeelte en de
gasontstekers.
3. Met een steeksleutel van 7 schroeft U de
gassproeiers los en verwijdert u ze. (Afb. 6), om ze
te vervangen door de sproeiers die
overeenstemmen met het type gas (zie Tabel 2).
4. Hermonteer de delen door dezelfde handelingen in
omgekeerde volgorde te verrichten.
5. Vervang het identificatieplaatje (geplaatst vlakbij de
gastoevoerpijp) door het plaatje dat overeenstemt
met het nieuwe gastype. Dit identificatieplaatje vindt
u in de verpakking van het inspuitstuk meegeleverd
met het toestel.
Regeling minimum gaspitten
1. Ontsteek de brander.
2. Breng de toets op de positie van de kleinste vlam.
3. Verwijder de toets.
4.Regel de bypass vijs met een dunne schroevendraaier
(afb.7). Bij het omschakelen van aardgas naar
butaangas dient de schroef volledig te worden
vastgedraaid tot er een kleine regelmatige vlam wordt
verkregen.
5. Controleer tenslotte of de gaspit niet uitdooft wanneer
de toest in een snel tempo van de miximale naar de
minimale stand wordt gedraaid
Indien de gasdruk verschillend is (of variabel) van de
gastruk die is voorzien, is het noodzakelijk een gepaste drukregelaar
op de toeveoerslang te plaatsen, conforma aan de normen.
afb.7
afb.6
7










