Dell™ XPS™ M1730 Eigenaarshandleiding Model PP06XA w w w. d e l l . c o m | s u p p o r t . d e l l .
N.B. kennisgevingen en waarschuwingen N.B. Een N.B. duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer. KENNISGEVING: Een KENNISGEVING wijst op het risico van beschadiging van de hardware of gegevensverlies aan en geeft aan hoe u dergelijke problemen kunt voorkomen. LET OP: Een WAARSCHUWING duidt het risico aan van schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden. ____________________ De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Inhoud Informatie vinden 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Over de computer Vooraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 Linkerzijaanzicht Rechterzijde . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 Aanzicht achterzijde Aanzicht onderzijde 2 13 . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 De computer instellen . . . . . . . . . . . . . . .
3 Het beeldscherm gebruiken . . . . . . . . . . 39 De helderheid bijstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . 39 Een projector gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . 39 Beelden en tekst groter of scherper weergeven . . . . 40 . . . . . . . . . . . . . 40 . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41 Microsoft® Windows® XP Windows Vista™ De schermresolutie en vernieuwingsfrequentie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41 . . . . . . . . . . . . . . 42 . . . . . . . .
De batterijlading controleren . . . . . . . . . . . . . . Dell™ QuickSet-batterijmeter ® . . . . . . . . . . . ® Microsoft Windows energiemeter Ladingmeter . . . . . . . 49 49 . . . . . . . . . 50 . . . . . . . . . . . . . . . . 50 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50 Batterijvermogen sparen Energiebeheermodi . . . . . . . . . 50 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51 De standby-modus en slaapstand Configuring Power Management Settings . . . . . . .
8 Multimedia gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . 59 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59 Media afspelen met behulp van de afstandsbediening voor de Dell Express Card (optioneel) . . . . . . . . . 61 Cd-, dvd- en Blu-ray Disc™ (BD)-schijven afspelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62 . . . . . . . . . . . . . 63 Schijven afspelen Een cd, dvd of bd kopiëren . . . . . . . . 63 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Geheugenkaartlezer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Dummy-geheugenkaarten . . . . . . . . . . . . . Een geheugenkaart installeren . . . . . . . . . . 89 89 . . . . 90 . . . . . 91 . . . . . . . 91 . . . . . . . . . . . . . . . . . 92 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92 Een (dummy-)geheugenkaart verwijderen 10 Netwerken instellen en gebruiken Een netwerk- of breedbandmodemkabel aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . Een netwerk instellen . Windows XP 88 Windows Vista .
11 De computer beveiligen Beveiligingskabelslot Wachtwoorden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104 12 De computer reinigen . . . . . . . . . . . . . . Computer, toetsenbord en beeldscherm Cd´s, dvd´s en bd´s 105 . . . . . . . . . . . . . . . . . 105 . . . . . . . . . . . . . . . Dell Technical Update Service 107 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107 Problemen met stations . . . . . . . . . . . 112 . . . . . .
De computer reageert niet meer . . . . . . . . . . Een programma reageert niet meer of crasht herhaaldelijk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Een programma is ontwikkeld voor een eerdere versie van Microsoft® Windows® . . . . . . . . Er verschijnt een blauw scherm . 125 . . . . . . . . . . 126 . . . . . . . . . . . 126 127 . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128 Andere softwareproblemen Problemen met het netwerk . . . . . . . . . . . . . .
Stuurprogramma's . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Wat is een stuurprogramma? . . . . . . . . . . . Stuurprogramma's identificeren . . . . . . . . . . Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Hardware- en softwareconflicten oplossen in Microsoft® Windows® XP en Microsoft Windows Vista™ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Het besturingssysteem herstellen . 143 . . . . . . . . 144 . . . . . . . . . . . . . .
ingebouwde kaart met draadloze Bluetooth™technologie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . optisch station . . . . . 162 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163 15 Reizen met uw computer . Uw computer identificeren . . . . . . . . . . . . . . . 165 . . . . . . . . . . . . . . . . . 165 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166 De computer inpakken Reistips 165 . . . . . . . . . . . Reizen met het vliegtuig 16 Help opvragen Hulp verkrijgen . . . . . . . . . . . . . . . . .
17 Specificaties A Bijlage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183 Overzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De vensters van het systeemsetupprogramma weergeven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184 . . . . . . . . . . . . . . . . . 184 . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184 Systeemsetupschermen Vaak gebruikte opties . . . . . . . . . . . . 184 . . . . . . . . . . . . . 186 . . . . . . . . . . .
Informatie vinden N.B. Sommige kenmerken of media kunnen optioneel zijn en zijn misschien niet met deze computer meegeleverd. Sommige kenmerken of media zijn niet beschikbaar in bepaalde landen. N.B. Mogelijk werd er bij uw computer bijkomende informatie geleverd.
Waar bent u naar op zoek? • Garantie-informatie Hier kunt u het vinden DELL™ Productinformatiegids • Algemene voorwaarden (alleen Verenigde Staten) • Veiligheidsinstructies • Informatie over regelgeving • Ergonomische informatie • Gebruiksrechtovereenkomst • De computer instellen Setupdiagram N.B. Uw setupdiagram ziet er mogelijk anders uit. • Servicelabel en code voor expressservice Servicelabel en Microsoft® Windows®licentie Dit label bevindt zich in het batterijcompartiment van uw computer.
Waar bent u naar op zoek? • Microsoft Windows-licentielabel Hier kunt u het vinden Het label bevindt zich op de geheugenmoduleklep aan de onderzijde van de computer. N.B. Als u Windows XP gebruikt, kan het label er anders uitzien. N.B. Als extra veiligheidsmaatregel is het nieuwe licentielabel van Microsoft Windows voorzien van een ontbrekend gedeelte of "gat" om het verwijderen van het label te ontmoedigen.
Waar bent u naar op zoek? • Oplossingen — Probleemwijzer, tips en advies van monteurs en online cursussen, FAQ's • Community — online discussies met andere gebruikers van Dell-producten • Upgrades — Upgrade-informatie voor onderdelen als het geheugen, de vaste schijf en het besturingssysteem.
Waar bent u naar op zoek? • Notebook System Software (NSS)—Als u het besturingssysteem van uw computer opnieuw installeert, moet u ook het hulpprogramma NSS opnieuw installeren. NSS biedt belangrijke updates voor uw besturingssysteem en ondersteuning voor processors, optische stations, USB-apparaten etc. NSS is nodig voor een juiste werking van uw Dell-computer. De software detecteert automatisch de computer en het besturingssysteem en installeert de updates die voor uw configuratie van belang zijn.
Waar bent u naar op zoek? • Informatie over netwerkactiviteit, de wizard Energiebeheer, sneltoetsen en andere elementen die door Dell QuickSet worden aangestuurd.
Over de computer Vooraanzicht 14 15 1 2 13 3 12 11 4 5 10 9 8 7 6 Over de computer 19
1 camera 2 beeldscherm 3 aan/uitknop 4 GamePanel 5 apparaatstatuslampjes 6 rechter luidspreker 7 infraroodsensor 8 mediaknoppen 9 touchpad 10 linker luidspreker 11 Dell™ MediaDirect™-knop 12 statuslichtjes toetsenbord 13 digital array-microfoons (2) 14 beeldschermvergrendeling 15 cameralampje CAMERA — Ingebouwde camera voor video-opname, vergaderen en chatten. BEELDSCHERM — Zie "Het beeldscherm gebruiken" op pagina 39 voor meer informatie over uw beeldscherm.
APPARAATSTATUSLAMPJES Gaat branden als u de computer aanzet en knippert als de computer zich in een energiebeheermodus bevindt. Gaat branden wanneer de computer gegevens leest of wegschrijft. KENNISGEVING: Als u gegevensverlies wilt voorkomen, mag u nooit de computer uitzetten wanneer het lampje knippert Gaat aanhoudend branden of knipperen om de status van de batterijlading aan te geven. Gaat branden wanneer er draadloze apparaten zijn geactiveerd.
TOUCHPAD — Biedt de functionaliteit van een muis ("Touchpad" op pagina 45). I N F R A R O O D S E N S O R — Infraroodsensor voor het bedienen van de afstandsbediening. M E D I A B E D I E N I N G S K N O P P E N — Hiermee bedient u het afspelen van bestanden vanaf een cd, dvd of via Media Player. Hiermee zet u het geluid uit. Hiermee speelt u het vorige nummer af. Hiermee vermindert u het volume. Hiermee speelt u het volgende nummer af. Hiermee verhoogt u het volume. Hiermee stopt u het afspelen.
D E L L ™ M E D I A D I R E C T ™- K N O P — Druk op de Dell MediaDirect-knop om Dell MediaDirect te starten (zie "Dell MediaDirect™ gebruiken" op pagina 67).
STATUSLAMPJES TOETSENBORD De blauwe lampjes boven het toetsenbord geven het volgende aan: 9 Gaat branden wanneer het numeriek toetsenbord is geactiveerd. A Gaat branden wanneer de Caps Lock-functie is geactiveerd. Gaat branden als de scroll lock-functie is geactiveerd. D I G I T A L E M I C R O F O O N S — Digitale richtmicrofoons voor videovergaderingen en chatten. M O N I T O R V E R G R E N D E L I N G — Houdt de monitor dicht.
Linkerzijaanzicht 1 2 3 4 5 6 7 8 1 DVI-I-aansluiting (dual link) 2 S-video-aansluiting 3 USB-aansluiting 4 IEEE 1394-aansluiting 5 8-in-1 geheugenkaartlezer 6 mediacompartiment 7 microfoonaansluiting 8 koptelefoonaansluitingen (2) DVI-I- A A N S L U I T I N G — Hiermee sluit u een DVI- of VGA-monitor aan (via een dongle). S - V I D E O - A A N S L U I T I N G — Hiermee sluit u de computer aan op een televisie.
8 - I N -1 G E H E U G E N K A A R T L E Z E R — Dit biedt een snelle en makkelijke manier voor het weergeven en delen van digitale foto's, muziek en video's die op een geheugenkaart zijn opgeslagen.
Rechterzijde 1 2 3 4 5 1 sleuf voor ExpressCard 2 draadloze schakelaar 3 Wi-Fi Catcher™ Network Locator 4 USB-aansluitingen (2) 5 sleuf voor beveiligingskabel SLEUF VOOR E X P R E S S C A R D — Ondersteunt één ExpressCard. De computer wordt geleverd met een plastic dummy-kaart in de sleuf. Raadpleeg voor meer informatie "ExpressCards" op pagina 85.
D E L L W I -F I C A T C H E R ™ N E T W O R K L O C A T O R — Druk op deze knop om te controleren op de aanwezigheid van draadloze netwerken in uw nabijheid. De Wi-Fi Catcher Network Locator is voorzien van een LED-lampje dat als volgt werkt: – Knipperend blauw: Er wordt naar netwerken gezocht – Ononderbroken blauw: Er is een krachtig netwerk gevonden – Aanhoudend geel: Er is een zwak netwerk gevonden – Uit: Geen signaal gedetecteerd N.B.
LET OP: Blokkeer de luchtopeningen niet, duw er geen voorwerpen in en zorg dat er zich geen stof in ophoopt. Bewaar de computer niet in een omgeving waar weinig lucht beschikbaar is, zoals een gesloten koffer. Als u dat toch doet, loopt u het risico van brand of beschadiging van de computer. AANSLUITING VOOR NETADAPTER Hiermee kunt u een netadapter op de computer aansluiten. De netadapter zet wisselstroom om naar de gelijkstroom die voor de computer nodig is.
