Operating Instructions and Installation Instructions

NL-12
Nederlands
6.1
 
Instellingen voor de 1ste verwarmingskring 1e verwarmingskring
 
 
Voor de 1ste verwarmingskring kunnen de
volgende opties voor de verwarmingsregeling
ingesteld worden:
* Regeling van de teruglooptemperatuur
afhankelijk van de buitentemperatuur en de
ingestelde verwarmingscurve
* Regeling van de teruglooptemperatuur via
een vaste waarde (horizontale
verwarmingscurve)
* Regeling van de teruglooptemperatuur
afhankelijk van de ruimtetemperatuur van een
referentieruimte
Buitentemperatuur
Vaste waarde
Ruimtetemperatuur
1e verwarmingskring
Ruimtetemperatuur:
niet bivalent-regene-
rat.
niet
3e verwarmingskring
of
stille koeling
  
 
Het eindpunt van de verwarmingscurve moet
volgens de dimensies van het
verwarmingssysteem ingesteld worden.
Hiertoe dient de maximale
teruglooptemperatuur ingevoerd te worden, die
uit de gecalculeerde maximale
vertrektemperatuur min het
temperatuurverschil in het
verwarmingssysteem (spreiding) volgt.
20 °C
... 30 °C ...
70 °C
1e Verwarmingskring
Regeling volgens de
buitentemperatuur
  
  
Parallelle verschuiving van de ingestelde
verwarmingscurve voor de
1e verwarmingskring. Wanneer er één keer op
de pijltjestoetsen gedrukt wordt, wordt de
verwarmingscurve 1 °C naar boven (warmer) of
naar beneden (kouder) verschoven.
Balkjes 1e Verwarmingskring
Regeling volgens de
buitentemperatuur
    
  
Instelling van de gewenste
teruglooptemperatuur bij keuze van vaste
waarde reg.
15 °C
... 40 °C ...
60 °C
1e Verwarmingskring
Vaste waarde 1ste
verwarmingskring
  


Instelling van de gewenste ruimtetemperatuur
en het I-aandeel bij keuze van
ruimtetemperatuur-regeling
15,0 °C / 001
... 20,0 °C .../ ...60 ...
30,0 °C / 999
1e Verwarmingskring
Ruimteregeling 1ste
verwarmingskring
  

Instelling van de minimalen
teruglooptemperatuur bij keuze van
ruimtetemperatuur-regeling
15 °C
... 20 °C ...
30 °C
1e Verwarmingskring
Ruimteregeling 1ste
verwarmingskring
  

Voor vloerverwarmingen en
radiatorverwarmingen zijn verschillende
maximale temperaturen toegestaan. De
bovenste grenswaarde van de gewenste
teruglooptemperatuur kan tussen 25 °C en
70 °C ingesteld worden.
25 °C
... 50 °C ...
70 °C
1e Verwarmingskring
  
  
De hysteresis van de gewenste
teruglooptemperatuur vormt de neutrale zone
voor de werking van de warmtepomp. Wanneer
de temperatuur “gewenste
teruglooptemperatuur plus hysteresis” bereikt
wordt, schakelt de warmtepomp zichzelf uit.
Wanneer de temperatuur “gewenste
teruglooptemperatuur min hysteresis” bereikt
wordt, schakelt de warmtepomp zichzelf in.
0,5K
... 2K ...
5K
1e verwarmingskring
  

Instellingen voor het verlagen van de
verwarmingskarakteristiek 1ste
verwarmingskring
1e verwarmingskring
  


Instelling van periodes, wanneer een daling
voor de 1ste verwarmingskring gewenst is.
00:00
...
23:59
1e verwarmingskring

Systeemspecifieke parameters Instelbereik Display