User manual
4
1. Algemene veiligheidsinstructies.
Tijdens alle werkzaamheden aan elektrische installaties bestaat er levensgevaar door
elektrische schok!
De aansluiting van de buismotor op het net en alle werkzaamheden aan elektrische
installaties mogen uitsluitend door een erkende elektricien uitgevoerd worden.
Alle montage- en aansluitwerkzaamheden moeten in spanningsloze toestand uitgevoerd
worden.
Bij niet-naleving bestaat er levensgevaar!
De geharmoniseerde voorschriften voor installaties in vochtige ruimtes moeten in acht
genomen worden.
Bij gebruik van het product in vochtige ruimtes moet verplichtend DIN VDE 0100, Deel 701 en
702 in acht genomen worden. Deze voorschriften vermelden verplichte
veiligheidsmaatregelen.
Bij gebruik van defecte toestellen kunnen personen gevaar lopen en kan materiële
schade ontstaan.
U moet controleren of de aandrijvings- en netkabels in perfecte staat zijn.
Gebruik nooit defecte of beschadigde toestellen.
Als u schade aan het toestel of de toevoerkabel ontdekt, moet u contact opnemen met de
serviceafdeling.
Onjuist gebruik van het apparaat kan tot verwondingen leiden.
Alle gebruikers moeten de nodige instructies voor een veilig gebruik van de buismotor krijgen.
Blijf uit de buurt als het rolluik in beweging is.
Verbied kinderen met de besturing te spelen.
Voer alle reinigingswerkzaamheden aan het rolluik alleen in spanningsloze toestand uit.
DIN EN 13695 schrijft voor dat de voor het rolluik voorgeschreven verschuivingsvoorwaarden
volgens EN 12045 nageleefd moeten worden. Daarbij moet er in het bijzonder op gelet
worden, dat de uitschuifsnelheid van het rolluik in de laatste 0,4 m lager dan 0,2 m/s moet zijn.
Bedoeld gebruik
De buismotoren zijn uitsluitend bedoeld voor het openen en sluiten van rolluiken en zonneweringen.
Voor het bedienen mogen uitsluitend de daarvoor voorziene en goedgekeurde schakelelementen
gebruikt worden. Volg de bedieningsinstructies op.
Voorwaarden voor het gebruik
De motorkabel moet, met inachtneming van de plaatselijke elektrische voorschriften, tot aan
de aftakdoos in een kabelgoot gelegd worden.
Gebruik uitsluitend originele onderdelen en toebehoren van de fabrikant.
Voor de elektrische aansluiting moet op de plaats van montage continu een 230 V/50 Hz
stroomaansluiting met ter plekke een vrijschakeling (zekering,
vermogensschakelaar/overstroombeveiligingsschakelaar) aanwezig zijn.