NETWERKAANSLUITING (RJ-45) KENNISGEVING: Sluit geen telefoonlijn aan op de netwerkaansluiting. Hierdoor voorkomt u schade aan de computer. Hiermee kunt u de computer op een netwerk aansluiten. De twee lampjes naast de aansluiting geven de status en activiteit voor vaste netwerkverbindingen aan. Raadpleeg voor informatie over het gebruik van de netwerkadapter de gebruikshandleiding die met de computer werd meegeleverd.
GEHEUGENMODULEKAP — Bedenkt het compartiment dat de aansluitingen voor geheugenmodules bevat. ONTGRENDELINGSMECHANISMEN BATTERIJCOMPARTIMENT — Maak de batterij vrij. LADINGMETER/STATUSMETER BATTERIJ — Biedt informatie over de batterijlading (zie "De batterijlading controleren" op pagina 48). BATTERIJ — Wanneer een batterij is geïnstalleerd, kunt u de computer ook gebruiken als de computer niet op een stopcontact is aangesloten. VASTE SCHIJF — Slaat software en gegevens op.
Over de computer
De computer instellen Een internetverbinding maken N.B. ISP's en hun pakketten variëren van land tot land. Om een internetverbinding te kunnen maken, hebt u een draadloze modem/router of netwerkverbinding en een internetprovider nodig. Uw ISP biedt u een of meer van de volgende opties voor internetverbinding: • ADSL-verbindingen die internetverbindingen met hoge snelheid bieden via uw bestaande telefoonlijn of mobiele provider.
Als uw bureaublad geen pictogram van de internetprovider bevat, of als u een internetverbinding met een andere internetprovider wilt maken, moet u de stappen in het volgende gedeelte uitvoeren die betrekking hebben op het besturingssysteem van uw computer. N.B. Zie "Problemen met e-mail of internet" op pagina 115 als u problemen hebt bij het verbinding maken met het internet.
Een printer instellen KENNISGEVING: Zorg ervoor dat het installatieprogramma voor het besturingssysteem is voltooid alvorens u een printer op de computer aansluit. Zie de documentatie die bij de printer is meegeleverd voor setupinformatie, inclusief informatie over het: • Verkrijgen en installeren van bijgewerkte stuurprogramma's. • Aansluiten van de printer op de computer. • Laden van papier en het installeren van de toner of het inktpatroon.
1 2 3 1 USB-aansluiting op de computer 3 USB-printerkabel 2 USB-aansluiting printer 3 Zet de printer aan en zet dan de computer aan. 4 Afhankelijk van het besturingssysteem van uw computer kan er een printer-wizard aanwezig zijn die u kan helpen met het installeren van het stuurprogramma voor de printer: Als u Windows Vista™ gebruikt, klikt u op de knop Start van Windows Vista en klikt u op Netwerk→ Een printer toevoegen om de Wizard printer toevoegen te starten.
Stroombeveiligingsvoorzieningen Er zijn verscheidene apparaten beschikbaar die beschermen tegen stroomfluctuaties en -storingen: • Stroomstootbeveiligingen • Spanningsstabilisatoren • UPS (Uninterruptible Power Supplies) Stroomstootbeveiliging Stroomstootbeveiligingen en stekkerdozen die met stroomstootbeveiliging zijn uitgerust, helpen schade aan de computer voorkomen die optreedt als gevolg van stroompieken die kunnen voorkomen tijdens onweer en na stroomstoringen.
UPS (Uninterruptible Power Supplies) KENNISGEVING: Stroomonderbreking tijdens het opslaan van gegevens op de vaste schijf kan resulteren in het verlies van gegevens of schade aan bestanden. N.B. Als u voor maximale werkingsduur van de batterij wilt zorgen, sluit u alleen uw computer aan op een UPS. Sluit andere apparaten, zoals een printer, aan op een afzonderlijk stekkerdoos dat stroomstootbeveiliging biedt. Een UPS beschermt tegen stroomfluctuaties en -onderbrekingen.
Het beeldscherm gebruiken De helderheid bijstellen Als een Dell™-computer batterijstroom gebruikt, kunt u stroom besparen door de helderheid van het beeldscherm in te stellen op het laagste niveau waarbij u zich nog steeds prettig bij voelt door te drukken op en de pijl-omhoog- of pijl-omlaag-toets op het toetsenbord in te drukken. N.B.
Beelden en tekst groter of scherper weergeven N.B. Als u de beeldschermresolutie wijzigt naar een niveau dat niet geschikt is voor uw beeldscherm en computer, is het mogelijk dat het beeld er wazig gaat uitzien of dat tekst moeilijk leesbaar wordt. Voordat u probeert om de beeldscherminstellingen te wijzigen, moet u een notitie van de huidige instellingen te maken zodat u indien nodig de vorige instellingen kunt herstellen.
Windows Vista™ 1 Klik op de knop Start van Windows Vista Start Configuratiescherm. en klik vervolgens op 2 Selecteer onder Vormgeving en aanpassing de optie Beeldschermresolutie bijstellen. 3 Beweeg in het venster Beeldscherminstellingen onder Resolutie de schuifbalk naar links of rechts om de beeldschermresolutie te verlagen of verhogen. 4 Klik op Hoe krijg ik de beste weergave? voor nadere aanwijzingen. De schermresolutie en vernieuwingsfrequentie instellen N.B.
Microsoft Windows XP 1 Klik op Start→ Instellingen→ Configuratiescherm. 2 Klik onder Kies een categorie op Vormgeving en thema's. 3 Klik op het gebied dat u wilt wijzigen onder Kies een taak... of klik op Beeldscherm onder of kies een pictogram. 4 Klik op het tabblad Instellingen in het venster Beeldschermeigenschappen. 5 Probeer verschillende instellingen voor de Kleurkwaliteit en Beeldschermresolutie. N.B.
Het toetsenbord gebruiken Numeriek toetsenblok Het numerieke toetsenblok werkt op dezelfde manier als het numerieke toetsenblok op een extern toetsenbord. • Om het toetsenblok te activeren, drukt u op . Het lampje geeft aan dat het toetsenblok is geactiveerd. • Druk opnieuw op om het toetsenblok uit te schakelen. 9 Toetsenbordverlichting Uw computer is uitgerust met toetsenbordverlichting. Het LCD-deksel is voorzien van verschillende LED-lampjes die licht op het toetsenbord werpen.
Batterij Hiermee geeft u de Dell™ QuickSetbatterijmeter weer. Energiebeheer Hiermee activeert u een energiebeheermodus. U kunt deze sneltoets opnieuw programmeren zodat deze een andere energiebeheermodus activeert. Gebruik hiervoor het tabblad Geavanceerd in het venster Energiebeheer-instellingen. Zet de computer in de slaapstand. Dell QuickSet is vereist.
Om de werking van het toetsenbord te wijzigen, zoals de herhalingssnelheid voor tekens, opent u het Configuratiescherm, klikt u op Hardware en geluid en klikt u vervolgens op Toetsenbord. Zie Windows Help en ondersteuning voor informatie over het Configuratiescherm. Touchpad De touchpad detecteert de druk en de beweging van uw vinger, zodat u de cursor op het beeldscherm kunt verplaatsen. U kunt de touchpad en de touchpad-knoppen op dezelfde manier gebruiken als u een muis zou gebruiken.
• Tip het oppervlak van de touchpad zachtjes aan of druk met uw duim zachtjes op de linkerknop van het touchpad om een object te selecteren. • Als u een object wilt verplaatsen of slepen, plaatst u de cursor op het object en tikt u twee keer op de touchpad. Terwijl u de touchpad voor de tweede keer aantipt, moet u uw vinger op de touchpad laten rusten en het geselecteerde object verplaatsen door uw vinger over het oppervlak te bewegen.
Batterijen gebruiken Batterijprestatie N.B. Raadpleeg voor meer informatie over de Dell-garantie voor uw computer de Productinformatiegids of het garantiedocument die bij uw computer werd geleverd. Voor een optimale prestatie van de computer en tevens om te helpen de instellingen van de BIOS te behouden, dient u de draagbare Dell™-computer te allen tijde te gebruiken terwijl de hoofdbatterij geïnstalleerd is. Er wordt standaard één batterij meegeleverd; deze bevindt zich in het batterijcompartiment. N.B.
• Het op maximale prestatie laten draaien van de computer. Zie "Configuring Power Management Settings" op pagina 52 voor informatie over het openen van de Eigenschappen voor Energiebeheer van Windows of Dell Quickset, die u allebei kunt gebruiken om energiebeheerinstellingen te configureren. U kunt de lading van de batterij controleren voordat u deze in de computer plaatst. U kunt de energiebeheeropties ook zo instellen dat u verwittigd wordt wanneer de batterij bijna leeg is.
Microsoft® Windows® energiemeter De batterijmeter geeft de resterende batterijlading aan. U kunt de energiemeter controleren door te dubbelklikken op het pictogram taakbalk. in de Als de computer op een stopcontact is aangesloten, verschijnt het pictogram .
Waarschuwing batterij bijna leeg KENNISGEVING: U voorkomt dat gegevens beschadigd raken of verloren gaan door uw werk direct op te slaan als u een waarschuwing ontvangt dat de batterij bijna leeg is. Sluit de computer vervolgens op een stopcontact aan. Als de batterij volledig zonder stroom komt te staan, wordt automatisch de slaapstand geactiveerd. U wordt door middel van een pop-upvenster gewaarschuwd als de batterijlading voor ongeveer 90 procent is verbruikt.
KENNISGEVING: Als uw computer geen netstroom en batterijstroom ontvangt terwijl deze zich in de standby- of slaapstand bevindt, is het mogelijk dat er gegevens verloren gaan. Om de stand-bymodus te activeren in Windows XP klikt u op Start→ Computer uitschakelen→ Stand-by. Om de slaapstand in Windows Vista te activeren, klikt u op de knop Start van Windows Vista Start en klikt u op Slaapstand. N.B.
Om de slaapstand in Windows Vista te activeren, klikt u op de knop Start van Windows Vista en klikt u op Sluimerstand. Afhankelijk van de manier waarop u de energiebeheeropties instelt in het venster Eigenschappen voor energiebeheer of met behulp van de QuickSet Power Management Wizard kunt u tevens een van de volgende methoden gebruiken om de slaapmodus te activeren: • Druk op de aan/uit-knop. • Sluit het beeldscherm. • Druk op . N.B.
De batterij opladen Als u de computer aansluit op een stopcontact of een batterij aanbrengt terwijl de computer op een stopcontact is aangesloten, zal de computer de lading en temperatuur van de batterij controleren. Indien nodig zal de netadapter de batterij opladen en de batterijlading op peil houden. N.B. U kunt de batterij in de computer laten zolang u dat wilt. De interne circuits van de batterij voorkomen dat de batterij wordt overladen.
De batterij verwijderen: 1 Zorg ervoor dat de computer uitstaat. 2 Schuif het aan de onderzijde van de computer open en verwijder de batterij uit haar compartiment. Als u de batterij wilt vervangen, volgt u dezelfde procedure in omgekeerde volgorde. Een batterij opslaan Verwijder de batterij als u de computer voor langere tijd opslaat. Een batterij verliest zijn lading als deze gedurende een lange periode niet wordt gebruikt.
