Operation Manual
32
• Knoppen van gastoestellen die voor het aansteken moeten
worden ingedrukt, moeten na het loslaten vanzelf weer
terugveren.
Fornuizen of andere toestellen die hun verbrandingslucht aan
het interieur ontrekken, mogen nooit voor het verwarmen van
het voertuig worden gebruikt. Bij veronachtzaming van deze
regel bestaat acuut levensgevaar door zuurstofgebrek of door
een eventueel ontstaan van het reukloze koolmonoxide.
Rookgas
• Het rookgaskanaal moet aan de kachel en aan de
schoorsteen goed afsluiten en stevig vastzitten. Het kanaal
mag niet beschadigd zijn.
• De rookgassen moeten onbelemmerd naar buiten kunnen
stromen en de verse lucht moet onbelemmerd toe kunnen
treden. Daarom mag de onderrand van het voertuig niet met
flappen of door sneeuwwallen worden afgesloten. De
inlaatopeningen in de bodemplaat moeten vrij en schoon
worden gehouden.
Voor de ingebruikname
• De ventilatieroosters moeten vrij worden gehouden.
• Verwijder eventueel de sneeuw van de schoorsteen
• Maak de inlaatopening voor de verbrandingslucht in de
bodemplaat onder het voertuig vrij van vuil en eventueel
aangekoekte sneeuw. Anders kan het CO-gehalte van de
rookgassen ontoelaatbaar hoog oplopen.
• De veligheidsventilatieroosters mogen niet worden
afgesloten.
Lees de gebruiksaanwijzingen van de betreffende apparaten
grondig door.
8.2 Gasvoorziening
De caravan is uitgerust met een propaangasinstallatie. Hierop
zijn de volgende toestellen aangesloten:
- Fornuis
- Koelkast
- Kachel
- Boiler (indien aanwezig)
- Evt. accessoires
De gasflessenkast
In de gasflessenkast passen 2 propaanflessen van 11 kg.(1)
De gasflessen zijn middels een reduceerventiel met een
slang (2) op de gasleiding aangesloten. De flessen zitten vast
met riemen (3).
Belangrijk voor de gasflessenkast:
• Controleer voor vertrek altijd of de gasflessen goed vastzitten
• Sjor de loszittende riemen weer aan
• De druk in de slang van het reduceerventiel (2) mag niet
meer dan 30 mbar bedragen.
Gaskranen en ventielen
Met deze kranen kan de gastoevoer naar het betreffende
apparaat worden onderbroken. De kranen zijn van stickers
voorzien ter aanduiding van het bijbehorende apparaat.
Positie van de gaskranen
- Alle belangrijke gaskranen zitten in het keukenblok in het vak
aan de onderkant naast de koelkast
1
23










