Operating Instructions and Installation Instructions
NL-14
Nederlands
6.1
Het eindpunt van de verwarmingscurve moet
volgens de dimensies van het
verwarmingssysteem ingesteld worden. Hierbij
moet afhankelijk van de plaatsing van de voeler
de maximale vertrek- of teruglooptemperatuur
ingevoerd worden.
20 °C
... 30 °C ...
70 °C
2e Verwarmingskring
resp.
3e verwarmingskring
Regeling volgens de
buitentemperatuur
Parallelle verschuiving van de ingestelde
verwarmingscurve voor de
2de verwarmingskring. Wanneer er één keer
op de pijltjestoetsen gedrukt wordt, wordt de
verwarmingscurve 1 °C naar boven (warmer) of
naar beneden (kouder) verschoven.
Balkjes 2e Verwarmingskring
resp.
3e verwarmingskring
Verwarmen
Instelling van de gewenste
teruglooptemperatuur bij keuze van vaste
waarde reg.
15 °C
... 40 °C ...
60 °C
2e Verwarmingskring
resp.
3e verwarmingskring
Vaste waarde
2de verwarmingskrin
g
resp.
3e verwarmingskring
Voor vloerverwarmingen en
radiatorverwarmingen zijn verschillende
maximale temperaturen toegestaan. De
bovenste grenswaarde van de gewenste
teruglooptemperatuur kan tussen 25 °C en
70 °C ingesteld worden.
25 °C
... 50 °C ...
70 °C
2e Verwarmingskring
resp.
3e verwarmingskring
Verwarmen
De hysteresis van de gewenste
teruglooptemperatuur vormt de neutrale zone
voor de werking van de warmtepomp.
0,5K
...
2K
2e Verwarmingskring
resp.
3e verwarmingskring
Verwarmen
Al naargelang de gebruikte mengkraan
verschilt de looptijd tussen de eindposities
OPEN en DICHT. Voor een optimale
temperatuurregeling dient de looptijd van de
mengkraan ingesteld te worden.
1 min
... 4 min ...
6 min
2e Verwarmingskring
resp.
3e verwarmingskring
Verwarmen
Instellingen voor het verlagen van de
verwarmingskarakteristiek 2de/
3de verwarmingskring
2e Verwarmingskring
resp.
3e verwarmingskring
Verwarmen
Instelling van periodes, waarin een daling voor
de 2/3de verwarmingskring gewenst is.
00:00
...
23:59
2e Verwarmingskring
resp.
3e verwarmingskring
Verwarmen
Instelling van de temperatuurwaarde, waarmee
de verwarmingskarakteristiek van de 2de/
3de verwarmingskring gedurende een daling
verlaagd dient te worden.
0K
...
19K
2e Verwarmingskring
resp.
3e verwarmingskring
Verwarmen
Voor iedere weekdag kan er individueel
gekozen worden, of Tijd1, Tijd2, geen tijd of
beide tijden voor een daling geactiveerd
worden. Dalingen van meer dan één weekdag
worden telkens bij omschakeling naar de
volgende dag geactiveerd/opgeheven.
N
T1
T2
J
2e Verwarmingskring
resp.
3e verwarmingskring
Verwarmen
Alle instellingen voor het verhogen van de
verwarmingskarakteristiek 2de/
3de verwarmingskring
2e Verwarmingskring
resp.
3e verwarmingskring
Verwarmen
Systeemspecifieke parameters Instelbereik Display










