Operating Instructions and Installation Instructions
NL-27
Nederlands
Thermische desinfectie 9.3
Tab. 8.2: Vrijgave van de heropwarming warm water met een flensverwarming (de instellingen gebeuren volgens gebruiksaanwijzing)
8.3 Thermische desinfectie
Voor de thermische desinfectie wordt een starttijdstip
aangegeven. Met het starten van de thermische desinfectie
wordt onmiddellijk erna getracht, de ingestelde temperatuur te
bereiken. De keuze van de hiervoor gebruikte warmtegenerator
voor de bereiding van warm water is afhankelijk van de
werkwijze van het warmtepompsysteem, de configuraties en de
actuele toestanden van de installatie. De thermische desinfectie
wordt beëindigd, wanneer de ingestelde temperatuur bereikt is.
Om het instelmenu “thermische desinfectie” vrij te geven, moet in
de voorconfiguratie een bivalent verwarmingssysteem en/of een
flensverwarming met “Ja” ingesteld zijn.
OPMERKING
Indien na 4 uren de gewenste temperatuur niet bereikt is, wordt de
thermische desinfectie afgebroken. De ingestelde starttijd kan voor
iedere weekdag individueel geactiveerd of opgeheven worden.
9 Beschrijving van het programma
9.1 Storingen
Bij storingen wordt de warmtepomp geblokkeerd. Bij bivalente
installaties zorgt de tweede warmtegenerator voor de
verwarming en de warmwaterbereiding. Bij mono-energetische
installaties wordt de warmwaterbereiding gestopt. Het
dompelverwarmingselement houdt de minimaal toegestane
teruglooptemperatuur.
De warmtepompmanager geeft bestaande storingen als niet-
gecodeerde tekst aan en bovendien knippert de (ESC) toets
rood. De warmtepomp is geblokkeerd. Na het verhelpen van de
storing kan de warmtepomp door drukken van de (ESC) toets
weer in werking worden gesteld. (ook door uitschakelen van de
stuurspanning wordt een bestaande storing gekwiteerd.)
OPMERKING
Bij mono-energetische installaties kan door omschakeling naar de
modus 2dewarmtegenerator de verwarming door het
dompelverwarmingselement en de warmwaterbereiding door de
flensverwarming worden overgenomen.
9.2 Grenstemperatuur (bivalentiepunt)
De buitentemperatuur, bij welke de warmtepomp nog net aan de
warmtebehoefte kan voldoen, wordt grenstemperatuur of
bivalentiepunt genoemd. Dit punt is gekenmerkt door de
overgang van de uitsluitende warmtepompwerking naar
bivalente werking gezamenlijk met dompelverwarmingselement
of ketel.
Het theoretische bivalentiepunt kan van het optimum afwijken.
Vooral in de overgangstijd (nachten koud, warme dagen) kan
m.b.v. een lager bivalentiepunt het energieverbruik volgens de
voorkeur en gewoontes van de gebruiker verlaagd worden.
Derhalve is het mogelijk, aan de warmtepompmanager een
grenstemperatuur voor de vrijgave van de 2dewarmtegenerator
in het menu „Instellingen – 2de warmtegenerator –
grenswaarde“ ingesteld worden.
Gewoonlijk wordt de grenstemperatuur alleen bij mono-
energetische installaties met lucht/water-warmtepompen of bij
bivalente installaties in combinatie met ketels gebruikt.
Bij mono-energetische werking wordt er naar een
grenstemperatuur van –5 °C gestreefd. De grenstemperatuur
wordt bepaald uit de buitentemperatuurgeregelde
warmtebehoefte van een gebouw en de
verwarmingskarakteristiek van de warmtepomp.
Indien in de voorconfiguratie “bedrijfswijze-bivalent-
alternatief” ingesteld is, wordt de warmtepomp geblokkeerd,
wanneer de buitentemperatuur onder de ingestelde
grenstemperatuur blijft.
9.3 Afsluiting elektriciteitsmaatschappij / blokkering van de werking van de
warmtepomp
Een tijdelijke uitschakeling van de warmtepomp kan door de
Energie-Voorzienings-Bedrijven (EVB) tot een voorwaarde voor
een voordelig stroomtarief gemaakt worden. Tijdens een
afsluiting elektriciteitsmaatschappij wordt de spanning aan klem
X3/A1 onderbroken.
Bij installaties zonder afsluiting elektriciteitsmaatschappij dient
aan de overeenkomstige klempunten de bijgevoegde brug
geplaatst te worden.
De instelling van de afsluiting elektriciteitsmaatschappij gebeurt
in het menu „Instellingen 2de warmtegenerator – EVB-
blokkering“.
Bij bivalente installaties kan er verschillend op een afsluiting
elektriciteitsmaatschappij gereageerd worden:
EVB1: Warmtepomp geblokkeerd, de 2de warmtegenerator
wordt alleen op vermogensniveau 3 (zie Hoofdstuk 9.5 op
pag. 29) vrijgegeven.
Menu Ondermenu Instelwaarde
Voorconfiguratie Warmwaterbereiding Ja
Voorconfiguratie Flensverwarming Ja
Instellingen Heropwarming warm water Ja










