Operation Manual
Inbedrijfname 15
devolo dLAN 500 duo
3.3 Functies
De dLAN 500 duo is voorzien van een controlelamp
(LED), twee netwerkaansluitingen en de coderings-
knop.
Controlelamp
De controlelamp (LED) geeft de status aan van de
dLAN 500 duo door verschillende knipper- en lichtge-
drag aan:
쎲 De LED knippert regelmatig (van 2 s), wanneer
de dLAN 500 duo op het elektriciteitsnetwerk
is aangesloten, maar er geen dLAN-verbinding
is.
쎲 De LED brandt, wanneer de dLAN 500 duo
bedrijfsgereed is en er een dLAN-verbinding
is.
쎲 De LED knippert snel, wanneer de codering
(Pairing) in het dLAN-netwerk wordt uitgevoerd.
쎲 De LED knippert met onregelmatige tussen-
pozen (1 s/15 s), wanneer de dLAN 500 duo zich
in de stroombesparingsmodus bevindt.
Netwerkaansluiting
Hier verbindt u de dLAN 500 duo via de netwerkkabel
met een computer en/of een ander netwerkapparaat.
Coderingsknop
Gegevenscodering met een druk op de knop; Lees voor
de werkwijze van de coderingsknop verder in het
hoofdstuk 4.2 dLAN-netwerk met een druk op de
knop coderen.
Zorg ervoor dat alle dLAN-apparaten
die aan uw netwerk toegevoegd moe-
ten worden, ook op het elektriciteits-
net aangesloten zijn. Een dLAN-
apparaat zal na korte tijd op de stand-
by-modus overgaan wanneer er geen
ingeschakeld netwerkapparaat (bijv.
een computer) op de netwerkpoort is
aangesloten. In de standby-modus is
het dLAN-apparaat niet via het elektri-
citeitsnet bereikbaar. Zodra het op de
netwerkpoort aangesloten netwerkap-
paraat (bijv. een computer) opnieuw is
ingeschakeld, zal uw dLAN-apparaat
weer via het elektriciteitsnet bereik-
baar zijn.
3.4 De dLAN 500 duo aansluiten
In dit gedeelte laten wij u zien hoe u de dLAN 500 duo
op een computer en/of op een ander netwerkapparaat
kunt aansluiten.










