Onderhouds- en gebruiksaanwijzingen NL 695 1
Welkom bij de club van de Ducati-liefhebbers, u hebt een bijzonder goede keuze gemaakt. Wij denken dat u deze nieuwe Ducati niet alleen als dagelijks vervoermiddel zal gebruiken, maar ook voor lange reizen. Ducati Motor Holding S.p.A. wenst u dan ook veel rijplezier toe. Omdat wij ons constant inspannen voor een steeds betere service, raadt Ducati Motor Holding S.p.A. u aan deze eenvoudige voorschriften zorgvuldig na te leven, met name de voorschriften voor het inrijden van de motorfiets.
Inhoud NL Aanwijzingen van algemene aard 6 Garantie 6 Symbolen 6 Nuttige informatie voor veilig reizen 7 Rijden met volle bepakking 8 Identificatiegegevens van de motorfiets 9 Bedieningsorganen 10 Plaats van de bedieningsorganen voor het besturen van de motorfiets 10 Bedieningspaneel 11 Functies van LCD-eenheden 13 Antidiefstalsysteem 16 Sleutels 16 Codekaart 17 Gashendelprocedure om het antidiefstalsysteem uit te schakelen 18 De sleutels laten bijmaken 19 Startschakelaar en stuurvergrendeling 20 Linker s
Belangrijkste gebruiks- en onderhoudswerkzaamheden 43 Brandstoftank optillen 43 Vervangen van het luchtfilter 44 Het peil van koppeling- en remvloeistof controleren 45 Slijtage van remblokjes controleren 46 De scharnierpunten smeren 47 De gaskabel afstellen 48 Opladen van de accu 49 De spanning van de drijfketting controleren 50 De drijfketting smeren 51 Lampjes van lichten vervangen 52 Afstellen van koplamp 55 Banden 56 Controle motoroliepeil 58 Reinigen en vervangen van bougies 59 Algemene reiniging 60 La
Aanwijzingen van algemene aard NL Garantie Voor uw eigen belang en voor de garantie en betrouwbaarheid van dit product, raden wij nadrukkelijk aan een erkende Ducati dealer te raadplegen voor alle handelingen die bijzondere technische deskundigheid vereisen.
Nuttige informatie voor veilig reizen Opgelet Eerst lezen voordat u de motor gebruikt. Vaak zijn ongevallen te wijten aan rijden zonder ervaring. Rijd nooit zonder rijbewijs; om met deze motorfiets te rijden, dient u in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs. Leen de motor niet uit aan onervaren bestuurders of mensen die geen geldig rijbewijs hebben. Bestuurder en bijrijder dienen altijd gepaste kleding en een veiligheidshelm te dragen.
NL Rijden met volle bepakking Dit motorvoertuig is ontworpen voor het veilig afleggen van lange afstanden met volle bepakking. Goed verdelen van het gewicht van de lading op het voertuig is uiterst belangrijk om de veiligheid van de motorfiets te behouden en niet in moeilijkheden te komen bij plotselinge stuurbewegingen of op slecht wegdek.
Identificatiegegevens van de motorfiets Elke Ducati-motorfiets heeft twee identificatienummers, respectievelijk voor het frame (afb. 1) en voor de motor (afb. 2). Framenr. Motornr. NL Opmerkingen Deze nummers geven het model van de motorfiets aan en dienen altijd te worden vermeld bij het bestellen van onderdelen. afb. 1 afb.
Bedieningsorganen 1 4 8 7 NL Opgelet In dit hoofdstuk wordt uitgelegd waar de bedieningsorganen zitten die moeten worden gebruikt om te kunnen rijden met de motorfiets. Lees de beschrijvingen aandachtig door voordat u deze bedieningsorganen gebruikt. Plaats van de bedieningsorganen voor het besturen van de motorfiets (afb. 3) 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9) 10) 3 6 5 2 9 10 Bedieningspaneel. De startschakelaar en het stuurslot. Linker stuurschakelaar. Koppelingshendel. Chokehendel.
Bedieningspaneel (afb. 4.1 en afb. 4.2) 1) Waarschuwingslampje groot licht (blauw). Gaat branden om u ervoor te waarschuwen dat het groot licht is ingeschakeld. 2) Waarschuwingslampje richtingaanwijzers (groen). Gaat branden en knippert zodra een van de richtingaanwijzers wordt gebruikt. 3) Controlelampje brandstofreserve (geel). Gaat branden als men de reserve-inhoud aanspreekt; er zit nog ongeveer 3 liter benzine in de tank. 4) Waarschuwingslampje neutraal N (groen).