De Camera gebruiken De camera is in het beeldscherm van de computer ingebouwd. De camera en de ingebouwde digitale microfoons stellen u in staat om foto's en videoopnamen te maken en zowel visueel als verbaal met andere computergebruikers te. Het blauwe cameralampje gaat branden wanneer. Zie "Specificaties" op pagina 175 voor meer informatie over de camerafunctionaliteit. N.B. Het is normaal dat de camera warm aanvoelt wanneer de computer is ingeschakeld en wanneer de camera wordt gebruikt.
De camerainstellingen handmatig wijzigen Als u niet wilt dat de camera gebruikmaakt van de automatische instellingen, kunt u de camerainstellingen handmatig wijzigen. 1 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram in het systeemvak van Windows en klik op Launch Webcam Console. 2 In het venster Webcam Console doet u het volgende: • Klik op het tabblad Camera om de grafische instellingen zoals het contrast en de helderheid te wijzigen.
De GamePanel gebruiken De Logitech® GamePanel™ is een klein secundair LCD-scherm voor het weergeven van tekst en grafische informatie in de rechter bovenhoek van het dashboard. De GamePanel toont belangrijke spelgegevens, zoals het aantal frames per seconde, de gezondheid etc. zonder dat het hoofdscherm vol komt te staan met informatie. Daarnaast kan het niet-games-gerelateerde informatie weergeven, zoals het geheugenverbruik, het CPU-verbruik etc.
Met de schakelknop van de GamePanel kunt u schakelen tussen de verschillende toepassingen die door de GamePanel worden aangeboden. U kunt de eerste twee bedieningsknoppen van de GamePanel gebruiken om te navigeren tussen waarden en opties op te tabbladen van de LCD Managers. De derde en vierde knop worden gebruikt voor het respectievelijk bevestigen en annuleren van de geselecteerde waarden. Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van de GamePanel het helpbestand van de LCD Manager.
Multimedia gebruiken Schijven afspelen KENNISGEVING: Druk de lade van het optisch station niet naar beneden wanneer u deze opent of sluit. Houd de lade dicht wanneer u het cd- of dvd-station niet gebruikt. KENNISGEVING: Verplaats de computer niet terwijl u een schijf afspeelt. 1 Druk op de eject-knop aan de voorzijde van het station. 2 Plaats de schijf met het etiket naar boven in het midden van de lade en druk de schijf op de spil. 3 Duw de lade terug in het station.
Raadpleeg voor het formatteren van een schijf om er gegevens op te bewaren of naar kopiëren, de software die met de computer werd meegeleverd. N.B. Neem tijdens het kopiëren van media alle copyrightwetten in acht. Een cd-speler heeft de volgende basisknoppen: Hiermee speelt u een bestand af. Hiermee gaat u terug binnen het huidige fragment. Hiermee pauzeert u een bestand. Hiermee gaat u vooruit binnen het huidige fragment. Hiermee stopt u het afspelen van het bestand.
Media afspelen met behulp van de afstandsbediening voor de Dell Express Card (optioneel) De afstandsbediening van de Dell Express Card stelt u in staat om Dell Media Direct en Windows Vista™ Media Center te bedienen. De afstandsbediening werkt alleen in combinatie met de hier vermelde computers. Raadpleeg voor meer informatie de Dell Support-website op support.dell.com.
1 Inrarode zender 2 Pijl omhoog 3 OK/Enter/Selecteren 4 Pijl naar rechts 5 Pijl naar beneden 6 Afspelen/pauzeren 7 Vooruit spoelen 8 Volgende track 9 Stopzetten 10 Vorige track 11 In omgekeerde richting afspelen 12 Terug 13 Pijl naar links 14 Geluid dempen 15 Volume lager zetten 16 Page down 17 Volume hoger zetten 18 Page up Cd-, dvd- en Blu-ray Disc™ (BD)-schijven afspelen N.B. Zorg ervoor dat u alle copyrightwetten in acht neemt wanneer u schijven kopieert. N.B.
Een cd, dvd of bd kopiëren N.B. De meeste in de handel verkrijgbare dvd's en db's zijn voorzien van een copyrightbeveiliging en kunnen niet met behulp van Roxio Creator Plus worden gekopieerd. N.B. Bd-schijven kunnen naar andere bd-schijven worden gekopieerd. N.B. Als u van een bd-r-station naar een bd-re-station kopieert, wordt geen exacte kopie geproduceerd. 1 Klik op Start (Kopiëren). → Alle programma's→ Roxio Creator→ Projects→ Copy 2 Klik op het tabblad Copy op Copy Disc.
Lege dvd+/-r- of bd-r-schijven kunnen worden gebruikt om grote hoeveelheden informatie permanent op te slaan. Nadat u een dvd+/-r- of bdr-schijf hebt gemaakt, is het mogelijk dat u niet meer naar deze schijf zult kunnen schrijven als de schijf is voltooid of gesloten tijdens het laatste stadium in het aanmaakproces voor de schijf. Gebruik een lege dvd+/-rw of bd-re-schijf als van plan bent om u later gegevens op die schijf te wissen, te overschrijven of bij te werken.
Nuttige tips • • • • • • • • • Gebruik Microsoft® Windows® Verkenner om bestanden naar een cd-r of cd-rw te slepen (start eerst Roxio Creator en open een Creator-project). Brand een lege cd-r of cd-rw niet vol tot de maximale capaciteit, Kopieer bijvoorbeeld geen bestand van 650 MB naar een lege cd met een capaciteit van 650 MB. Het cd-rw-station heeft 1–2 MB van de lege ruimte nodig voor het voltooien van de opname. Gebruik cd-r's om muziek-cd's te branden die u op een normale stereo wilt afspelen.
Klik voor meer informatie over de geluidsopties op Help in het venster Volumem-mixer . De volumemeter geeft het huidige volumeniveau op uw computer weer, inclusief gedempt. Klik op het QuickSet-pictogram in het systeemvak en vink Volumemeter op het scherm deactiveren aan of uit, of druk op de volumebedieningsknoppen om de volumemeter op het scherm te deactiveren of activeren.
Dell MediaDirect™ gebruiken Dell MediaDirect is een direct beschikbare multimedia-afspeelmodus voor digitale media. Druk op de Dell MediaDirect-knop op de scharnierkap om Dell MediaDirect te starten.
N.B. Als u opzettelijk de vaste schijf opnieuw formatteert, moet u Dell MediaDirect opnieuw installeren met behulp van de MediaDirect-installatieschijf die met uw computer werd meegeleverd. Raadpleeg het technische gegevensblad Reinstalling Dell MediaDirect dat met uw computer werd meegeleverd. Meer informatie over het gebruik van Dell MediaDirect is beschikbaar via het menu Help in Dell MediaDirect. De computer op een tv- of audioapparaat aansluiten N.B.
2 1 3 4 5 1 S-video TV-out-aansluiting 2 composietvideo-adapter 3 S/PDIF digitale audioaansluiting 4 composietvideo-uitvoeraansluiting 5 S-video-aansluiting 1 2 3 4 5 6 1 S-video TV-out-aansluiting 2 componentvideo-adapter 3 S/PDIF digitale audioaansluiting 4 Pr (rood) componentvideouitvoeraansluiting 5 Pb (blauw) componentvideouitvoeraansluiting 6 Y (groen) componentvideouitvoeraansluiting Als u uw computer op een televisie of een audioapparaat wilt aansluiten, wordt u aangeraden
Wanneer u klaar bent met het aansluiten van de video- en audiokabels tussen uw computer en de televisie, moet u de computer in staat stellen om met de televisie samen te werken. Zie "De weergaveopties voor een tv inschakelen" op pagina 83 voor informatie over het instellen van de computer voor het correct herkennen van en samenwerken met de televisie. Zie daarnaast het gedeelte "S/PDIF digitale audio inschakelen" op pagina 82 voor informatie over het gebruik van digitale S/PDIF-audio.
1 Schakel de computer uit en zet ook de televisie en/of het audioapparaat uit dat u wilt aansluiten. N.B. Als uw televisie- of audioapparaat wel ondersteuning biedt voor S-video maar niet voor digitale S/PDIF-audio, kunt u een S-video-kabel direct op de Svideo TV-out-aansluiting van de computer aansluiten (zonder de televisie/digitale audioadapterkabel). 2 Sluit een uiteinde van de S-video-kabel aan op de S-videouitvoeraansluiting op de computer.
S-Video en S/PDIF digitale audio 1 1 2 S-video TV-out-aansluiting 2 composietvideo-adapter 1 2 3 1 composietvideo-adapter 72 Multimedia gebruiken 2 S-video-kabel 3 S/PDIF digitale audiokabel
1 Schakel de computer uit en zet ook de televisie en/of het audioapparaat uit dat u wilt aansluiten. 2 Sluit de composietvideo-adapter aan op de S-video tv-out-aansluiting op de computer. 3 Sluit een uiteinde van de S-video-kabel aan op de S-videouitvoeraansluiting op de composietvideo-adapter. 2 1 1 composietvideo-adapter 2 S-video-kabel 4 Sluit het andere uiteinde van de S-video-kabel aan op de S-videoinvoeraansluiting op de computer.
Composietvideo en standaardaudio 1 2 1 audio-invoeraansluiting 3 composietvideo-adapter 3 2 S-video TV-out-aansluiting 1 2 3 74 1 composietvideo-adapter 3 standaardaudiokabel Multimedia gebruiken 2 composietvideo-kabel
1 Schakel de computer uit en zet ook de televisie en/of het audioapparaat uit dat u wilt aansluiten. 2 Sluit de composietvideo-adapter aan op de S-video tv-out-aansluiting op de computer. 3 Sluit een uiteinde van de composietvideo-kabel aan op de composietvideouitvoeraansluiting op de composietvideo-adapter. 1 2 1 composietvideo-adapter 2 composietvideo-kabel 4 Sluit het andere uiteinde van de composietvideokabel aan op de composietvideo-input-aansluiting op de televisie.
Composietvideo en S/PDIF digitale audio 1 1 2 S-video TV-out-aansluiting 2 composietvideo-adapter 1 2 3 76 1 composietvideo-adapter 3 standaardaudiokabel Multimedia gebruiken 2 composietvideo-kabel
1 Schakel de computer uit en zet ook de televisie en/of het audioapparaat uit dat u wilt aansluiten. 2 Sluit de composietvideo-adapter aan op de S-video tv-out-aansluiting op de computer. 3 Sluit een uiteinde van de composietvideo-kabel aan op de composietvideoinvoeraansluiting op de composietvideo-adapter. 1 2 1 composietvideo-adapter 2 composietvideo-kabel 4 Sluit het andere uiteinde van de composietvideokabel aan op de composietvideo-input-aansluiting op de televisie.
Componentvideo en standaardaudio 1 1 2 S-video TV-out-aansluiting 2 componentvideo-adapter 1 2 3 78 1 componentvideo-adapter 3 standaardaudiokabel Multimedia gebruiken 2 componentvideo-kabel
1 Schakel de computer uit en zet ook de televisie en/of het audioapparaat uit dat u wilt aansluiten. 2 Sluit de componentvideo-adapter aan op de S-video tv-out-aansluiting op de computer. 3 Sluit alle drie de uiteinden van de componentvideo-kabel aan op de componentvideo-uitvoeraansluitingen op de componentvideo-adapter. Zorg ervoor dat de rode, groene en blauwe kleuren van de kabel op de overeenkomstige adapterpoorten worden aangesloten.
