Installation Instructions
19
L
ARGO - INSTALLATIEHANDLEIDING
Nederlands
10. Oplevering
U dient de gebruiker vertrouwd te maken met het toestel. U dient haar/hem te instrueren over onder meer de inge-
bruikname, de werking en de afstandsbediening, het jaarlijkse onderhoud.
Let op - Laat de gebruiker bij storingen/slecht functioneren onmiddellijk de gaskraan sluiten en contact opnemen met de
installateur ter voorkoming van onveilige situaties;
- Wijs de gaskraan aan.
➠
Instrueer de gebruiker over het toestel en de afstandsbediening.
➠
Wijs er bij ingebruikname op, dat
- als de boezem van steenachtige materialen is gemaakt of is afgewerkt met stucwerk dient deze minimaal 6 weken
te drogen vóór ingebruikname, dit ter voorkoming van scheuren;
- bij de eerste keer stoken vluchtige componenten uitdampen uit verf, materialen e.d.;
- bij het uitdampen het toestel bij voorkeur op de hoogste stand wordt gezet;
- de ruimte goed wordt geventileerd.
➠
Overhandig de gebruiker de gebruikshandleiding én de installatiehandleiding (de installatiehandleiding dient bij het
toestel bewaard te blijven).
11. Storingen
In de onderstaande tabel vindt u een overzicht van storingen die kunnen optreden, de mogelijke oorzaak en de oplossing.
Tabel 3: diagnose van storingen
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
A. Geen transmissie
(motor draait niet)
1. De (nieuwe) communicatie code
tussen ontvanger en afstands-
bediening moet nog bevestigd
worden.
2. Lege batterijen.
3. Ontvanger beschadigd.
4. Afstandsbediening beschadigd.
5. Motorkabel bij de klep gebroken.
6. Kromme pennen van de 8-
draadsconnector.
7. Wanneer de ontvanger is om-
geven door metaal, kan dit het
zendbereik verminderen.
1. Houd het resetknopje van de ontvanger inge-
drukt totdat u 2 geluidssignalen hoort. Laat na
het tweede, langere geluidssignaal de resetknop
los en druk binnen 20 sec. op knop
/▼ op de
afstandsbediening, totdat u een extra lang geluids-
signaal hoort, dat de instelling van de nieuwe code
bevestigt; zie
Foto 17
2. Vervang de batterijen.
!Let op Voorkom kortsluiting tussen de batterijen en
metalen delen van het toestel.
3. Vervang de ontvanger en bevestig / wijzig de code
(oplossing 1)
4. Vervang de afstandsbediening en bevestig / wijzig
de code (oplossing 1).
5. Vervang de motorkabel bij de klep.
6. Zorg dat de pennen van de 8-draadsconnector
recht staan.
7. Verander de stand van de antenne.
B. Geen ontsteking (vonk) 1. Knop A in MAN stand.
2. Ontstekingskabel ligt over en/of
langs metalen delen.
3. Ontsteking gecorrodeerd
1. Zet knop A op gasregelblok op ON; zie
Foto 16
2. Leg de ontstekingskabel niet over en/of langs
metalen delen. Dit verzwakt de vonk; zie
Foto 16
Vervang zonodig de ontstekingskabel
3. Vervang de ontstekingspen
C. Geen geluidssignaal 1. Ontvanger beschadigd. 1. Vervang de ontvanger en bevestig / wijzig de code
(oplossing 1 bij A).
D. Eén doorlopend geluids-
signaal van 5 sec.
(Mogelijk zijn er 7 korte
piepen vóór het 5 sec.
geluidssignaal)
1. Losse bedrading
2. Ontvanger beschadigd.
3. Kromme pennen van de 8-
draadsconnector.
4. Magneetklep beschadigd
1. Sluit de bedrading goed aan
2. Vervang de ontvanger en bevestig / wijzig de code
(oplossing 1 bij A).
3. Zorg dat de pennen van de 8-draads connector
recht staan.
4. Vervang het gasregelblok.
NL
95900902NL Install_NL.indd 1995900902NL Install_NL.indd 19 02-12-2008 15:32:3502-12-2008 15:32:35










