Operation Manual
196
Optionele functie
1. Achteruitkijkcamera gebruiken
Als de optionele achteruitkijkcamera is gemonteerd, kan het achteruitzicht op het scherm
worden weergegeven.
● Vertrouw nooit alleen op de achteruitkijkcamera.
● Gebruik de camera als extra hulpmiddel om te controleren of er zich niets achter
het voertuig bevindt.
● Het beeld van de camera kan onscherp of onduidelijk worden door
regendruppels, enz.
● Kijk nooit alleen op het scherm terwijl u achteruit rijdt. Gebruik de
achteruitkijkspiegel en de zijspiegels om te controleren of er zich niets achter of
naast uw voertuig bevindt.
● Gebruik de achteruitkijkcamera niet in de volgende gevallen:
• Als er ijs of sneeuw op het wegdek ligt of als de weg glad is
• Als de achterbak open staat
• Bij gebruik van (sneeuw)kettingen of een reservewiel
• Op een helling of ongelijk wegdek
● Als de buitentemperatuur laag is, kan het beeld donker of vaag worden. Vooral
beelden van bewegende voorwerpen kunnen vervormd zijn, of zijn niet zichtbaar
op het scherm, en de bestuurder moet dan ook altijd zelf de veiligheid om het
voertuig heen controleren.