Componentvideo en S/PDIF digitale audio 1 1 S-video TV-out-aansluiting 2 2 componentvideo-adapter 1 2 3 80 1 componentvideo-adapter 3 standaardaudiokabel Multimedia gebruiken 2 componentvideo-kabel
1 Schakel de computer uit en zet ook de televisie en/of het audioapparaat uit dat u wilt aansluiten. 2 Sluit de componentvideo-adapter aan op de S-video tv-out-aansluiting op de computer. 3 Sluit alle drie uiteinden van de componentvideokabel aan op de component video-output-aansluitingen op de componentvideoadapter. Zorg ervoor dat de rode, groene en blauwe kleuren van de kabel op de overeenkomstige adapterpoorten worden aangesloten.
6 Sluit het andere uiteinde van de digitale audiokabel aan op de S/PDIFinvoeraansluiting op de televisie of het andere audioapparaat. 7 Zet de aangesloten tv aan, zet het eventueel aangesloten audioapparaat aan (indien van toepassing) en zet dan de computer aan. 8 Zie "De weergaveopties voor een tv inschakelen" op pagina 83 voor informatie over het instellen van de computer voor het correct herkennen van en samenwerken met de tv.
1 2 1 DVI-aansluiting 2 HDMI-aansluiting 1 Schakel de computer uit en zet ook de tv en/of het audioapparaat uit dat u wilt aansluiten. 2 Sluit het DVI-uiteinde van de DVI-naar-HDMI-adapterkabel aan op de DVI-I-aansluiting op de computer. 3 Sluit het andere uiteinde van de DVI-naar-HDMI-adapterkabel aan op de HDMI-aansluiting op de televisie. 4 Sluit het uiteinde met de enkele audiokabel aan op de koptelefoonaansluiting op de computer.
N.B. Raadpleeg Windows Help en ondersteuning om te zien welk type grafische kaart in uw computer is geïnstalleerd. U opent Help en ondersteuning door op Start→ Help en ondersteuning te klikken. Klik bij Kies een taak op Gebruik Hulpprogramma's als u gegevens over deze computer wilt weergeven en problemen wilt onderzoeken. Selecteer vervolgens Hardware onder Gegevens over deze computer.
Kaarten gebruiken ExpressCards ExpressCards bieden additioneel geheugen, vaste en draadloze communicatie-, multimedia- en beveiligingsfunctionaliteit. U kunt bijvoorbeeld een ExpressCard toevoegen om uw computer toegang te geven tot een wireless wireless wide area network (WWAN).
Dummy-ExpressCards Uw computer is verzonden met een plastic dummy-kaart in de sleuf voor de ExpressCard. dummy-kaarten beschermen ongebruikte sleuven tegen stof en andere vuildeeltjes. Bewaar de dummy-kaart voor gebruik wanneer er geen ExpressCard in de sleuf is geïnstalleerd. dummy-kaarten uit andere computers passen mogelijk niet in uw computer. Verwijder de dummy-kaart alvorens u een ExpressCard installeert.
De computer zal de ExpressCard herkennen en automatisch het juiste stuurprogramma herkennen. Als het configuratieprogramma u vraagt om de stuurprogramma's van de fabrikant te laden, moet u de schijf gebruiken die met de ExpressCard werd geleverd. Een ExpressCard of dummy-kaart verwijderen LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, dient u de veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven.
Geheugenkaartlezer De geheugenkaartlezer biedt een snelle en eenvoudige manier om digitale foto's, muziek en video's die op een geheugenkaart zijn opgeslagen te raadplegen en delen. N.B. Geheugenkaarten kunnen niet worden gebruikt als opstartbron voor de computer.
• Hi Density-SD-kaarten Dummy-geheugenkaarten Uw computer wordt geleverd met een dummy-kaart die in de geheugenkaartlezer is geïnstalleerd. dummy-kaarten beschermen ongebruikte sleuven tegen stof en andere vuildeeltjes. Bewaar de dummy-kaart voor gebruik wanneer er geen mediageheugenkaart in de sleuf is geïnstalleerd. Dummy-kaarten van andere computers passen mogelijk niet in de sleuf van uw computer. U moet de dummy-kaart verwijderen alvorens u een mediageheugenkaart installeert.
De computer zal de geheugenkaart herkennen en automatisch het juiste stuurprogramma laden. Als het configuratieprogramma u vraagt om het stuurprogramma van de fabrikant te laden, moet u de schijf gebruiken die met de geheugenkaart werd geleverd, indien beschikbaar. Een (dummy-)geheugenkaart verwijderen LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, dient u de veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven.
Netwerken instellen en gebruiken Door een netwerk in te stellen kunt u computers met elkaar en met internet of een netwerk verbinden. Als u bijvoorbeeld een thuisnetwerk of een klein bedrijfsnetwerk opzet, zult u in staat zijn om af te drukken naar een gedeelde printer, toegang te krijgen tot stuurprogramma's en bestanden op een andere computer, naar andere netwerken te zoeken of een internetverbinding te maken.
Een netwerk instellen Windows XP 1 Klik op Start→ Alle programma's→ Accessoires→ Communicatie→ Wizard Netwerk instellen→ Volgende→ checklist voor het instellen van een netwerk. N.B. Als u de verbindingsmethode Deze computer maakt rechtstreeks verbinding met het internet kiest, schakelt u de geïntegreerde firewall in die wordt meegeleverd in Windows XP Service Pack 2 (SP2). 2 Vul de checklist in. 3 Keer terug naar de Wizard Netwerkinstallatie en volg de aanwijzingen op het scherm.
Windows Vista 1 Klik op de knop Start van Windows Vista en klik vervolgens op Verbinden met→ Een verbinding of netwerk instellen. 2 Selecteer een optie onder Kies een verbindingsoptie. 3 Klik op Volgende en volg de instructies van de wizard. Wireless Local Area Network (WLAN) Een wireless local area network (WLAN) bestaat uit een reeks van onderling verbonden computers die met elkaar communiceren via luchtgolven in plaats van een netwerkkabel.
De knop Start en de optie Verbinden met Klik in Microsoft Windows XP op Start→ Verbinding maken met→ Alle verbindingen weergeven. N.B. Als voor uw computer de menuoptie Klassiek menu Start is ingesteld, kunt u de netwerkverbindingen weergeven door te klikken op Start→ Instellingen→ Netwerkverbindingen. Klik in Microsoft Windows Vista op → Verbinding maken met→ Netwerkcomputers en -apparaten weergeven.
3 Installeer alle software die voor uw draadloze router benodigd is. Mogelijk werd bij uw draadloze router een installatie-cd meegeleverd. Installatiecd's bevatten doorgaans informatie over de installatie en probleemoplossing. Installeer de vereiste software conform de instructies die de fabrikant van de router heeft verstrekt. 4 Zet de computer en alle andere computers met draadloze functionaliteit in de buurt uit via de knop Start van Windows Vista of via Start→ Afsluiten in Windows XP.
14 Raadpleeg voor de volgorde waarin de draadloze router moet worden ingesteld de documentatie die met de draadloze router werd meegeleverd: • Maak een verbinding tussen de computer en de draadloze router. • Stel de draadloze router in op communicatie met de breedbandrouter. • Zoek naar de uitzendnaam van de draadloze router. De technische term voor de uitzendnaam van de router is Service Set Identifier (SSID) of netwerknaam.
U maakt als volgt een netwerkverbinding: 1 Klik op Start en klik vervolgens op Netwerk. 2 Klik op Netwerk en delen op de navigatiebalk boven de map Netwerk. 3 Klik op Een netwerkverbinding maken onder Taken. 4 Selecteer uw netwerk in de lijst en klik op Verbinden. Als u uw computer eenmaal hebt ingesteld op een draadloos netwerk, zal er een ander pop-up-venster verschijnen dat aangeeft dat uw computer met het netwerk in kwestie is verbonden.
Als in het venster Selecteer een draadloos netwerk de melding Klik op een item in de onderstaande lijst voor meer informatie of om een verbinding te maken met een draadloos netwerk binnen het bereik van deze computer wordt weergegeven, wordt de draadloze kaart beheerd door Windows XP. Als u wilt vaststellen door welk hulpprogramma voor draadloze configuratie de draadloze netwerkkaart wordt beheerd, doet u het volgende in Windows Vista: 1 Klik op → Verbinding maken met→ Draadloze netwerken beheren.
De status van de draadloze netwerkkaart bewaken met behulp van Del QuickSet De draadloze activiteitsindicator geeft u een makkelijke manier om de status van de draadloze apparaten in uw computer te bewaken. Om de indicator voor draadloze activiteit in te schakelen of uit te schakelen, klikt u op het QuickSet-pictogram op de taakbalk en selecteert u Sneltoets-pop-ups. Als de optie Wireless Activity Indicator Off niet is aangevinkt, is de indicator geactiveerd.
Als u een netwerkverbinding via mobiel breedband tot stand wilt brengen, hebt u het volgende nodig: • Een Mobile Broadband ExpressCard of minikaart (afhankelijk van) N.B. Zie "ExpressCards" op pagina 85 voor instructies over het gebruik van ExpressCards.
Een verbinding maken met een mobiel breedbandnetwerk N.B. Deze instructies zijn louter van toepassing op ExpressCards/minikaarten voor mobiele breedbandnetwerken. Ze zijn niet van toepassing op ingebouwde kaarten met andere draadloze technologie. N.B. Voordat u een internetverbinding maakt, moet u de mobiele breedbanddienst activeren via uw mobiele provider.
Als de schakelaar zich in de aan-stand bevindt, moet u deze in de uit-stand zetten om de schakelaar en de mobiele breedbandkaart te deactiveren. Als de schakelaar zich in de uit-stand bevindt, moet u de schakelaar in de aan-stand zetten om de schakelaar en de mobiele breedbandkaart van Dell te activeren. Zie voor het bewaken van de status van een draadloos apparaat het gedeelte "De status van de draadloze netwerkkaart bewaken met behulp van Del QuickSet" op pagina 99.
De computer beveiligen Beveiligingskabelslot N.B. Bij uw computer wordt geen beveiligingskabelslot geleverd. Een beveiligingskabelslot is een in de handel verkrijgbaar antidiefstalvoorziening. Als u het slot wilt gebruiken, moet u dit bevestigen aan de sleuf voor de beveiligingskabel op de Dell™-computer. Zie de instructies die met het apparaat werden meegeleverd voor meer informatie.
Wachtwoorden Het gebruik van wachtwoorden voorkomt dat onbevoegde personen toegang tot uw computer kunnen krijgen. Als u wachtwoorden gebruikt, moet u de volgende richtlijnen in acht nemen: • Kies een wachtwoord dat u zich kunt herinneren, maar dat niet makkelijk te raden is. Gebruik bijvoorbeeld geen namen van familieleden of huisdieren als wachtwoord. • Het is het beste als u uw wachtwoord niet opschrijft.
De computer reinigen LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, moet u de veiligheidsinstructies opvolgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven. Computer, toetsenbord en beeldscherm LET OP: Voordat u de computer reinigt, moet u eerst de stekker van de computer uit het stopcontact verwijderen en alle geïnstalleerde batterijen verwijderen. Maak de computer schoon met een zachte, met water bevochtigde doek. Gebruik geen vloeibare reinigingsmiddelen of spuitbussen.
1 Houd de cd of dvd aan de buitenste rand vast. U kunt ook de schijf ook vasthouden aan de binnenste rand rond het gat. KENNISGEVING: Om te voorkomen dat het oppervlak beschadigt, moet u de schijf niet met ronddraaiende bewegingen schoonvegen. 2 Wrijf de onderzijde (de zijde zonder label) van de schijf schoon met een zachte, niet-schurende doek. Wrijf de schijf schoon in een rechte lijn van het midden naar de buitenste rand van de schijf.
