User manual
8
4. Veiligheidsinstructies voor de aansluiting op het stroomnet
Bij alle werkzaamheden aan elektrische installaties bestaat er levensgevaar door
elektrische schok.
De netaansluiting van de buismotor mogen uitsluitend door een erkende elektricien uitgevoerd
worden.
Scheid alle toevoerkabels van het stroomnet en beveilig de kabels zodat de stroom niet
opnieuw per ongeluk kan worden ingeschakeld.
Controleer of het stroomcircuit spanningsloos.
Voer alle montage- en aansluitwerkzaamheden alleen in spanningsloze toestand uit.
Gevaar voor kortsluiting door beschadigde kabels
Leg de aansluitkabels in de rolluikkast zodanig dat deze niet door bewegende onderdelen of op een
andere manier beschadigd kunnen worden. Beschadigde kabels/aders kunnen tot storingen en
kortsluitingen leiden.
Volgens DIN VDE 0700 moet bij vast geïnstalleerde apparaten voor iedere fase een
geschikte scheidingsvoorziening aanwezig zijn. Mogelijke scheidingsvoorziening zijn, bijv.
vermogensschakelaars (zekeringen of aardlekschakelaars.
Gevaar voor kortsluiting door water bij verkeerde kabelgeleiding
Bij het leggen van de aansluitkabel moet u er op letten dat de kabel vanaf de aansluiting aan de motor
nooit loodrecht naar boven gelegd wordt. Anders kan condenswater eventueel via de kabel in de
motor binnendringen. Vorm met de kabel een lus, waarvan het laagste punt onder de motor ligt. Op
die manier functioneert de lus als druiplijst. Het gevormde condenswater kan zo op een veilige manier
buiten de gevaarlijke zones weglopen.
5. Elektrische aansluiting
Leid de aansluitkabel na het ophangen van de motor in de daarvoor voorziene aftak- of schakeldoos.
De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkende elektricien uitgevoerd worden.
Aansluitkabel van de motor – Kleuren van de aders en hun betekenis
L1 = Draairichting 1 (zwart)
L1 = Draairichting 2 (bruin)
N = Nulgeleider (blauw)
PE = Aarde (groen/geel)
De beide L1-geleiders kunnen telkens voor de beide draairichtingen (
) gebruikt worden.
Voor het schakelen van de functies mogen uitsluitend de daarvoor voorziene schakelaars gebruikt
worden.
Voor de besturing kan bijv. een eenpolige 2-wipschakelaar voor opwaartse en afwaartse bewegingen
gebruikt worden. De netkabel en de beide kabels van de motor moeten op de bijbehorende klemmen
van de schakelaar aangesloten worden.