NL 7) Waarschuwingslampje EOBD (ambergeel). Dit gaat branden wanneer de motor vergrendeld is. Het gaat na enkele seconden weer uit (normaliter 1,8 – 2 sec.). 8) Snelheidsmeter (km/uur). Geeft de rijsnelheid aan. a) LCD (1): - Kilometerteller (km). Geeft het totaal aantal gereden kilometers aan. - Dagteller (km). Geeft de afstand aan die is afgelegd sinds de laatste reset of vanaf het moment waarop begonnen is de brandstofreserve aan te spreken. - Kilometerteller trip fuel.
Functies van LCD-eenheden OFF Als het voertuig wordt aangezet (sleutel van OFF op ON), worden alle instrumenten gecontroleerd (wijzertjes, displays, lampjes) zie (afb. 5 en afb. 6). Km/h Functies van LCD-eenheid (1) Door de knop (A, afb. 6) in te drukken terwijl de sleutel op ON staat, wisselen de weergave van de dagteller en de totale kilometerteller elkaar af.
NL Olietemperatuurfunctie Als de temperatuur van de olie onder 50 °C/122 °F daalt, verschijnt de tekst “LO” op het display, boven 170 °C/338 °F verschijnt “HI”. Functie controlelampje brandstofpeil Als het lampje van de reserve gaat branden, verschijnt op het display (2, afb. 6) de tekst “FUEL”, en wordt de trip fuelfunctie geactiveerd die op het display (1, afb. 6) aangeeft hoeveel kilometer er al is afgelegd met de brandstofreserve, voorafgegaan door de letter “F” (FUEL).
Automatische uitschakelfunctie koplamp Met deze functie spaart u accu-energie. U kunt instellen dat de koplamp automatisch wordt uitgezet. Het mechanisme treedt in twee gevallen in werking: - in het eerste geval wanneer de sleutel van OFF op ON wordt gezet en er verder niet wordt gestart. Na 60 seconden wordt de koplamp uitgezet en deze wordt pas weer aangezet als de sleutel vervolgens van de stand OFF op de stand ON wordt gezet, of na het starten van de motor.
NL Antidiefstalsysteem Voor een betere beveiliging tegen diefstal is het voertuig uitgerust met een elektronisch antidiefstalsysteem dat de motor blokkeert (IMMOBILIZER) en dat automatisch wordt ingeschakeld, telkens wanneer het instrumentenpaneel wordt uitgezet. In elke sleutelhandgreep zit hiervoor een elektronisch mechanisme, dat het signaal verwerkt dat wordt uitgezonden telkens wanneer het voertuig wordt aangezet door een speciale antenne in de stuurschakelaar.
Opmerkingen Samen met de sleutels wordt ook een plaatje (1, afb. 7) geleverd waarop het identificatienummer van de sleutels staat. Opgelet Berg de sleutels en het plaatje niet samen op en bewaar het plaatje (1, afb. 7) en de A-sleutel op een veilige plaats. Wij raden u bovendien aan slechts één van de zwarte sleutels te gebruiken voor het starten van de motorfiets. NL Codekaart afb. 8 Bij de sleutels hoort ook de CODEKAART (afb. 8. met de volgende gegevens: de elektronische code (A, afb.
NL Gashendelprocedure om het antidiefstalsysteem uit te schakelen 1) De sleutel op ON zetten en de starthendel volledig draaien en in deze stand houden. Het EOBD-waarschuwingslampje (7, afb. 4.1) gaat na een vastgelegde tijd van 8 seconden uit. 2) De starthendel loslaten zodra het EOBD-lampje uitgaat. 3) Voer vervolgens, om de motor te ontgrendelen, de elektronische code in die vermeld staat op de CODEKAART, die u bij aanschaf van de motorfiets door de dealer overhandigd is.
Werkingsprincipe Telkens als de schakelaarsleutel van ON op OFF wordt gezet, blokkeert het beveiligingsysteem de motor. Bij het starten van de motor, door de sleutel van OFF op ON te zetten: 1) als de code wordt herkend gaat het lampje (6, afb. 4.1) op het instrumentenpaneel kort knipperen; het beveiligingssysteem herkent de code in de sleutel en zet de motorblokkering uit. Door op de knop START (3, afb. 14.1) te drukken wordt de motor gestart; 2) Als het lampje (6, afb. 4.1) of het EOBD-lampje (7, afb. 4.
NL Startschakelaar en stuurvergrendeling (afb. 10) A B Deze zit vóór de brandstoftank en heeft vier standen: A) ON: activeert de functie voor het inschakelen van verlichting en motor; B) OFF: deactiveert de functie voor het inschakelen van verlichting en motor; C) LOCK: blokkeert de stuurinrichting; D) P: parkeerlichten en stuurvergrendeling. C D Opmerkingen Om de contactsleutel in deze laatste twee standen te zetten, dient men de sleutel in het contact te steken en vervolgens om te draaien.