Problemen oplossen Dell Technical Update Service De Dell Technical Update-dienst biedt proactieve kennisgeving via e-mail over beschikbare software- en hardwareupdates voor uw computer. Deze service is gratis en kan worden aangepast voor inhoud, indeling en hoe vaak u kennisgevingen ontvangt. U kunt zich voor de Dell Technical Update Service aanmelden via support.dell.com/technicalupdate.
Dell Diagnostics starten vanaf vaste schijf Dell Diagnostics bevindt zich op een verborgen partitie op de vaste schijf. N.B. Als uw computer niet in staat is om een beeld op het scherm weer te geven, moet u contact opnemen met Dell (zie het gedeelte "Contact opnemen met Dell" op pagina 173). 1 Zorg ervoor dat de stekker van de computer is aangesloten op een werkend stopcontact. 2 Start of herstart de computer.
Als de Pre-boot System Assessment succesvol wordt voltooid, ziet u de melding Booting Dell Diagnostic Utility Partition. Press any key to continue. (Opstarten vanaf partitie met Dell Diagnostics. Druk op een willekeurige toets om door te gaan). 4 Druk op een toets om Dell Diagnostics te starten vanaf de partitie met het diagnostische hulpprogramma op de harde schijf. Dell Diagnostics starten vanaf de cd Drivers and Utilities 1 Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-station.
10 Verwijder de cd Drivers and Utilities uit het cd-station en sluit het hoofdvenster om Dell Diagnostics te verlaten en de computer opnieuw op te starten. Hoofdmenu Dell Diagnostics Nadat Dell Diagnostics is geladen en het scherm met het Hoofdmenu wordt weergegeven, klikt u op de knop voor de gewenste optie. N.B. Het wordt aanbevolen om Test System (Test computer) te selecteren om een volledige test op uw computer uit te voeren.
Optie Functie (vervolg) Symptom Tree Geeft een overzicht van de problemen die het vaakst (Symptomenstructuur) optreden en stelt u in staat om een test te selecteren op basis van de symptomen van het probleem dat u ondervindt. Als er tijdens een test een probleem wordt gedetecteerd, wordt er een bericht weergegeven met de foutcode en een beschrijving van het probleem. Noteer de exacte foutcode en probleembeschrijving en volg de aanwijzingen op het scherm.
Dell Support Utility (Dell Support-hulpprogramma) Het hulpprogramma Dell Support is aangepast aan uw tablet pc-omgeving. Dit hulpprogramma biedt informatie waarmee u zelf problemen kunt oplossen, softwareupdates en statusscans voor uw computer.
CONTROLEER OF MICROSOFT® WINDOWS® HET STATION HERKENT — Windows XP Klik op Start→ Deze computer. Windows Vista™ Klik op Start → Computer. Als het station niet wordt vermeld, moet u een volledige scan met uw antivirusprogramma uitvoeren en eventuele virussen verwijderen. In sommige gevallen kunnen computervirussen ervoor zorgen dat Windows een station niet meer herkent.
Problemen met het schrijven naar een cd-rw-, dvd+/-rw- of bd-re-station S L U I T D E A N D E R E P R O G R A M M A ' S — Cd-rw-, dvd+/-rw- en bd-re-stations dienen tijdens het schrijfproces een gelijkmatige gegevensstroom te ontvangen. Als deze gegevensstroom wordt onderbroken, zal een fout optreden. Probeer alle programma's te sluiten alvorens gegevens naar het station weg te schrijven.
3 Klik op Eigenschappen→ Opties→ Nu controleren. Mogelijk verschijnt het venster Gebruikersaccountbeheer. Als u beheerdersrechten hebt, klikt u op Verder. Zo niet, dan moet u contact opnemen met de systeembeheerder voor het uitvoeren van de gewenste taak. 4 Volg de instructies op het scherm. Problemen met e-mail of internet LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, dient u de veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven.
Foutmeldingen Vul de "Diagnostische controlelijst" op pagina 172 in. LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, dient u de veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven. Als het bericht niet in deze lijst voorkomt, moet u de documentatie voor het besturingssysteem raadplegen of de documentatie voor het programma dat actief was toen de melding verscheen.
E X T E N D E D M E M O R Y S I Z E H A S C H A N G E D — De hoeveelheid geheugen die in NVRAM is vastgelegd komt niet overeen met het geheugen dat in de computer is geïnstalleerd. Start de computer opnieuw op. Als de fout opnieuw optreedt, neemt u contact met Dell op (zie het gedeelte "Contact opnemen met Dell" op pagina 173).
H A R D - D I S K D R I V E R E A D F A I L U R E — De vaste schijf is mogelijk defect. Zet de computer uit, verwijder de vaste schijf (zie het gedeelte "Vaste schijf" op pagina 154) en start de computer op vanaf een cd.Zet de computer uit, installeer de vaste schijf opnieuw en start de computer opnieuw. Probeer een ander station indien het probleem zich blijft voordoen. Voer de vasteschijftests uit in Dell Diagnostics (zie het gedeelte "Dell Diagnostics" op pagina 107).
MEMORY ADDRESS LINE FAILURE AT ADDRESS, READ VALUE EXPECTING VALUE — Een geheugenmodule is mogelijk defect of op onjuiste wijze aangebracht. Installeer de geheugenmodules opnieuw en vervang deze indien nodig (zie het gedeelte "Geheugen" op pagina 157). M E M O R Y A L L O C A T I O N E R R O R — Er is sprake van een conflict tussen de software die u probeert uit te voeren en het besturingssysteem, een ander programma of een hulpprogramma. Zet de computer uit, wacht 30 seconden en start de computer opnieuw.
NOT ENOUGH MEMORY OR RESOURCES. EXIT SOME PROGRAMS AND TRY AGAIN — Er staan teveel programma's open. Sluit alle vensters en open het programma dat u wilt gebruiken. O P E R A T I N G S YS T E M N O T F O U N D — Installeer de vaste schijf opnieuw (zie het gedeelte "Vaste schijf" op pagina 154). Als het probleem zich voor blijft doen, moet u contact met Dell opnemen (zie het gedeelte "Contact opnemen met Dell" op pagina 173).
S H U T D O W N F A I L U R E — Een chip op het moederbord functioneert mogelijk niet naar behoren. Voer de System Set-tests uit in Dell Diagnostics (zie het gedeelte "Dell Diagnostics" op pagina 107). T I M E - O F - D A Y C L O C K L O S T P O W E R — De systeemconfiguratieinstellingen zijn beschadigd. Sluit de computer aan op een stopcontact en laad de batterij op.
Problemen met de ExpressCard LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, dient u de veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven. C O N T R O L E E R D E E X P R E S S C A R D — Controleer of de ExpressCard goed in de aansluiting is geplaatst. C O N T R O L E E R O F D E K A A R T W O R D T H E R K E N D D O O R W I N D O W S — Dubbelklik op het pictogram Hardware veilig verwijderen op de taakbalk van Windows.
A L S U P R O B L E M E N H E B T M E T E E N D O O R D E L L G E L E V E R D IEEE 1394- A P P A R A A T — Neem contact op met Dell of de fabrikant van het IEEE 1394-apparaat (zie "Contact opnemen met Dell" op pagina 173). A L S U P R O B L E M E N H E B T M E T E E N N I E T D O O R D E L L G E L E V E R D IEEE 1394A P P A R A A T — Neem contact op met Dell of de fabrikant van het IEEE1394- apparaat (zie "Contact opnemen met Dell" op pagina 173).
ALS U WILT CONTROLEREN OF HET PROBLEEM AAN HET EXTERNE TOETSENBORD LIGT, MOET U DE WERKING VAN HET GEÏNTEGREERDE TOETSENBORD CONTROLEREN — 1 Sluit de computer af. 2 Koppel het externe toetsenbord los van de computer. 3 Zet de computer aan. 4 Klik vanaf het bureaublad van Windows op Start programma's→ Accessoires→ Kladblok. → Alle 5 Voer een aantal tekens in met behulp van het interne toetsenbord en kijk of deze tekens op het scherm verschijnen.
De computer reageert niet meer KENNISGEVING: U loopt het risico gegevens te verliezen als u het besturingssysteem niet afsluit. Z E T D E C O M P U T E R U I T — Als de computer niet reageert op het indrukken van een toets op uw toetsenbord of het bewegen van uw muis, moet u de aan/uitknop gedurende ten minste 8 tot 10 seconden ingedrukt houden totdat de computer wordt uitgeschakeld en de computer vervolgens opnieuw opstarten.
1 Klik op Start → Configuratiescherm→ Programma's→ Een ouder programma met deze versie van Windows gebruiken. 2 In het welkomstvenster klikt u op Volgende. Volg de instructies op het scherm.
KENNISGEVING: Als u de vaste schijf vrijwillig opnieuw formatteert, zal het niet mogelijk zijn om de functie Dell MediaDirect opnieuw te installeren. Neem contact op met Dell voor technische ondersteuning (zie het gedeelte "Contact opnemen met Dell" op pagina 173). Andere softwareproblemen CONTROLEER DE SOFTWAREDOCUMENTATIE OF NEEM CONTACT OP MET DE SOFTWAREFABRIKANT VOOR MOGELIJKE OPLOSSINGEN — • Ga na of het programma compatibel is met het besturingssysteem dat op de computer is geïnstalleerd.
Geheugenproblemen Vul de "Diagnostische controlelijst" op pagina 172 in. LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, dient u de veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven. ALS EEN MELDING VERSCHIJNT DAT ER ONVOLDOENDE GEHEUGEN IS — • Bewaar en sluit open bestanden en sluit alle geopende programma's af die u niet gebruikt om te zien of het probleem daarmee is opgelost. • Zie de softwaredocumentatie voor de minimale geheugenvereisten.
C O N T R O L E E R D E N E T W E R K L A M P J E S B I J D E N E T W E R K I N G A N G — Als er geen lampje brandt, houdt dit in dat er geen sprake is van netwerkcommunicatie. Vervang de netwerkkabel. START DE COMPUTER OPNIEUW EN MELD U OPNIEUW AAN BIJ HET NETWERK. C O N T R O L E E R D E N E T W E R K I N S T E L L I N G E N — Neem contact op met de netwerkbeheerder of de persoon die uw netwerk heeft ingesteld om te controleren of de netwerkinstellingen juist zijn en dat het netwerk functioneert.
Stroomproblemen Vul de "Diagnostische controlelijst" op pagina 172 in. LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, dient u de veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven. C O N T R O L E E R H E T S T R O O M L A M P J E — Als het stroomlampje brandt of knippert, is de computer van stroom voorzien. Als het stroomlampje knippert, bevindt de computer zich in de slaapstand—druk op de aan/uit-knop om de slaapstand te verlaten.
C O N T R O L E E R D E N E T A D A P T E R — Controleer of de netadapter goed is aangesloten. Als de netadapter voorzien is van een lampje, moet u controleren of het lampje brandt. S L U I T D E C O M P U T E R D I R E C T O P E E N S T O P C O N T A C T A A N — Verwijder alle stroombeveiligingsvoorzieningen, stekkerdozen en verlengsnoeren en controleer of de computer kan worden ingeschakeld.
