Operation Manual

28
Nederlands
Problemen oplossen
De telefoon kan niet worden ingeschakeld
Batterij bijna leeg
Sluit de oplader aan en laad
de batterij 12 uur op.
Batterij niet goed geplaatst
Controleer of de batterij goed
is geplaatst.
De batterij laadt niet op
Batterij of oplader
beschadigd
Controleer de batterij
en de oplader.
Batterij opgeladen bij
temperaturen
< 0 °C of > 40 °C
Zorg voor betere
oplaadomstandigheden.
De oplader is verkeerd
aangesloten op de telefoon
of het stopcontact
Controleer de aansluitingen
van de oplader.
De stand-bytijd neemt af
De oplaadcapaciteit van de
batterij is te laag
Plaats een nieuwe batterij.
Te ver van het basisstation,
de telefoon zoekt continu
naar een signaal
Zoeken naar een netwerk
verbruikt batterijvermogen.
Zoek een plaats met een
sterker signaal of schakel
de telefoon tijdelijk uit.