Linker stuurschakelaar (afb. 11) 1 1) Stuurkolomschakelaar, keuzebediening verlichting, met twee standen: stand = dimlicht aan; stand = groot licht aan. 2) Schakelaar = richtingaanwijzer met drie standen: middelste stand = uitgeschakeld; stand = links afslaan; stand = rechts afslaan. Om de richtingaanwijzer uit te schakelen, eenmaal op de bedieningshendel drukken die zich nu weer in het midden bevindt. 2 3) Schakelaar = claxon. 3 4) Schakelaar = met groot licht signaal geven. 4 NL afb.
NL De koppelingshendel (afb. 12) Als de koppelingshendel (1) wordt ingetrokken wordt de transmissie van de motor naar de koppeling en dus naar het aandrijfwiel, onderbroken. Het gebruik van de koppelingshendel is heel belangrijk in alle rijfasen, maar vooral tijdens de startfase. 1 Belangrijk Als u de koppelingshendel op een correcte manier gebruikt, gaat de motor langer mee en voorkomt u beschadigingen aan de transmissiedelen.
Chokehendel (afb. 13 ) De chokehendel dient om te starten met een koude motor en meer benzine toe te voeren voor een groter stationair toerental. Standen van de chokehendel: A) = niet geactiveerd; B) = volledig geactiveerd; De hendel kan op tussenstanden worden gezet om de motor geleidelijk aan warm te laten lopen (zie pag. 36). A B NL Belangrijk Gebruik de chokehendel niet als de motor warm is. Niet rijden met ingeschakelde choke. afb.
NL Rechter stuurschakelaar (afb. 14.1) 1 1) Schakelaar MOTORSTOP, met twee standen: stand (RUN) = starten; stand (OFF ) = stoppen van motor. Opgelet Deze schakelaar dient vooral in noodgevallen om de motor snel uit te zetten. Als de motor uit staat, zet men deze schakelaar weer in de stand om het voertuig opnieuw aan te zetten.
Draaibare gasknop (afb. 14.2) Met de draaibare knop (1) op de rechterkant van het stuur worden de gaskleppen van het smoorklephuis geopend. Als de knop wordt losgelaten, keert deze automatisch terug in de oorspronkelijke minimumstand. 2 NL 1 afb. 14.2 Bedieningshendel van voorrem (afb. 14.2) Als men de hendel (2) in de richting van de draaiknop trekt, remt men met de voorrem. Lichtjes trekken is voldoende omdat dit mechanisme hydraulisch werkt.
Bedieningpedaal voor achterrem (afb. 15) Om met de achterrem te remmen, trapt men het pedaal (1) met de voet in. Dit remsysteem werkt hydraulisch. NL 1 Versnellingspedaal (afb. 16) 6 Het versnellingspedaal heeft een tussen-ruststand N met automatische terugkeer en twee bewegingen: naar onder = de pedaal indrukken voor de 1e versnelling en om terug te schakelen.
De stand van het versnellingspedaal en het achterrempedaal afstellen De stand van de bedieningspedalen van de versnelling en de achterrem ten opzichte van de voetsteunen kan aan de behoeften van elke bestuurder worden aangepast. De stand van de versnellingshendel op de volgende manier wijzigen: blokkeer de stang (1) en haal de contramoeren (2) en (3) los. 1 NL Opmerkingen De moer (2) is voorzien van linkse schroefdraad.
Belangrijkste elementen en mechanismen 4 6 NL Plaats op de motorfiets (afb. 19) 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9) 10) Dop brandstoftank. Zadelslot. Pen voor kabeltje helmhouder. Handgreep voor bijrijder. Zijstandaard. Achteruitkijkspiegeltjes. Regelknoppen schokdemper achter. Stang ondersteuning brandstoftank. Verankeringshendel brandstoftank. Katalysator 5 1 9 7 8 10 2 3 afb.
Dop brandstoftank (afb. 20) Openen Het dekseltje (1) openmaken en de sleutel in het slot steken. De sleutel 1/4 slag naar rechts draaien om het slot te openen. De dop optillen. Sluiten De dop sluiten met de sleutel en hem goed op zijn plaats aanbrengen. De sleutel naar links draaien totdat het slot weer in zijn oorspronkelijke stand staat en de sleutel eruit halen. Het dekseltje (1) op het slot sluiten. Opmerkingen De dop kan alleen worden gesloten als de sleutel in het slot steekt. NL 1 afb.
NL Zadelslot en helmhouder Openen Steek de sleutel in het slot en draai hem naar rechts om het zadel van het frame te verwijderen. Trek het zadel naar achteren om de bevestigingen aan de voorkant los te maken. Achterin de ruimte onder het zadel bevindt zich het kabeltje voor het opbergen van de helm (1) (zie pag. 40). Steek het kabeltje door de helm en steek het uiteinde ervan in de pen (2). Laat de helm ophangen en bevestig het zadel weer.