CONTROLEER OF DE PRINTER DOOR WINDOWS WORDT HERKEND — Windows XP 1 Klik op Start→ Configuratiescherm→ Printers en andere hardware→ Geïnstalleerde printers of faxprinters weergeven. 2 Als de printer in de lijst wordt vermeld, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram voor de printer. 3 Klik op Eigenschappen→ Poorten. Bij een parallelle printer dient u ervoor te zorgen dat de instelling bij Afdrukken naar de volgende poort(en): LPT1 (Printerpoort) is.
CONTROLEER OF DE SCANNER DOOR MICROSOFT WINDOWS WORDT HERKEND — Windows XP 1 Klik op Start→ Configuratiescherm→ Printers en andere hardware→ Scanners en camera's. 2 Als de scanner in de lijst wordt vermeld, herkent Windows uw scanner. Windows Vista 1 Klik op Start → Configuratiescherm→ Hardware en geluid→ Scanners en camera's. Als de scanner wordt vermeldt, betekent dit dat Windows de scanner herkent.
H E T W I N D O W S - V O L U M E B I J S T E L L E N — Klik op dubbelklik op het luidsprekerpictogram rechts onder in het scherm. Zorg ervoor dat het volume is ingeschakeld en het geluid niet wordt gedempt. H A A L D E K O P T E L E F O O N U I T D E K O P T E L E F O O N A A N S L U I T I N G — Het geluid van de luidsprekers wordt automatisch gedeactiveerd wanneer er een koptelefoon op de koptelefoonaansluiting wordt aangesloten.
Windows Vista 1 Klik op Start → Configuratiescherm→ Hardware en geluid→ Muis. 2 Wijzig waar nodig de instellingen. CONTROLEER DE MUISKABEL — Als u gebruik maakt van een verlengsnoer voor de muis, moet u deze kabel verwijderen en de muis direct op de computer aansluiten. ALS U WILT CONTROLEREN OF HET PROBLEEM BIJ DE MUIS LIGT, CONTROLEERT U OF DE TOUCHPAD WERKT — 1 Sluit de computer af. 2 Maak de muis los van de computer. 3 Zet de computer aan.
Als het beeldscherm leeg is N.B. Als u gebruik maakt van een programma waarvoor een hogere resolutie is vereist dan de resolutie die door uw computer wordt ondersteund, raden wij u aan om een externe monitor op uw computer aan te sluiten. C O N T R O L E E R D E B A T T E R I J — Als u gebruik maakt van een batterij om uw computer van stroom te voorzien, is de batterij mogelijk leeg. Sluit de computer aan op een stopcontact met behulp van de netadapter en zet de computer vervolgens aan.
Windows Vista 1 Klik op Start → Configuratiescherm→ Hardware en geluid→ Aanpassing→ Weergaveinstellingen. 2 Wijzig waar nodig de instellingen voor Resolutie en Kleuren.
KENNISGEVING: De optionele cd Drivers and Utilities (Stuur- en hulpprogramma's) bevat mogelijk stuurprogramma's voor besturingssystemen die niet op uw computer zijn geïnstalleerd. Controleer altijd of de software die u installeert geschikt is voor het besturingssysteem op uw computer. Veel stuurprogramma's, zoals het stuurprogramma voor het toetsenbord, worden bij het besturingssysteem Microsoft® Windows® geleverd.
Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren KENNISGEVING: De Dell Support-website op support.dell.com en de cd Drivers and Utilities (Stuur- en hulpprogramma's) bieden goedgekeurde stuurprogramma's voor Dell-computers. Als u stuurprogramma's installeert die u via andere bronnen hebt verkregen, is het mogelijk dat uw computer vervolgens niet meer naar behoren werkt.
De cd Drivers and Utilities gebruiken Als u het probleem niet kunt oplossen met Vorig stuurprogramma van Windows Vista of Systeemherstel (zie het gedeelte "Het besturingssysteem herstellen" op pagina 143), moet u het stuurprogramma opnieuw installeren vanaf de cd Drivers and Utilities. 1 Ga naar het bureaublad van Windows en plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-station. Als dit de eerste keer is dat u de cd Drivers and Utilities gebruikt, gaat u verder met stap 2.
Stuurprogramma's handmatig opnieuw installeren N.B. Als uw computer is voorzien van een infrarode poort en u een stuurprogramma voor infrarode functionaliteit installeert, moet u eerst de infrarode poort activeren in het systeemsetupprogramma (zie het gedeelte "Systeemsetupschermen" op pagina 184) alvorens u het stuurprogramma installeert (zie het gedeelte "Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren" op pagina 139).
4 Dubbelklik de naam van het apparaat waarvoor u het stuurprogramma installeert. 5 Klik op het tabblad Stuurprogramma→ Stuurprogramma bijwerken→ Op mijn computer naar stuurprogramma's zoeken. 6 Klik op Bladeren en blader naar de locatie waarnaar u de bestanden van het stuurprogramma eerder had gekopieerd. 7 Als de naam van het gewenste stuurprogramma verschijnt, klikt u op de naam van het stuurprogramma→ OK→ Volgende. 8 Klik op Voltooien en start de computer opnieuw op.
Windows Vista 1 Klik op de knop Start van Windows Vista en ondersteuning. en klik vervolgens op Help 2 Type hardware troubleshooter (Probleemoplosser voor hardware) in het zoekveld en druk op om met zoeken te beginnen. 3 Selecteer in de zoekresultaten de optie waarvan de beschrijving het meest overeenkomt met het probleem, en volg de onderstaande stappen in het probleemoplossingsproces.
Microsoft Windows Systeemherstel gebruiken Het besturingssysteem Windows biedt Systeemherstel om u in staat te stellen om de computer te herstellen naar een vorige werkende staat (zonder invloed op de gegevensbestanden) indien de computer niet meer naar behoren werkt als gevolg van wijzigingen hardware, software of systeeminstellingen. Alle wijzigingen die Systeemherstel op uw computer maakt, kunnen volledig ongedaan worden gemaakt. KENNISGEVING: Maak regelmatig reservekopieën van uw gegevensbestanden.
Windows Vista . 1 Klik op Starten 2 Type in het venster Beginnen met zoeken System Restore (Systeemherstel) en druk op . N.B. Mogelijk verschijnt het venster Gebruikersaccountbeheer. Als u beheerdersrechten hebt, klikt u op Verder. Zo niet, dan moet u contact opnemen met de systeembeheerder voor het uitvoeren van de gewenste taak. 3 Klik op Volgende en volg de aanwijzingen op het scherm. Als Systeemherstel het probleem niet kan verhelpen, kunt u het laatste systeemherstel ongedaan maken.
U kunt als volgt zien of Systeemherstel is ingeschakeld: 1 Klik op Start→ Configuratiescherm→ Prestaties en onderhoud→ Systeem. 2 Klik op het tabblad Systeemherstel en zorg ervoor dat het vinkje uit het selectievakje Systeemherstel uitschakelen is verwijderd.
KENNISGEVING: Als u niet met PC Restore verder wilt gaan, klikt u op Reboot (Opnieuw starten). 3 Klik op Restore (Herstellen) en klik op Confirm (Bevestigen). Het herstelproces neemt ongeveer 6 tot 10 minuten in beslag. 4 Klik zodra u hierom wordt gevraagd op Finish (Voltooien) om de computer opnieuw te starten. N.B. Sluit de computer niet handmatig af. Klik op Finish (Voltooien) en laat de computer opnieuw opstarten. 5 Klik zodra u hierom wordt gevraagd op Ja. De computer wordt opnieuw gestart.
N.B. Als u zich niet als de lokale beheerder aanmeldt, wordt een bericht weergegeven dat zegt dat u zich als beheerder moet aanmelden. Klik op Quit (Afsluiten) en meldt u dan aan als een lokale beheerder. N.B. Als de vaste schijf van uw computer geen partitie voor PC Restore bevat, zal er een melding op het scherm worden weergegeven dat de partitie niet werd aangetroffen. Klik op Quit (Afsluiten); er is geen partitie die u kunt verwijderen.
KENNISGEVING: Als u niet verder wilt gaan met Factory Image Restore, klikt u op Cancel (Annuleren). 7 Vink het aankruisvakje aan om te bevestigen dat u verder wilt gaan met het opnieuw formatteren van de vaste schijf en de systeemsoftware naar de fabrieksinstellingen te herstellen, en klik vervolgens op Next (Volgende). Het herstelproces gaat van start en zal vijf of meer minuten in beslag nemen.
Windows XP of Windows Vista opnieuw installeren Het kan 1 tot 2 uren duren voordat het herinstallatieproces is voltooid. Nadat u het besturingssysteem opnieuw hebt geïnstalleerd, moet u ook de apparaatstuurprogramma's, het antivirusprogramma en andere software opnieuw installeren. KENNISGEVING: De schijf Operating System (Besturingssysteem) biedt opties voor het opnieuw installeren van Windows XP.
Onderdelen toevoegen en vervangen Voordat u begint Dit hoofdstuk beschrijft de procedures voor het verwijderen en installeren van onderdelen voor uw computer. Tenzij anders vermeld gaat elke procedure ervan uit dat er sprake is van de volgende omstandigheden: • U hebt de stappen uitgevoerd die zijn beschreven in "De computer uitzetten" (zie "De computer uitzetten" op pagina 151) en "Voordat u binnen de computer gaat werken" (zie "Voordat u binnen de computer gaat werken" op pagina 152).
Windows Vista™: Klik op de knop Start van Windows Vista , klik op de pijl rechtsonder in het menu Start zoals hieronder afgebeeld en klik vervolgens op Afsluiten. De computer wordt uitgezet nadat het besturingssysteem is afgesloten. 2 Controleer of de computer en alle daaraan gekoppelde apparaten uit staan.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan de computer te voorkomen door de volgende instructies op te volgen voordat u binnen de computer gaat werken. 1 Zorg ervoor dat het werkoppervlak vlak en schoon is om te voorkomen dat de computerkap bekrast raakt. 2 Zet de computer uit. Zie het gedeelte "De computer uitzetten" op pagina 151. KENNISGEVING: U ontkoppelt een netwerkkabel door de kabel van de computer los te koppelen en deze vervolgens van het netwerkcontact los te koppelen.
Vaste schijf LET OP: Als u de vaste schijf verwijdert terwijl de schijf warm is, moet u de metalen behuizing van de vaste schijf niet aanraken. LET OP: Voordat u binnen de computer gaat werken, moet u de veiligheidsinstructies opvolgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven. KENNISGEVING: Om gegevensverlies te voorkomen moet u de computer uitzetten voordat u de vaste schijf verwijdert. Verwijder de vaste schijf niet terwijl de computer aan staat, in de standby-modus staat of in de slaapstand staat.
1 1 borgschroeven (2) 3 Maak de vier borgschroeven op de behuizing van de vaste schijf los en til het treklipje omhoog om de behuizing naar het midden van de computer te bewegen zodat de SATA-kabels en aansluitingen zichtbaar worden.
4 Verwijder de SATA-kabels voorzichtig uit de vaste schijf of schijven die zich in de behuizing bevinden Een vaste schijf in de vaste-schijfhouder vervangen 1 Verwijder twee schroeven aan weerszijden van de vaste-schijfhouder om de vaste schijf los te maken, en til de schijf vervolgens uit de lade in de vasteschijfhouder. KENNISGEVING: Wanneer een vaste schijf zich buiten de computer bevindt, moet u deze in een beschermende antistatische verpakking opbergen.
