Operation Manual
72
72
Overzicht van het navigatiesysteem
Bediening
■ Bediening van het kaartmenu
Positieaanduidingen op de kaart
● Huidige gps-positie: (Raadpleeg pagina 67)
● Geselecteerde locatie (cursor): (Raadpleeg pagina 68)
De volgende bedieningselementen helpen u de kaartweergave aan te passen zodat ze het
best past voor uw behoeften. De meeste van deze bedieningselementen verschijnen met één
aanraking van de kaart en verdwijnen weer als u ze enkele seconden niet gebruikt.
Actie Aanraakknop Beschrijving
De kaart bewegen met slepen
en neerzetten
Geen U kunt de kaart in alle richtingen bewegen:
blijf de kaart aanraken en beweeg uw vinger
in de richting waarin u de kaart wilt bewegen.
Als de gps-positie beschikbaar is en u hebt
de kaart bewogen, dan verschijnt de -
knop. Raak deze knop aan om terug te keren
naar de gps-positie.
Kaartbedieningsknoppen
openen/sluiten
Raak deze knop aan om de volgende
kaartbedieningsknoppen te tonen of te
verbergen:
● In-/uitzoomen
● Links/rechts roteren (alleen 3D-kaart)
● Omhoog/omlaag hellen (alleen 3D-kaart)
● Voorkeuzeknoppen voor zoom (alleen
2D-kaart)
● Voorkeuzeknoppen voor zoom en helling
(alleen 3D-kaart)
● Knop Terugkeren naar gps-positie
● Slimme zoomfunctie
In- en uitzoomen Hiermee verandert u hoeveel van de kaart
op het scherm te zien is.
Het navigatiesysteem maakt gebruikt van
hoogwaardige vectorkaarten die de kaart bij
verschillende zoomniveaus laten zien,
steeds met geoptimaliseerde inhoud.
Straatnamen en andere tekst worden altijd
weergegeven met dezelfde lettergrootte en
in de juiste richting. U kunt de weergave
beperken tot de noodzakelijke straten en
objecten.
Hoeveel u kunt zoomen verschilt bij de 2D-
en 3D-kaartweergave.