Zijstandaard (afb. 23) Belangrijk Voordat u de zijstandaard gebruikt, controleert u of het oppervlak waarop u hem wenst te zetten stevig en vlak genoeg is. Op zachte grond, kiezelsteen, door de zon verhit asfalt enz. bestaat de mogelijkheid dat de geparkeerde motor omvalt. Als u op een helling parkeert, zet het achterwiel dan altijd in de dalende richting van de helling.
NL Regelknoppen achterste schokdemper Er zitten regelknoppen aan de buitenkant van de achterste schokdemper, waarmee de ligging van de motorfiets kan worden aangepast aan de lading. De regelknop (1) aan de rechterkant ter hoogte van het punt waar de schokdemper aan de onderkant van de achtervork is bevestigd, regelt de hydraulische schokdemping tijdens de uit-beweging. Door de regelknop (1) naar rechts te draaien, verhoogt men de rem H; naar links vermindert deze S.
Opgelet De schokdemper bevat gas onder hoge druk, hetgeen ernstige problemen kan veroorzaken als onervaren personen hem demonteren. Tijdens het rijden met bijrijder en bagage moet de voorbelasting van de veer van de achterste schokdemper maximaal zijn, teneinde het dynamisch rijgedrag van de motor te optimaliseren en veranderingen in het wegdek het hoofd te bieden. Het kan zijn dat hiervoor aanpassing van de afstelling van de hydraulische rem in uit-beweging nodig is.
Gebruiksvoorschriften Voorzorgsmaatregelen tijdens de NL inrijperiode van de motorfiets Maximum draaisnelheid (afb. 25) Voorgeschreven draaisnelheid tijdens inrijden en normaal rijden: 1) Tot 1000 km; 2) Van 1000 tot 2500 km. 1.000 Km 1.000 ÷ 2.500 Km Tot 1000 km Tijdens de eerste 1000 km dient men de toerenteller in het oog te houden: dit zijn de snelheden die absoluut niet mogen worden overschreden: 5.500÷6.000 min-1.
Belangrijk Tijdens de inrijperiode dient men het onderhoudsprogramma stipt na te leven en de garantiecontroles die in het boekje staan te laten uitvoeren. Het niet naleven van deze voorschriften ontheft Ducati Motor Holding S.p.A. van elke vorm van aansprakelijkheid voor eventuele schade aan de motor en de levensduur ervan. De motor gaat langer mee als u dit voorschrift naleeft, waardoor de noodzaak tot reviseren en afstellen vermindert.
NL Starten van de motor Opmerkingen Om een reeds warme motor aan te zetten, volgt u de procedure voor “Hoge omgevingstemperatuur”. Opgelet Zorg ervoor dat u de bedieningsorganen kent die u nodig hebt tijdens het rijden. Normale omgevingstemperatuur (tussen 10 °C/50 °F en 35 °C/95 °F): 1) Zet de startschakelaar in de stand ON (afb. 26). Controleren of het groene lampje neutraal N en het rode lampje op het instrumentenpaneel branden. 2) De chokehendel in stand (B, afb. 28) zetten.
Het voertuig moet spontaan starten, zonder gas te geven. 1 Opmerkingen Als de accu leeg is, belet het startsysteem de inwerkingstelling van de startmotor. 4) De starthendel in de richting van de verticale stand verplaatsen (A) om de motor op een toerental te brengen van ongeveer 1.400÷1.500 min-1. NL Belangrijk De motor niet op een hoog toerental brengen als deze koud is. Wachten tot de olie warm is en alle punten heeft gesmeerd die dit nodig hebben.
NL De motorfiets starten en ermee rijden 1) De koppelingshendel intrekken. 2) Met de punt van uw voet en een besliste beweging de versnellingshendel induwen om deze in de eerste versnelling te zetten. 3) Gas geven met de gashendel, tegelijkertijd langzaam de koppelingshendel loslaten; de motorfiets begint te rijden. 4) De koppelingshendel helemaal loslaten en gas geven.
Afremmen Op tijd vertragen, terugschakelen om op de motor te remmen en vervolgens remmen met beide remmen. Voordat de motor stilstaat, de koppelingshendel intrekken om te voorkomen dat de motor plots afslaat. Opgelet NL Het gebruik van slechts een enkele rem verlaagt het remvermogen van uw motorfiets. Rem niet te bruusk en niet te hard; de wielen kunnen hierdoor blokkeren, waardoor u mogelijk de macht over uw motorfiets verliest.
NL De motorfiets stilzetten Snelheid verminderen, terugschakelen en de gashendel loslaten. Naar de eerste versnelling terugschakelen en dan de versnelling in de neutrale stand zetten. Remmen en stoppen van de motorfiets. De motor uitzetten door de sleutel op OFF te zetten (pag. 20). Belangrijk Laat bij uitgeschakelde motor de sleutel niet op ON staan, ter voorkoming van schade aan de elektrische componenten. afb. 29 Brandstof tanken Niet te veel brandstof in de tank laten lopen.
