Datasheet

Datum herziening: 1-10-2016 Herziening: 0
Epoxy Resin ER2223, part B
Specifieke gevaren Containers kunnen met kracht barsten of ontploffen bij verhitting, als gevolg van overmatige
drukopbouw. Dit product is giftig. Ernstig bijtend (corrosief) gevaar. Water gebruikt voor
blussen van een brand, dat in contact is gekomen met het product, kan bijtend (corrosief) zijn.
Gevaarlijke
verbrandingsproducten
Producten van thermische ontleding of verbranding kunnen de volgende stoffen bevatten:
Zeer giftige of bijtende gassen of dampen.
5.3. Advies voor brandweerlieden
Beschermende maatregelen
bij bluswerkzaamheden
Vermijd inademen van rookgassen of dampen. Evacueren. Blijf bovenwinds om inademing
van gassen, dampen, smog en rook te vermijden. Koel aan hitte blootgestelde containers met
waterspray en verwijder ze uit het brandgebied als het zonder risico kan worden gedaan. Koel
aan vlammen blootgestelde containers tot ruim nadat het vuur is gedoofd. Indien een lozing of
lekkage niet is ontstoken, gebruik waternevel om dampen te verspreiden en personen te
beschermen die het lek moeten dichten. Vermijd lozing naar het aquatisch milieu. Beheers
weggestroomd water door het op te vangen en houdt het uit riolen en waterlopen. Bij kans op
waterverontreiniging de betreffende autoriteiten waarschuwen.
Speciale beschermde
uitrusting voor
brandweerlieden
Normale bescherming kan mogelijk niet veilig zijn. Draag chemicaliën bestendige
beschermende kleding. Draag overdruk persluchtapparatuur (SCBA) en toepasselijke
beschermende kleding. Brandweerkleding die voldoet aan de Europese norm EN469
(inclusief helmen, beschermende laarzen en handschoenen), biedt een basis
beschermingsniveau voor incidenten met chemische stoffen.
RUBRIEK 6: Maatregelen bij het accidenteel vrijkomen van de stof of het mengsel
6.1. Persoonlijke voorzorgsmaatregelen, beschermingsmiddelen en noodprocedures
Persoonlijke
voorzorgsmaatregelen
Er mag geen actie worden genomen zonder passende training of wanneer persoonlijk risico
aanwezig is. Houd niet noodzakelijk en onbeschermd personeel uit de buurt van gemorst
materiaal. Draag beschermende kleding als beschreven in Sectie 8 van dit
veiligheidsinformatieblad. Volg de voorzorgsmaatregelen voor veilig hanteren als beschreven
in dit veiligheidsinformatieblad. Was grondig na met een lekkage bezig te zijn geweest. Stel
zeker dat procedures en training voor noodontsmetting en verwijdering zijn geïmplementeerd.
Gemorst materiaal niet aanraken of er in lopen. Vermijd inademen van stofdeeltjes of
dampen. Gebruik geschikte adembescherming als de ventilatie niet adequaat is. Aanraking
met de ogen en de huid vermijden. Vermijdt contact met verontreinigde gereedschappen en
voorwerpen.
6.2. Milieuvoorzorgsmaatregelen
Milieuvoorzorgsmaatregelen Vermijd lozing op riolen of waterlopen of op de grond. Vermijd lozing naar het aquatisch
milieu. Grote hoeveelheden gelekte/gemorste stof. Informeer de betreffende autoriteiten
wanneer milieuvervuiling optreedt (riolering, waterwegen, bodem of lucht).
6.3. Insluitings- en reinigingsmethoden en -materiaal
4/
12