Operating Instructions and Installation Instructions

A-XII
Bijvoegsel
4
4 Diagnose storingen - alarm
 Verklaring Maatregelen
 
   
 
De warmtepomp werd bij het bereiken van de
onderste gebruiksgrens uitgeschakeld resp.
warmtebron levert te weinig energie
Maak filter in de vuilzeef schoon.
Ontlucht het warmtebronsysteem
Controleer glycolwater resp. waterdebiet
  

Verdamper bevroren of systeemtemperaturen
te laag (< 18 °C).

De warmtepomp werd door het bereiken van de
maximale vertrektemperatuur uitgeschakeld.
Verlaag verwarmingscurve
Verhoog verwarmingswaterdebiet
Zet overstroomventiel verder open
 
De warmtepomp is geblokkeerd Zet de modus naar auto-modus door herhaald
op de modustoets te drukken
Geef de externe blokkering op de regelaar
(ID3,4) vrij

Temperatuurverschil tussen vertrek en terugloop
voor de ontdooiing te groot of negatief
Controleer het verwarmingswaterdebiet
Controleer overstroomventiel en
pompdimensie
Vertrek en terugloop verwisseld
  
 
Informeer de klantenservice


Stroomconsumptie van de bron- of
glycolwaterpomp boven de schakelwaarde
Controleer instelwaarde
 
Debietschakelaar werkt niet Waterdebiet van bron te laag
  
Bereikbare warmwatertemperatuur gedurende
werking van warmtepomp onder 35 °C
Debiet van warmwatercirculatiepompen te laag
Terugslagklep van verwarming defect



Vertrektemperatuur verwarming onder 7 °C Verhoog temperatuur van verwarmingswater
Verhoog verwarmingswaterdebiet
 
Draaiveldrichting verkeerd
Fase-uitval
Startstroom van compressor te groot
Onderspanning
Bedrijfsstroom van compressor te groot
Overtemperatuur softstartsysteem
Netfrequentie verkeerd
Draaiveld controleren
Lastontspanning controleren
Servicedienst informeren




Noodzakelijke uitbreidingsmodules (bijv. voor de
koelfunctie) zijn niet met de
warmtepompmanager verbonden
Verbindingsleiding controleren:
- leiding onderbroken
- stekker los
- losse leidingen verwisseld
Spanningsvoorziening controleren:
- reservezekering in de veiligheidssokkel