Parkeren De stilstaande motor op de zijstandaard zetten (zie pag. 31). Het stuur helemaal naar links draaien en de sleutel op LOCK zetten om diefstal te voorkomen. Als U in een garage of in een andere ruimte parkeert, controleer dan of deze goed geventileerd is en de motor niet te dicht bij warmtebronnen staat. In geval van nood kunt u de parkeerlichten laten branden door de sleutel in de stand P te zetten.
NL Meegeleverde accessoires (afb. 32) In de ruimte onder het zadel bevinden zich: de handleiding voor gebruik en onderhoud; een kabeltje voor het ophangen van de helm; een gereedschapstas voor de standaard onderhouds- en controlewerkzaamheden. Om bij deze ruimte te kunnen moet het zadel worden verwijderd (pag. 30) en moet het beschermdeksel (1) worden weggehaald door de speciale schroef (2) los te draaien met een munt. 1 De gereedschapstas (afb.
Belangrijkste gebruiks- en onderhoudswerkzaamheden NL Brandstoftank optillen (afb. 34) Opgelet Om lekkage van brandstof uit de ontluchtingsopening te voorkomen, moet de inhoud van de tank minder dan 5 liter bedragen. Verwijder het zadel (pag. 30), til het haakje op (1). Til de brandstoftank op en maak de staaf (2, afb. 35) los uit zijn zitting onder het zadel. Laat de tank op de staaf rusten. Ga om opnieuw te monteren in tegenovergestelde volgorde te werk. Opgelet 1 afb.
NL Vervangen van het luchtfilter Het luchtfilter moet vervangen worden volgens de gegevens in de tabel met het periodieke onderhoud die te vinden is in het Garantieboekje. Om het filterhuis te verwijderen moet de brandstoftank worden opgetild (pag. 43). Maak de bevestigingslipjes (1) los, waarmee het deksel aan beide kanten van het filterhuis bevestigd is en verwijder het deksel (2, afb. 36). Verwijder de filterpatroon (3, afb. 37). en breng een nieuwe aan.
Het peil van koppeling- en remvloeistof controleren (afb. 38) Het peil mag niet onder het streepje MIN op de betreffende tanks dalen. Als er te weinig vloeistof in zit, kan er lucht in de leidingen komen en werkt het systeem niet meer naar behoren. Laat de vloeistof of olie door een erkende Ducati dealer bijvullen of vervangen op de in de onderhoudstabel van het garantieboekje voorgeschreven tijdstippen. NL Belangrijk Om de 4 jaar is het raadzaam alle leidingen te laten vervangen.
NL Remsysteem Als er teveel speling op de rempedaal of remhendel zit, ook al zijn de remblokjes in goede staat, dient u contact op te nemen met een erkende Ducati dealer voor controle van het remsysteem en eventuele ontluchting van de leiding. Opgelet Remvloeistof en koppelingolie zijn schadelijk voor kunststof en gelakte delen, zorg dus dat hier geen vloeistof op valt. Hydraulische olie is bijtend en kan schade en verwondingen veroorzaken. Meng geen verschillende kwaliteiten met elkaar.
De scharnierpunten smeren Regelmatig de huls van start- en chokekabel controleren. Deze mag nergens platgedrukt zijn en er mogen geen scheurtjes in de kunststof buitenkant zitten. Controleer met de starter of de kabels vlot bewegen in de buitenkabel: als ze haperen of stroef bewegen, dienen ze te worden vervangen bij een erkende Ducati dealer. Smeer het uiteinde van de kabels van alle flexibele bedieningsorganen preventief in met SHELL Advance Grease of Retinax LX2.
➤ In elke stuurstand moet de starthendel een vrije slag hebben, gemeten op de omtrek van de rand van de hendel, van 2÷4 mm. Stel, indien nodig, af met de betreffende regelknop (1, afb. 41) die in de buurt van de hendel zit. ➤ De gaskabel afstellen 1 NL afb.
Opladen van de accu (afb. 42) Voor het opladen is het raadzaam de accu uit de motorfiets verwijderen. Maak eerst de negatieve zwarte pool (–) los, en dan de positieve rode (+) pool. Maak de blokkeringen (1) los en verwijder de accu. 1 - Opgelet + NL De accu brengt explosieve gassen voort: houd hem uit de buurt van warmtebronnen. Laad de accu op in een goed geluchte ruimte.
Laat het achterwiel langzaam draaien om de positie te vinden waarin de ketting het meest gespannen is. Duw, met de motorfiets op de zijstandaard, de ketting met een vinger omhoog, ter hoogte van de middellijn van de vork. Het onderste gedeelte van de ketting moet een uitslag van 25÷27 mm maken (afb. 43). Om de spanning af te stellen moet de moer (1, afb.
