Operation Manual

11
AAllaarrmm-- eenn ffoouuttmmeellddiinnggeenn
De volgende alarmmeldingen kunnen door de elektronica worden gegenereerd.
Raadpleeg het hoofdstuk Alarmsituaties voor meer informatie.
DEUR OPEN zie statusmelding “DEUR OPEN”
WARM ALARM Deze alarmmelding verschijnt van zodra de binnentemperatuur de
opgegeven hoogste alarmgrens overschrijdt. Er wordt een temperatuur-
warm-alarm in de alarmhistoriek opgeslagen. De alarmmelding
verdwijnt van zodra de temperatuur de bovenste alarmgrens opnieuw
bereikt.
KOUD ALARM Deze alarmmelding verschijnt van zodra de binnentemperatuur de
opgegeven laagste alarmgrens overschrijdt. Er wordt een temperatuur-
koud-alarm in de alarmhistoriek opgeslagen. De alarmmelding
verdwijnt van zodra de temperatuur de laagste alarmgrens opnieuw
bereikt.
STROOMPANNE Deze melding verschijnt wanneer bij een ingeschakeld toestel de
stroomtoevoer wordt onderbroken. Er wordt een stroompanne-alarm
opgeslagen in de alarmhistoriek. De alarmmelding verdwijnt van zodra
de stroomtoevoer opnieuw tot stand gebracht is.
Als een van de volgende foutmeldingen verschijnt in de weergave, dan is er
een defect of een slechte werking en het betreffende onderdeel moet door
de onderhoudsdienst worden hersteld of vervangen.
BAT.1 LAAG/FOUT Deze melding verschijnt als de interne hoofdbatterij defect of ontladen
is. Gelijktijdig verschijnt ook het batterijsymbool op de display.
BAT.2 LAAG/FOUT Deze melding verschijnt als de optionele extra batterij defect of
ontladen is. Gelijktijdig verschijnt ook het batterijsymbool op de display.
FOUT REGELSENSOR Uitvallen van de regelsensor. Het toestel functioneert verder in de
“NOODWERKING -modus.
FOUT DISPLAYSENSOR Uitvallen van de weergavesensor. In dit geval wordt de weergavefunctie
door de regelsensor overgenomen.
OMGEV.SENSOR FOUT Uitvallen van de omgevingstemperatuursensor.
E1 / CONFIGURATIEFOUT Configuratiefout: fout in de parameterinstelling. Het toestel start niet.
E2 Elektronicafout. Het toestel werkt niet meer.
COMM. FOUT Geen communicatie tussen interface en mainboard. Het toestel werkt
niet meer.
NOODWERKING Zware fout, het toestel functioneer echter verder in de
“NOODWERKING”-modus, d.w.z. de compressor schakelt volgens een
vooraf ingesteld ritme aan en uit.vooraf ingesteld ritme aan en uit.