Operation Manual
Aankoppelen
De geopende koppeling wordt op de kogel van het
trekvoertuig geplaatst. Door de kogeldruk en eventuele extra
druk op de dissel sluit de koppeling automatisch, en de aan
de zijkant zittende beveiligingspallen (1) staan parallel
tegenover de beveiligingsvlakken aan het koppelingshuis.
1
Inschakelen van de stabiliseringsinrichting
Beweeg de bedieningshendel vanuit aangekoppelde stand
omlaag, tot hij niet verder kan. Hierdoor wordt het veerpakket
gespannen, zodat de remelementen op de kogelkoppeling
geperst worden. De bedieningshendel ligt nu ongeveer
parallel aan de dissel. Het is mogelijk om zonder
geactiveerde stabilisering te rijden, bijvoorbeeld bij het
rangeren.
Uitschakelen van de stabiliseringsinrichting
De bedieningshendel langzaam omhoog trekken om de
stabilisering uit te schakelen.
Ontkoppelen
De verlichtingskabel en de breekkabel losmaken, stabilisering
uitschakelen, bedieningshendel omhoog bewegen en
gelijktijdig doortrekken, zodat de vergrendelingspallen (1),
langs de vergrendelingsvlakken draaien en de
bedieningshendel in de geopende stand gebracht kan
worden. Met behulp van het neuswiel kan nu de aanhanger
van het trekvoertuig afgekoppeld worden.
Let op: Bij het afkoppelen moet de oploopinrichting
ontspannen zijn, dat wil zeggen dat de stofmof gestrekt is.
Bij het langer niet gebruiken van de aanhanger is het aan te
bevelen om de koppeling te sluiten, om dit te doen de
bedieningshendel helemaal omhoog bewegen en gelijktijdig
het beweegbare element met remvoering naar voren halen of
de safety ball in de koppelruimte drukken en de
bedieningshendel langzaam sluiten.
Controle van de stabiliseringsinrichting
Na het afkoppelen en het activeren van de
stabiliseringsinrichting kan de toestand van de
dempingelementen worden gecontroleerd. Op de
bedieningshendel is een verslijtmeter (2) met een +/-
gemarkeerde staafdiagram. In de fabriek wordt de koppeling
zo afgesteld, dat de in het sleufgat zichtbare stift bij nieuwe
remelementen naast + teken van de staafdiagram staat.
Diefstalbeveiliging
2
De stabilisatorkoppeling WS 3000 D-S/H-S/L-S kan door
middel van het koppelingsslot ROBSTOP WS 3000 in aan-
en afgekoppelde staat beveiligd worden.
Onderhoud
De koppelingskogel van Ø 50 mm. van het trekvoertuig
De kogel moet de juiste doorsnede hebben en onbeschadigd,
schoon en vetvrij zijn. Bij kogels met dracometcoating
(matzilveren corrosie bescherming) of geverfde kogels moet
de coating volledig verwijderd worden, zodat de coating niet
het oppervlak van de remelementen vervuilt. Het oppervlak
van de kogel laat de remelementen sneller slijten en een
vette kogel beïnvloedt de werking van de stabilisator sterk
negatief. Voor de reiniging kan wasbenzine of spiritus worden
gebruikt.
De koppeling
De binnenkant van de koppeling moet bij de remelementen
schoon en vetvrij worden gehouden. Bij vervuiling van de
remelementen kan het oppervlak met schuurpapier, korrel
6