De drijfketting smeren Op de transmissieketting zitten O-ringen om de glijdende elementen te beschermen tegen invloeden van buitenaf en de smering langer te handhaven. Om deze ringen tijdens het schoonmaken niet te beschadigen, gebruikt u bij voorkeur speciaal hiervoor bestemde oplosmiddelen, maar geen hogedrukreiniger met stoom. Droog de ketting met perslucht of met vochtabsorberend materiaal en smeer elk kettingelement met SHELL Advance Chain of Advance Teflon Chain.
NL Lampjes van lichten vervangen Voordat u een doorgebrand lampje vervangt, dient u te controleren of de spanning en het vermogen van het nieuwe lampje voldoen aan de voorschriften die staan vermeld in de paragraaf “Elektrische installatie” op pag. 73. Koplamp (afb. 45, afb. 46, afb. 47, afb. 48) Om bij het lampje van de koplamp te kunnen de onderste schroef (1) losdraaien, waarmee de lijst/glas aan het lamphuis is bevestigd. Maak de connector (2, afb. 46) van het lampje van de koplamp los.
Vervangen van de lampen (4). Opmerkingen 4 Raak het glas van de nieuwe lamp niet aan: het kan zwart worden waardoor de lichtsterkte afneemt. Steek de lipjes van het lampvoetje in de betreffende zitting, zodat ze zich in de juiste stand bevinden; maak het uiteinde van het veertje (3, afb. 46) vast aan de houders van het koplamphuis. Sluit de kabels weer aan. NL Maak voor het vervangen van het lampje van het parkeerlicht de connector los.
NL Richtingaanwijzers (afb. 49) De schroef (1) losdraaien en het glas (2) van de houder met richtingaanwijzer halen. Dit lampje heeft een bajonetsluiting, dus moet u het eerst even indrukken en dan tegen de klok in draaien. Om het nieuwe lampje erin te steken, drukt u erop en draait u het met de klok mee tot u het hoort klikken. Om het glas te bevestigen het tandje (A) in de gleuf van de houder met richtingaanwijzer steken. De schroef (1) weer vastdraaien. A 1 Stoplicht (afb.
Afstellen van koplamp (afb. 51) Controleer de lichtbundel van de koplamp door de motor met op druk gebrachte banden en een bestuurder op het zadel, geheel loodrecht op de lengteas op een afstand van 10 meter voor een muur of een scherm te zetten. Teken een horizontale lijn ter hoogte van het midden van de koplamp en een verticale lijn op de lengtelijn van het voertuig op de muur. Voer de controle zo mogelijk uit in de schemering.
NL Banden Spanning voorband: 2,1 bar - 2,3 kg/cm2 Spanning achterband: 2,2 bar - 2,4 kg/cm2 De bandenspanning wijzigt op grond van buitentemperatuur en hoogte; meet de spanning en pas deze aan telkens als u in gebieden rijdt met grote temperatuur- en hoogteverschillen. Belangrijk De bandenspanning moet bij “koude banden” worden gemeten en afgesteld. Om de ronde vorm van de wieldop van het voorwiel te behouden, verhoogt u op erg oneffen wegdek de bandenspanning met 0,2÷0,3 bar.
Minimumdiepte van het loopvlak De minimumdiepte (S, afb. 53) van de groeven in het loopvlak dient op het punt met de grootste slijtage te worden gemeten: de diepte mag niet minder dan 2 mm bedragen en in elk geval niet minder dan de wettelijk, in het land waarin de motor wordt gebruikt voorgeschreven diepte.
Het peil van de motorolie kan gecontroleerd worden via het kijkglas (1) op het koppelingsdeksel. Controleer het peil terwijl de motorfiets perfect verticaal staat en bij warme motor; wacht een paar minuten na het afzetten, om het peil de tijd te geven stabiel te worden. Het peil moet tussen de streepjes op het kijkglas staan. Als het peil laag is, moet de olie worden bijgevuld met motorolie SHELL Advance Ultra 4. Verwijder de vuldop (2) en vul olie bij tot het aangegeven peil.
Reinigen en vervangen van bougies (afb. 55) De bougies vormen een belangrijk deel van de motorfiets en moeten derhalve regelmatig worden gecontroleerd. Dit is vrij eenvoudig en hiermee wordt tevens gecontroleerd of de motor goed functioneert. De bougiedoppen met behulp van de bijgeleverde sleutel van de kop verwijderen. De kleur van de keramische isolator van de middelste elektrode controleren: als de kleur egaal lichtbruin is, betekent dit dat de motor goed werkt.
NL Algemene reiniging Om de metalen en gelakte delen mooi glanzend te houden, moet de motorfiets regelmatig gewassen en gereinigd worden. Hoe vaak hangt af van de manier waarop u ermee rijdt en op welk soort wegdek de motor gebruikt wordt. Gebruik hiertoe speciale producten, liefst biologisch afbreekbaar, en vermijd bijtende of schurende reinigings- of oplosmiddelen.
