Operation Manual
Rolhor openen
• Maak de verbindingslip (4) van de rolhor(5) aan de
vergrendeling los zodat deze vrijkomt van de
eenhandbediening (5).
Openen HEKI II dakluik
6
7
8
9
Ontgrendel het dakluik door het knopje aan de
ontgrendelingshendel (2) in te drukken. Verdraai nu de
hendels. Druk vervolgens het dakluik omhoog met de
aluminium beugel (1). Dit is de hoogste stand. Kleinere
ventilatiestand mogelijk door de aluminium beugel in de twee
tegenoverliggende bevestigingspunten te leggen en af te
grendelen met de twee kleine zwarte knevels. De kleinste
ventilatie is mogelijk door de draaihendels (2) op
ventilatiestand te zetten.
Het dakluik moet onder het rijden altijd dicht staan.
Het ventilatierooster in het kozijn van het dakluik moet altijd
open blijven.
Dakluik met ventilator
Draai met knop (6) dakluik open. Keuzeschakelaar (9) op
blazen of zuigen zetten. De ventilator zal gaan werken op
stand 1-2 of 3 naar gelang uw keuze.
Let op: ventilator alleen aanzetten wanneer dakluik geopend
is!!
Op stand 3 ververst u zelfs 20 m
3
lucht per minuut!
Met rolgordijn (8) kunt u het luik verblinden.
6.4 Verwarming
Positie kachel
- In de kleerkast of schoorsteenhoek
Voor de inbedrijfstelling
• Controleer voordat de kachel voor het eerst wordt
aangestoken of de batterijen in het vak van de ontsteking (2)
nog in orde zijn.
Bediening
• Zet de kraan op de gasfles en de snelafsluiter in de
gasleiding open.
• Draai de knop (1) naar de thermostaatstand 1-10.
• Druk de bedieningsknop (1) zo ver mogelijk omlaag. In deze
stand verloopt de ontsteking automatisch totdat de vlam
brandt. De ontstekingsvonk is hoorbaar. Tijdens de
ontsteking knippert de controlelamp.
• Houd de knop (1) nog 10 seconden ingedrukt zodat de
thermische beveiliging reageert.
• Wanneer er lucht in de gasleiding zit, kan het maximaal één
minuut duren voordat het gas begint te stromen. Houd terwijl
de knop (1) ingedrukt totdat het gas vlamvat.
Wacht altijd minstens 2 min. alvorens de kachel weer aan te
steken. Anders dreigt explosiegevaar! Dit geldt ook wanneer
de brandende kachel is gedoofd en weer wordt aangestoken.
• Wanneer de vlam dooft, wordt nog voordat de thermische
beveiliging in werking treedt (na 30 sec.) het gas meteen
weer ontstoken.
• Wanneer de vlam niet begint te branden, knippert de
controlelamp
21