3 Plaats de nieuwe vaste schijf in de lade van de vaste-schijfhouder en bevestig deze aan weerszijden met twee schroeven. a Installeer de vaste schijf op zodanige wijze dat het label van de fabrikant naar de onderzijde van de vaste-schijfhouder is gericht en de SATA-aansluitingen zich aan het open gedeelte van de vasteschijfhouder bevinden. b Installeer de primaire vaste schijf in de lade die is aangeduid met 0. U kunt een secundaire vaste schijf installeren in de lade die is aangeduid met 1.
LET OP: Voordat u met een van de procedures uit dit gedeelte aanvangt, moet u de veiligheidsinstructies opvolgen die zijn beschreven in de Productinformatiegids zijn beschreven. KENNISGEVING: Voorkom elektrostatische ontlading door u te aarden met behulp van een aardingspolsband of door zo nu en dan een ongeverfd metalen oppervlak aan de achterzijde van de computer aan te raken. KENNISGEVING: Voorkom schade aan het moederbord door de batterij te verwijderen voordat u binnen de computer aan het werk gaat.
4 Als u een geheugenmodule vervangt, moet u de bestaande module verwijderen: a Gebruik uw vingertoppen om de beveiligingsklemmen aan elk uiteinde van de geheugenmoduleaansluiting uit elkaar te brengen tot de module omhoog wordt gewipt. b Verwijder de module uit de aansluiting.
1 2 1 geheugenmodule 2 bevestigingsklem 6 Vervang de dekplaat van de geheugenmodule. KENNISGEVING: Als u moeite hebt om de kap te sluiten, moet u de module verwijderen en opnieuw installeren. Als u de kap forceert, kan de computer beschadigd raken. 7 Plaats de batterij in het batterijcompartiment of sluit de netadapter op uw computer en een stopcontact aan. 8 Zet de computer aan.
Subscriber Identity Module Een Subscriber Identity Module (SIM) identificeert gebruikers op unieke wijze met behulp van een zogenaamde International Mobile Subscriber Identity. LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, dient u de veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven. N.B. Alleen kaarten van het type GSM (HSDPA) hebben een SIM-kaart nodig. EVDO-kaarten maken geen gebruik van een SIM-kaart.
ingebouwde kaart met draadloze Bluetooth™technologie LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, dient u de veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven. Als u een kaart met draadloze Bluetooth-technologie hebt besteld bij de computer, is deze al geïnstalleerd. De kaart met draadloze Bluetoothtechnologie bevindt zich in het batterijcompartiment. 1 Volg de instructies die zijn beschreven in het gedeelte "Voordat u begint" op pagina 151.
optisch station LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, dient u de veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven. 1 Volg de instructies die zijn beschreven in het gedeelte "Voordat u begint" op pagina 151. 2 Bewaar en sluit alle open bestanden, sluit alle actieve programma's af en zet de computer uit. 3 Verwijder de borgschroef uit het optisch station.
Onderdelen toevoegen en vervangen
Reizen met uw computer Uw computer identificeren • • • • Bevestig een naamplaatje of een visitekaartje aan de computer. Noteer het nummer van uw servicelabel en bewaar deze op een veilige locatie uit de buurt van uw computer of draagtas. Gebruik het servicelabel als u verlies of diefstal moet rapporteren aan vertegenwoordigers van de rechtshandhaving en/of aan Dell. Maak een bestand op het bureaublad van Microsoft® Windows® genaamd if_found.
KENNISGEVING: Als de computer is blootgesteld aan extreme temperaturen, moet u deze 1 uur voordat u deze aanzet laten acclimatiseren aan de kamertemperatuur. • • Bescherm de computer, batterijen en de vaste schijf tegen gevaren zoals extreme temperaturen, overmatige blootstelling aan zonlicht, vuil, stof en vloeistoffen. Verpak de computer op zodanige wijze dat deze niet in de kofferbak van uw auto of in een bagagecompartiment heen en weer wordt geschoven.
Help opvragen Hulp verkrijgen LET OP: Als u de computerkap moet verwijderen, moet u eerst de stekker van de computer en modem uit het stopcontact halen. Als er een probleem op de computer optreedt, kunt u de volgende stappen voltooien om het probleem te diagnosticeren en op te lossen: 1 Zie het gedeelte "Problemen oplossen" op pagina 107 voor informatie en procedures die betrekking hebben op het computerprobleem. 2 Zie "Dell Diagnostics" op pagina 107 voor procedures over het uitvoeren van Dell Diagnostics.
Raadpleeg voor instructies over het gebruik van de technische ondersteuning van Dell het gedeelte "Technische ondersteuning en klantenservice" op pagina 168. N.B. Sommige van de onderstaande diensten zijn mogelijk niet beschikbaar in locaties buiten de Verenigde Staten. Bel uw plaatselijke Dell-vertegenwoordiger voor informatie over beschikbaarheid van deze diensten. Technische ondersteuning en klantenservice De technische ondersteuning van Dell is beschikbaar voor al uw vragen over Dell™-hardware.
Dell Support is beschikbaar via de volgende websites en e-mailadressen: • Dell Support-websites support.dell.com support.jp.dell.com (alleen Japan) support.euro.dell.com (alleen Europa) • E-mailadressen Dell Support mobile_support@us.dell.com support@us.dell.com la-techsupport@dell.com (alleen landen in Latijns-Amerika en het Carribisch gebied) www.dell.com/ap/ (alleen landen in Azië/Stille Oceaan-gebied) • E-mailadressen Dell Marketing en Sales apmarketing@dell.
Geautomatiseerde bestellingsstatusservice Om de bestellingsstatus van Dell-producten te raadplegen, kunt u terecht op support.dell.com. U kunt ook gebruikmaken van de geautomatiseerde bestellingsstatusdienst. Een gesproken bericht zal u vragen om de informatie aan te leveren die nodig is om uw bestelling te vinden en daarover verslag uit te brengen. Zie het gedeelte "Contact opnemen met Dell" op pagina 173 voor het telefoonnummer dat u voor uw regio moet bellen.
3 Voeg een kopie van de diagnostische controlelijst toe (zie het gedeelte "Diagnostische controlelijst" op pagina 172) om aan te geven welke tests u hebt uitgevoerd en welke foutberichten door Dell Diagnostics worden gerapporteerd (zie het gedeelte "Dell Diagnostics" op pagina 107). 4 Stuur ook alle accessoires mee die bij het item/de items horen die worden geretourneerd (stroomsnoeren, diskettes met software, handleidingen etc.) als u aanspraak maakt op restitutie.
Diagnostische controlelijst Naam: Datum: Adres: Telefoonnummer: Servicelabel (streepjescode in het batterijcompartiment van de computer): Code voor express-service: Autorisatienummer voor het retourneren van materiaal (indien verstrekt door een supportmedewerker van Dell): Besturingssysteem en versie: Apparaten: Uitbreidingskaarten: Bent u op een netwerk aangesloten? Ja Nee Netwerk, versie en netwerkadapter: Programma's en versies: Zie de documentatie bij uw besturingssysteem om de inhoud te bepalen van de
Contact opnemen met Dell N.B. Als u niet over een actieve internetverbinding beschikt, kunt u contactgegevens vinden op de factuur, de pakbon of in de productcatalogus van Dell. Dell biedt verschillende online en telefonische ondersteuningsdiensten en mogelijkheden. Omdat de beschikbaarheid per land en product varieert, zijn sommige diensten mogelijk niet in uw regio beschikbaar. Om contact op te nemen met Dell voor zaken op het gebied van verkoop, technische ondersteuning of klantenservice: 1 Bezoek www.
Help opvragen
Specificaties OPMERKING: Het aanbod kan per regio verschillen. Meer informatie over de configuratie van uw computer vindt u door te klikken op Start→ Help en ondersteuning en de optie te selecteren om informatie over de computer weer te geven.
ExpressCard OPMERKING: De sleuf voor de ExpressCard is alleen voor ExpressCards bestemd. Deze sleuf biedt GEEN ondersteuning voor pc-kaarten. ExpressCard-aansluiting een ExpressCard-sleuf (54 mm) 1.5 V en 3.3 V Ondersteunde kaarten ExpressCard/34 (34 mm) en ExpressCard/54 (54 mm) Aansluitingsgrootte ExpressCard 26-pins Geheugen Geheugenmoduleaansluiting voor twee gebruikers toegankelijke SODIMM-aansluitingen Capaciteit geheugenmodules 512 MB, 1 GB, 2 GB, and 4 GB Geheugentype 1.
Ondersteunde kaarten • Secure Digital (SD)-kaarten • SDIO • Multimediakaarten • Geheugensticks • Memory Stick PRO • xD-Picture-kaarten • Hi Speed-SD-kaarten • Hi Density-SD-kaarten Poorten en aansluitingen Audio microfoonaansluiting, aansluiting voor twee stereokoptelefoons/luidsprekers IEEE 1394a 4-pins mini-aansluiting zonder voeding Infraroodsignaal sensor compatibel met Philips RC6 (alleen ontvangen ) Netwerkadapter RJ-45-poort S-video TV-out 7-pins mini-DIN-aansluiting (optionele adapterkabe
Video OPMERKING: U computer wordt geleverd in verschillende configuraties en met verschillende videokaarten.
Cd's en dvd's reinigen Stations DVD combo, DVD+RW, Blu-ray® Interface Roxio® Creator Plus®, Dell MediaDirect™ 3.
Touchpad X/Y-positie resolutie (grafische tabelmodus) 240 cpi Formaat: Breedte 73,0 mm sensoractief gebied Hoogte 42,9 mm rechthoek Batterij Type 9-cels "slimme" lithium-ion Afmetingen: Diepte 88,5 mm (3,48-inch) Hoogte 21,5 mm (0,83 inch) Breedte 139,0 mm (5,47 inch) Gewicht 0,48 kg (9 cels) Spanning 10,8 VDC Oplaadtijd (naar schatting): Computer uit 4 uur (bij 100% in 4 uur) 2 uur (bij 80% in 2 uur) Werkingsduur De werkingstijd van batterijen varieert afhankelijk van de werkingsomstan
Netadapter Invoerstroom 90–264 VAC Ingangsstroom (maximum) 3,2 A Ingangsfrequentie 47–63 Hz Uitvoerstroom 11,8 A (continu), 12,8 A piel 4 tweede puls Uitgangsstroom 230 W Toegekende uitgangsspanning 19,5 VDC Afmetingen: Hoogte 43 mm Breedte 100 mm Diepte 200 m Gewicht (met kabels) 1,3 kg Temperatuurbereik: Bedrijfstemperatuur 0° tot 40°C (32° tot 104°F) Opslagtemperatuur –40° tot 65°C (–40° tot 149°F) Fysiek Hoogte 50,8 mm Breedte 406 mm Diepte 302 mm Gewicht (inclusief 9-cels
Omgevingsinformatie (vervolg) Maximale trilling (met behulp van een willekeurig vibrerend spectrum dat de gebruikersomgeving simuleert): Bedrijfstemperatuur 0,66 GRMS Opslagtemperatuur 1,3 GRMS Maximale schok (gemeten met een 2 -ms halvesinus-puls): Bedrijfstemperatuur 143 G Opslagtemperatuur 163 G Hoogte (maximum): 182 Bedrijfstemperatuur –15,2 tot 3.048 m (–50 tot 10,000 voet) Opslagtemperatuur –15,2 tot 10.668 m (–50 tot 35.
