Operation Manual

13
Bij de eerste ingebruikname kan het voorkomen,
dat de melding “BAT.1 LAAG/FOUT” verschijnt.
Deze melding zal verdwijnen van zodra de accu
voldoende werd opgeladen.
De accu moet preventief elke 2 jaar worden
vervangen. Deze vervanging mag enkel door een
erkend onderhoudstechnicus worden uitgevoerd.
Voor de demontage van de accu moet het toestel
worden uitgeschakeld en de stekker moet uit het
stopcontact worden getrokken.
De accu is een loodaccumulator waarvan u zich in
geval van een defect moet ontdoen bij het
daartoe bestemde, gesorteerde afval.
AAccccuu
Door een geïntegreerde accu worden de
overwakingsfuncties van de elektronica bij een
onderbreking van de stroomtoevoer gedurende
minstens 48 uur behouden.
Deze accu wordt automatisch opgeladen als het
toestel wordt aangesloten.
Wanneer de capaciteit van de accu niet meer
volstaat om de controlefunctie over te nemen,
dan verschijnt de foutmelding “BAT.1 LAAG/FOUT”
op de display.
EExxtteerrnnee AAllaarrmmffuunnccttiiee
Aan de achterkant van het toestel bevinden er
zich klemmen met telkens drie spanningvrije
contacten, die ervoor kunnen worden gebruikt
om een bijkomend, extern alarm (optisch of
akoestisch) aan te zetten.
De ene klem komt hierbij telkens overeen met
het temperatuur- en deuralarm. De andere klem
met het Powerfail-alarm.
Indrukken van de ENTER-knop in geval van een
alarm schakelt alleen het interne akoestische
alarm uit. Het externe alarm wordt door deze
knop niet beïnvloed. Het externe alarmsignaal
schakelt pas uit, als de oorzaak van het alarm is
verholpen.
Aan de contacten kan een spanning van 12V
gelijkstroom of 250V wisselstroom worden
aangesloten. De maximale belasting mag 8A niet
overschrijden. De minimale aansluitwaarde
bedraagt 100mA / 5V.
VVeeiilliigghheeiiddsstthheerrmmoossttaaaatt
Alle apparaten zijn uitgerust met een
veiligheidsthermostaat. Deze thermostaat
schakelt de compressor uit, zodra de
Rusttoestand
Alarm
TTEEMMPPEERRAATTUUUURR--AALLAARRMM
DDEEUURR AALLAARRMM
Rusttoestand
Alarm
SSTTRROOOOMMPPAANNNNEE--AALLAARRMM
binnentemperatuur onder +2º C daalt, om te
voorkomen dat de producten door bevriezen
worden beschadigd.
BBiinnnneenniinnrriicchhttiinngg
Afhankelijk van de serie horen bij de serie-
uitrusting van de apparaten schuifladen of
inlegroosters, die variabel in hoogte kunnen
worden geordend.
De last moet gelijkmatig worden verdeeld over de
schuifladen resp. roosters.
De schuifladen alleen uittrekken aan de hiervoor
bedoelde greep.
Om de schuiflade te verwijderen (bijv. voor
reiniging), moet deze tot aan de aanslag worden
uitgetrokken en vervolgens worden opgetild.
De toestellen zijn zo geconstrueerd dat ze met de
originele uitrusting optimaal functioneren. Indien
er binnenuitrustingen van andere leveranciers
zouden moeten worden ingezet, dan moet dit in
elk geval in samenspraak met de producent
gebeuren.