Operation Manual
1 Algemene informatie
GebruiksaanwijzingB2100 - 6 -
NL
1.4. Hoe u de airconditioner gebruikt
De prestatie van de airconditioner kan worden verbeterd door een
paar simpele maatregelen.
– Verbeter de warmte-isolatie van het voertuig door alle openingen te
sluiten en alle glazen oppervlakken met reflecterende gordijnen te
bedekken.
– Vermijd het onnodig openen en sluiten van deuren en ramen.
– Kies de meest geschikte temperatuur en snelheid.
– Zet de luchtkleppen in de juiste stand.
Neem de volgende maatregelen om problemen te voorkomen en de ri-
sico's voor uzelf en anderen te beperken:
– wacht altijd een aantal minuten (tenminste 3) voordat u probeert de
airconditioner aan te zetten nadat u hem hebt uitgezet. Op deze
manier voorkomt u dat de compressor wordt beschadigd.
– zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitlaten niet door doeken, papier
of andere objecten worden geblokkeerd.
– steek geen handen of voorwerpen in de openingen.
– besproei de airconditioner niet met water.
– houd ontvlambare stoffen uit de buurt van de airconditioner.
Stroomrichting lucht instellen
Positioneer de luchtcirculatiekleppen om de lucht in de gewenste richting te laten stromen. Waarschuwing: sluit nooit beide circulatiekleppen
tegelijk terwijl de eenheid in bedrijf is!










