Operating Instructions and Installation Instructions
NL-22
Nederlands
6.5
6.5 Modem / pc-aansluiting
In het menu “Modem” wordt de noodzakelijke configuratie van de
modem ingesteld. Het inbouwvoorschrift is in de
montageaanwijzingen van het gebruikte afstandsdiagnose-
systeem te vinden. Alle veranderingen t.o.v. de fabrieksinstelling
moeten goed gecontroleerd worden, omdat een bestaande
verbinding mogelijk verbroken wordt.
Aanpassing van de interface voor de
afstandsdiagnose
Instelbereik Display
Keuze van de baudrate waarmee data via de
seriële interface uitgewisseld worden. Het moet
gewaarborgd zijn, dat aan beide
communicatiezijden dezelfde baudrate ingesteld is.
19200
9600
4800
2400
1200
altijd
Iedere aansluiting kan een eigen adres verkrijgen.
In de regel kan deze waarde op 001 ingesteld
blijven.
0
...001...
199
altijd
Met de instelling Protocol wordt aangegeven,
welke soort afstandsdiagnose gebruikt wordt
(lokaal of modem)
Lokaal
Remote
Modbus
GSM
altijd
De afstandsdiagnose-functie kan met een
wachtwoord beveiligd worden.
0
... 1234...
9999
altijd
Deze functie is momenteel nog niet in gebruik.
Hier wordt ingesteld, met welk soort
telefoonverbinding de afstandsdiagnose via
modem plaatsvindt.
Toon
Puls
altijd
altijd
Hier kan er gekozen worden, na hoeveel beltonen
de regelaar voor een afstandsdiagnose antwoordt.
0
... 1...
9
altijd
Deze functie is momenteel nog niet in gebruik. Nee
Ja
altijd
Om diagnoses te stellen (in combinatie met pCO-
webkaart) kan hier een functie geactiveerd worden,
die in bepaalde intervallen de waarde van een
variabele verandert. De tijdbasis is 1 minuut. Is de
factor nul, dan is de functie inactief. De variabele
wordt aan een overkoepelend diagnose-apparaat
gegeven en wordt in de interval voor 30 seconden
van “0” op “1” gezet.
0
...
30000
altijd