Lange tijd buiten gebruik Belangrijke waarschuwingen Als de motorfiets lange tijd niet wordt gebruikt, raden wij aan het volgende te doen: algemene reiniging; de brandstoftank legen door de afvoerdop met afdichting te verwijderen; laat via de bougiezittingen een beetje olie in de cilinders lopen en leid de motorfiets even aan de hand, zodat de binnenwanden van een beschermlaagje worden voorzien; maak gebruik van de standaard om de motor te ondersteunen; haal de accu los en verwijder hem.
Onderhoud NL Geprogrammeerd onderhoudsplan: werkzaamheden die door de dealer dienen te worden uitgevoerd Lijst van werkzaamheden met type ingreep (aantal kilometers of tijdstip *) Verversing motorolie Vervanging motoroliefilter Km. x1000 1 12 24 36 48 60 mi.
Lijst van werkzaamheden met type ingreep (aantal kilometers of tijdstip *) Km. x1000 1 12 24 36 48 60 mi. x1000 0,6 7,5 15 22,5 30 37,5 Maanden 6 12 24 36 48 60 Vervanging luchtfilter Controle synchronisatie en minimum smoorklephuis (1) Het peil van rem- en koppelingsvloeistof controleren Verversing olie remmen en koppeling • • Controle en afstelling bedieningen rem en koppeling Controle/smering gasbediening/starter Controle bandenspanning en slijtage Controle remblokken.
NL Lijst van werkzaamheden met type ingreep (aantal kilometers of tijdstip *) Km. x1000 1 12 24 36 48 60 mi.
Geprogrammeerd onderhoudsplan: werkzaamheden die door de klant dienen te worden uitgevoerd Lijst van werkzaamheden met type ingreep (aantal kilometers of tijdstip *) Km. x1000 1 mi. x1000 0,6 Maanden Controle motoroliepeil Het peil van rem- en koppelingsvloeistof controleren Controle bandenspanning en slijtage Controle spanning en smering ketting Controle remblokken.
Technische gegevens Gewicht Droog gewicht, rijklaar, zonder brandstof: 168 kg Gewicht met volle lading: 390 kg Opgelet Als u de motorfiets zwaarder belaadt dan de voorgeschreven limietwaarden, vermindert het prestatievermogen ervan en wordt hij moeilijker hanteerbaar, zodat u kans loopt de macht over het stuur te verliezen. NL Afmetingen (mm) (afb. 56) 120 1440 2100 66 1058 490 360 770 980 794 afb.
Tanken Type: dm3 (liter) Brandstoftank, inclusief een reservetank van 3 dm3 (liter) Loodvrije benzine met een oorspronkelijk octaangehalte van minimaal 95 14 Motorcarter en filter SHELL - Advance Ultra 4 3,4 Remcircuit voor/achter en koppeling SHELL Advance Brake DOT 4 — Beschermmiddel voor elektrische contacten SHELL Advance Contact Cleaner — Voorvork SHELL Advance Fork 7.
NL Motor Distributie Viertakt met twee op 90° in de “L” lengte liggende cilinders. Boring mm: 88 Slag mm: 57,2 Totale cilinderinhoud cm3: 695 Compressieverhouding ±0,5:1: 10,5 Maximumvermogen op de as (95/1/CE): 52 kW bij 8.500 toeren/min voor het niet-opgevoerde model 22 kW bij 8.250 toeren/min. Maximumkoppel op de as (95/1/CE): 61 Nm bij 6.750 toeren/min voor het niet-opgevoerde model 46 kW bij 3.000 toeren/min.
Prestaties Voeding U behaalt de maximale snelheid bij elke versnelling uitsluitend als u de voorschriften voor het inrijden stipt naleeft en regelmatig het voorgeschreven onderhoud uitvoert. Indirecte elektronische inspuiting MARELLI. Doorsnee smoorklephuis: 45 mm Inspuiters per cilinder: 1 Openingen voor inspuiters: 1 Benzinevoeding: 95-98 RON. Belangrijk Het niet naleven van deze voorschriften ontheft Ducati Motor Holding S.p.A.
NL Remmen Voor Type: van staal, geperforeerd. 2 schijven. Schijfdoorsnee: 300 mm. Hydraulisch bedieningsorgaan: hendel op rechterkant van stuur. Remoppervlak, cm2: 44 per schijf Remklauwen met gedifferentieerde zuigers. Merk en type: BREMBO PF2x28 2 zuigers. Wrijvingsmateriaal: FERIT I/D 450 FF. Pomptype: PS 15. Achter Type: met vaste, geperforeerde stalen schijf. Schijfdoorsnee: 245 mm. Hydraulisch bedieningsorgaan: pedaal aan rechterkant. Remoppervlak: 25 cm2 Remklauw: Ø cilinder 32 mm.
