Operating Instructions and Installation Instructions

NL-35
Nederlands
Kouproductie door passieve koeling 12.4
12.2.2 Warmtepompen met bijkomende warmtewisselaar ter uitputting van afgegeven
warmte
Door een bijkomende warmtewisselaar in het hete gas kan de
gedurende de koeling afgegeven warmte voor de warmwater- of
zwembad-bereiding gebruikt worden. Hiertoe moet in het menu
de warmtewisselaar op “JA” gezet worden.
De aanvragen worden als volgt bewerkt:
Koeling voor
Warm water voor
Zwembad
In het menu-item “Instellingen – warm water” wordt de maximum
temperatuur “parallelle verwarm – WW” ingesteld. Zolang de
warmwatertemperatuur beneden deze grens blijft, loopt tijdens
de koeling ook de warmwater-circulatiepomp. Na het bereiken
van de ingestelde maximum temperatuur wordt de
warmwaterpomp uitgeschakeld en de zwembadpomp
ingeschakeld (onafhankelijk van de zwembadthermostaat-
ingang).
Indien er geen koelaanvraag bestaat, kunnen warmwater- of
zwembadaanvragen bewerkt worden. Echter worden deze
functies telkens na een ononderbroken looptijd van maximaal 60
minuten afgebroken, om een aanstaande koelaanvraag met
grotere prioriteit te bewerken.
12.3 Kouproductie door passieve koeling
Grondwater en grond zijn op grotere diepte in de zomer veel
koeler dan de omgevingstemperatuur. Een in de grondwater-
resp. glycolwaterkringloop ingebouwde plaatwarmtewisselaar
overbrengt het koelvermogen naar de verwarmings-/
koelkringloop. De compressor van de warmtepomp is niet actief
en staat derhalve voor de warmwaterbereiding ter beschikking.
De parallelle werking van koelen en warmwaterbereiding kan in
het menu-item “Instellingen – warm water – parallel koelen-WW”
worden geactiveerd.
OPMERKING
Voor de parallelle werking van koelen en warmwaterbereiding dienen er
bijzondere eisen aan de hydraulische integratie te worden gesteld (zie
projecteringsdocumenten).
Het gedrag van de primaire pomp (M11), de primaire pomp
koelen (M12) en de verwarmings-circulatiepomp (M13) in de
koelmodus kan onder Instellingen-pompsturing worden
veranderd.
12.4 Beschrijving van het koelprogramma
12.4.1 Bedrijfsmodus koeling
De functies voor de koeling worden als de 6de bedrijfsmodus
handmatig geactiveerd, er wordt niet automatisch omgeschakeld
tussen verwarmings- en koelmodus. Een externe omschakeling
via de ingang N17.1-J4-ID4 is mogelijk.
De bedrijfsmodus “Koelen” kan alleen geactiveerd worden,
indien de koelfunctie (actief of passief) in de voorconfiguratie
vrijgegeven is.
Uitschakelen van de kouproductie
Ter beveiliging zijn de volgende grenzen voorzien:
De vertrektemperatuur daalt beneden de waarde van 7 °C
Activering van de dauwpuntbewaker op gevoelige plekken
in het koelsysteem
Bereiken van het dauwpunt bij een uitsluitend stille koeling
12.4.2 Activering van de koelfuncties
Bij de activering van de koelmodus worden er bijzondere
regelfuncties uitgevoerd. Deze koelfuncties worden apart van de
overige regelfuncties door de koelregelaar overgenomen.
De volgende oorzaken kunnen de activering van de koelfunctie
verhinderen:
De buitentemperatuur is lager dan 3 °C (dreigende vorst)
De buitentemperatuur ligt bij reversibele lucht/water-
warmtepompen onder de gebruiksgrens koelen.
De koelregelaar is niet voorhanden of de verbinding is
gestoord
In de instellingen werd er noch voor stille noch voor
dynamische koeling “Ja” gekozen
In deze gevallen blijft de bedrijfsmodus koeling actief, de regeling
gedraagt zich echter zoals in de zomerbedrijfsmodus.
12.4.3 Deactivering van circulatiepompen in koelmodus
Bij een warmtepomp-verwarmingssysteem met twee
verwarmingskringen kan de verwarmings-circulatiepomp van
de 1ste of 2de verwarmingskring in koelmodus worden
gedeactiveerd.
De verwarmings-circulatiepomp van de 1ste verwarmingskring
(M14) is in koelmodus niet actief, wanneer er uitsluitend stille
koeling is geconfigureerd.
De verwarmings-circulatiepomp van de 2de verwarmingskring
(M15) is in koelmodus niet actief, wanneer er uitsluitend
dynamische koeling is geconfigureerd.
OPMERKING
Door het potentiaalvrije contact N17.2 / N04 / C4 / NC4 kan een
omschakeling van verwarmingscomponenten worden uitgevoerd (b.v.
ruimtetemperatuurregelaar)
Passieve koeling
Het koelsysteem kan zowel via de aanwezige verwarmings-
circulatiepomp (M13) als ook via een additionele koel-
circulatiepomp (M17) worden verzorgd.