Overbrenging Koppeling: meerschijven in oliebad; bediend via hendel op linkerkant van stuur. Overbrenging tussen motor en drijvende versnellingsas door middel van rechte tandwielen. Verhouding motortandwiel/koppelingtandwiel: 33/61 Versnellingsbak met: 6 verhoudingen; met constant ingrijpende tandwielen; bedieningspedaal aan linkerkant.
NL Frame Buisvormig roosterwerk met bovenste kooi van buizen van hoogwaardig staal. Stuurhoek (aan elke kant): 27° Helling stuurstang: 24° Naloop mm: 96 Wielen Velgen van lichtmetaallegering met drie spaken. Voor Merk: BREMBO Afmetingen: MT3.50x17" Achter Merk: BREMBO Afmetingen: MT4,50x17" Beide wielen hebben een demonteerbare steekas. Banden Voor “Tubeless” radiaalband. Afmetingen: 120/60-ZR17 72 Achter “Tubeless” radiaalband.
Uitlaatsysteem Elektrische installatie Gekatalyseerd in overeenstemming met de milieuvoorschriften Euro 3. Uitvoering voor V.S.: niet gekatalyseerd. Deze bestaat uit de volgende hoofdcomponenten: koplamp: soort lamp: H4 (12 V-55/60 W). parkeerlicht: soort lamp: T4W (12 V-4 W). Elektrische bedieningen op het stuur: richtingaanwijzers: soort lamp: R10W (12 V-10 W). Claxon. Schakelaars stoplicht. Accu, 12 V-10 Ah. Wisselstroomdynamo, 12 V-520 Ah.
NL Zekeringen De hoofdzekeringdoos zit op de linkerkant van de accu (afb. 58). De zekeringen zijn toegankelijk door eerst het deksel (1) van de doos te halen, waarop montagevolgorde en stroomsterkte staan beschreven. Er zijn slechts zes zekeringen verbonden met het systeem, er zijn twee reservezekeringen. 3 De zekering van 30 A (2) op de rechterkant van de accu (afb. 58) beschermt de elektronische regelaar. Om bij de zekering te kunnen, moet eerst het beschermkapje (3) eraf worden gehaald.
Legenda bedradingschema elektrisch systeem/ ontsteking 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9) 10) 11) 12) 13) 14) 15) 16) 17) 18) 19) 20) 21) 22) 23) 24) 25) 26) 27) 28) 29) Rechter stuurschakelaar Antenne transponder Sleutelschakelaar Relais verlichting Zekeringdoos Startmotor Elektromagnetische startschakelaar Accu Master-zekering Regelaar Wisselstroomdynamo Richtingaanwijzer, rechtsachter Achterverlichting Verlichting kentekenplaat Richtingaanwijzer, linksachter Reservoir Aansluiting zelfdiagnose Snelheidssensor Sp
NL Kleurcode kabels B Blauw W Wit V Paars Bk Zwart Y Geel R Rood Lb Lichtblauw Gr Grijs G Groen Bn Bruin O Oranje P Roze Overzicht zekeringdozen (1, afb. 58) Pos. Gebruikers Sterkte 1-9 Bedieningspaneel 5A 2-10 Inspuiting 20 A 3-11 Key sense 10 A 4-12 Ecu 5A 5-13 Belastingen 15 A 6-14 Parkeerlichten, groot licht/dimlicht 15 A 7-15 Reserve 20 A 8-16 Reserve 5A Opmerkingen Het bedradingschema zit achteraan in dit boekje.
Geheugensteuntje voor periodiek onderhoud Km Naam Ducati Service Kilometerstand Datum 1000 NL 12000 24000 36000 48000 60000 77
NL 78
Stampato 03/2006 Cod. 913.7.124.1D Ducati Motor Holding spa via Cavalieri Ducati, 3 40132 Bologna, Italia Tel. +39 051 6413111 Fax +39 051 406580 www.ducati.
1 STARTER 2 3 5 6 7 10 11 Lb WR R GBk GR Y RW RBk FREE OFF LOCK PUSH RUN PARK 1 2 Bn 3 R/W 4 R/B 5 6 7 8 ON 2 1 9 10 11 12 13 14 15 16 R/Y OFF 1 4 3 6 2 5 R R R R/G R/Bk BK V/B R/G R/W Y Y Y Bk R A Bk R Bk R 1N4007 Y W/Gr Bk Bk 4 2 5 Gr/R 40 10 W W/G 12 10 W Bk O R R/G 30A R V K R/Y 9 R/Bk R B/Bk R/O 8 ENGINE STOP BW Bk W/G Bk Y Bk 5W HI 39 LO GND POS 2 3 4 1 13 5/21 W 1 3 P/Bk 14 Y/Bk W Bk W/Bk Bk 15 10 W Y O O 38 Bk 4