Bijlage Overzicht N.B. Het besturingssysteem is in staat om automatisch de meeste opties te configureren die in het systeemsetupprogramma beschikbaar zijn. De opties die u hebt ingesteld met behulp van het systeemsetupprogramma zullen daardoor worden overschreven. (Een uitzondering is de optie Fn Key Emulation die u kunt activeren of deactiveren via het systeemsetupprogramma.
De vensters van het systeemsetupprogramma weergeven Controleer de openingsprocedure voor het systeemsetupprogramma voor uw computer (stappen 1 en 2) met het projectteam. 1 Start of herstart de computer. 2 Druk zodra het DELL™-logo wordt weergegeven onmiddellijk op . Als u te lang wacht en het Microsoft® Windows®-logo verschijnt, moet u blijven wachten totdat u het bureaublad van Windows ziet. Sluit vervolgens de computer af en probeer het opnieuw. Systeemsetupschermen N.B.
N.B. Zie "Een eenmalige opstartprocedure uitvoeren" op pagina 185 als u de opstartvolgorde eenmalig wilt wijzigen.
3 Zet de computer aan. Zodra het DELL-logo verschijnt, drukt u meteen op . Als u te lang wacht en het logo van Windows verschijnt, moet u wachten totdat u het bureaublad van Windows ziet. Sluit de computer vervolgens af en probeer het opnieuw. 4 Als de lijst met opstartbronnen verschijnt, markeert u het apparaat dat u wilt opstarten en drukt u op . De computer start vervolgens op vanaf het geselecteerde apparaat.
Deze grenswaarden zijn opgesteld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie in een woonomgeving. Er wordt echter niet gegarandeerd dat een bepaalde installatie geen storing veroorzaakt.
Bijlage
Verklarende woordenlijst De termen in deze woordenlijst worden alleen verstrekt ter informatie en kunnen al dan niet functies beschrijven die op uw specifieke computer van toepassing zijn. A AC — Alternating Current (wisselstroom)— Het type elektriciteit dat uw computer van stroom voorziet wanneer u de netadapter aansluit op een stopcontact.
Apparaatstuurprogramma — Zie stuurprogramma. ASF — Alert Standards Format — Een standaard voor het definiëren van een mechanisme voor de rapportage van hardware- en softwarewaarschuwingen aan een beheerconsole. ASF is ontwikkeld om besturingssysteem- en platformonafhankelijk te zijn. B Batterijlevensduur — De periode, uitgedrukt in jaren, gedurende welke een batterij van een draagbare computer leeg kan raken en weer kan worden opgeladen.
L1-cache — Primair cachegeheugen dat binnen de processor is opgeslagen. L2-cache — Secundair cachegeheugen dat zich buiten de processor kan bevinden of in de processorarchitectuur liggen besloten. Carnet — Een internationaal douanedocument dat de tijdelijke import naar andere landen vereenvoudigt. Wordt ook wel een goederenpaspoort genoemd. Cd-r — Cd Recordable — Een beschrijfbare versie van een cd. Gegevens kunnen slechts één maal op een cd-r-schijf worden opgeslagen.
D DDR SDRAM — Double-Data-Rate SDRAM — Een type SDRAM dat de gegevenssaldocyclus verdubbelt, waardoor de systeemprestatie wordt verbeterd. DDR2 SDRAM — Double-Data-Rate 2 SDRAM — Een type DDR SDRAM dat gebruikmaakt van een 4-bits prefetch en andere architectuurwijzigingen om de geheugensnelheid te verhogen tot een niveau boven de 400 MHz. DIMM — Dual In-line Memory Module — Een printplaat met geheugenchips die kan worden verbonden met een geheugenmodule op het moederbord.
Dvd-r — DVD Recordable — Een beschrijfbare versie van een dvd. Gegevens kunnen slechts één maal naar een dvd-r worden geschreven. Eenmaal opgenomen kunnen de gegevens niet meer worden gewist of overschreven. Dvd+rw — DVD Rewritable — Een overschrijfbare versie van een dvd. Gegevens kunnen naar een dvd+rw-schijf worden geschreven en vervolgens worden gewist of overschreven. (Dvd+rw-technologie verschilt van dvd-rw-technologie.
F Fahrenheit — Een temperatuurmetingsschaal waarbij 32° overeenkomt met het vriespunt en 212° met het kookpunt van water. FBD — Fully Buffered DIMM — Een DIMM met DDR2 DRAM-chips en een AMB (Advanced Memory Buffer of Geavanceerde geheugenbuffer) die de communicatie versnelt tussen de DDR2 SDRAM-chips en het systeem.
Geheugentoewijzing— Het proces waarbij de computer tijdens het opstarten geheugencapaciteit toewijst aan fysieke locaties. Apparaten en software kunnen vervolgens informatie identificeren waarnaar de processor toegang heeft. Geïntegreerd — Deze term verwijst vaak naar onderdelen die zich fysiek op het moederbord van een computer bevinden. Wordt ook wel ingebouwd genoemd. GHz — gigahertz — Een meeteenheid voor frequenties die overeenkomt met duizend miljoen Hz, oftewel duizend MHz.
Hyperthreading — Hyperthreading is een technologie van Intel die de algemene computerprestatie kan verbeteren door een enkele fysieke processor in staat te stellen om als twee logische processors te fungeren die in staat zijn om bepaalde taken tegelijkertijd uit te voeren. Hz — hertz — Een eenheid om frequenties te meten en overeenkomt met 1 cyclus per seconde. Computers en elektronische apparatuur worden vaak gemeten in kilohertz (kHz), megahertz (MHz), gigahertz (GHz) of terahertz (THz).
K KB — kilobyte — Een gegevenseenheid die overeenkomt met 1.024 bytes maar vaak wordt aangeduid om 1.000 bytes aan te geven. Kb — kilobit — Een gegevenseenheid die overeenkomt met 1.024 bits. Een meeteenheid voor de capaciteit van geheugencircuits. kHz — kilohertz — Een frequentiemeeteenheid die overeenkomt met 1.000 Hz. Kloksnelheid — De snelheid, uitgedrukt in MHz, die aangeeft met welke snelheid computeronderdelen die op de systeembus zijn aangesloten kunnen werken.
MB — megabyte — Een meeteenheid voor gegevensopslag die overeenkomt met 1.048.576 bytes. 1 MB komt overeen met 1.024 KB. Wanneer de term wordt gebruikt om naar opslagcapaciteit op de vaste schijf te verwijzen, wordt 1 MB vaak afgerond op 1.000.000 bytes. Mbps — megabits per seconde — Een miljoen bits per seconde. Deze meeteenheid wordt vaak gebruikt voor overdrachtssnelheden tussen netwerken en modems. MB/sec — megabytes per seconde — Een miljoen bytes per seconde.
O opstartbare schijf — Een cd, dvd of floppy disk die u kunt gebruiken om uw computer op te starten. Voor het geval dat de vaste schijf van uw computer beschadigd raakt of uw computer door een virus wordt getroffen, moet u ervoor zorgen dat u altijd een opstartbare cd, dvd of floppy disk bij de hand hebt. De cd Drivers and Utilities is een voorbeeld van een opstartbare schijf. Opstartvolgorde — Geeft de volgorde aan van de apparaten, stations of schijven vanaf welke de computer probeert op te starten.
Pixel — Een enkel punt op een beeldscherm. Pixels worden in rijen en kolommen gerangschikt zodat een beeld ontstaat. Grafische resoluties, zoals bijvoorbeeld 800 x 600, worden uitgedrukt als het aantal pixels van links naar rechts bi het aantal pixels van boven naar beneden. Plug-and-Play — Het vermogen van een computer om automatisch apparaten te configureren.
ROM — Read Only Memory — Geheugen dat gegevens en programma's opslaat die niet kunnen worden verwijderd of waarnaar de computer niet kan schrijven. In tegenstelling tot het RAM-geheugen behoudt het ROM-geheugen de inhoud ervan nadat u de computer hebt uitgezet. Sommige programma's die onmisbaar zijn voor een goede werking van uw computer zijn in het ROM-geheugen opgeslagen. RPM — Revolutions Per Minute — Het aantal omwentelingen dat per minuut optreedt.
Setup-programma — Een programma dat wordt gebruikt om hardware en software te installeren en configureren. Het programma setup.exe of install.exe wordt met de meeste Windows-software geleverd. Het setupprogramma is niet hetzelfde als het systeemsetupprogramma. SIM-kaart — Subscriber Identity Module-kaart — Een SIM-kaart bevat een microchip die de spraak- en gegevensoverdracht versleutelt. U kunt SIM-kaarten gebruiken in telefoons of draagbare computers.
Stuurprogramma — Software die het besturingssysteem in staat stelt om apparaten zoals een printer te bedienen. Veel apparaten zullen niet naar behoren kunnen werken als het juiste stuurprogramma niet op de computer is geïnstalleerd. SVGA — Super Video Graphics Array— Een standaard voor grafische kaarten en controllers. Typische SVGA-resoluties zijn 800 x 600 en 1024 x 768.
TPM — Trusted Platform Module — Een op hardware gebaseerde beveiligingsfunctie die in combinatie met beveiligingssoftware de netwerk- en computerbeveiliging verbetert door functies als bestands- en e-mailbeveiliging in te schakelen. Travel module — Een plastic apparaat dat binnen het modulecompartiment van een draagbare computer kan worden geplaatst om het gewicht van de computer te reduceren.
UTP — Unshielded Twisted Pair — Een type kabel dat in de meeste telefoonnetwerken en sommige computernetwerken wordt gebruikt. Paren van nietafgeschermde draden worden in elkaar gedraaid om ze beschermen tegen elektromagnetische storing in plaats van een metalen omhulsel te gebruiken rond elk paar draden om deze tegen storing te beschermen. UXGA — Ultra Extended Graphics Array — Een standaard voor grafische kaarten en controllers die ondersteuning biedt voor resoluties tot 1600 x 1200.
Warmteafleiding — Een metalen plaat op sommige processors die helpt om hitte weg te voeren. WHr — wattuur— Een meeteenheid die vaak wordt gebruikt om een benadering van het batterijvermogen te geven. Een 66-WHr batterij kan bijvoorbeeld 66 W bieden gedurende 1 uur of 33 W gedurende 2 uur. WLAN — Wireless Local Area Network. Een reeks van samengekoppelde computers die met behulp van access points (toegangspunten) of draadloze routers via luchtgolven met elkaar communiceren om internettoegang te bieden.
Index Numerics 8-in-1 geheugenkaartlezer, 88 A aan/uit-knop beschrijving, 20 beeldscherm beschrijving, 20 besturingssysteem) Windows Vista opnieuw installeren, 144 Blu-ray Disc, 65, 113 aansluiten audioapparaat, 68 TV, 68 C apparaatstatuslampjes beschrijving, 21 carnet, 166 audio.
conflicten software- en hardwareincompatibiliteiten, 142 contact opnemen met Dell, 173 D De cd Drivers and Utilities over, 140 de cd Drivers and Utilities (Stuur- en hulpprogramma's) Dell Diagnostics, 107 Dell contact opnemen, 173 Dell Diagnostics over, 107 starten vanaf de cd Drivers and Utilities, 109 starten vanaf vaste schijf, 108 Dell MediaDirect over, 23 problemen, 126 Dell Support-website, 16 DellConnect, 168 Productinformatiegids, 14 regelgeving, 14 veiligheid, 14 dummy-kaarten ExpressCards, 86 ge
geheugenkaart dummy-kaarten, 89 geheugenkaarten dummy-kaarten, 90 verwijderen, 90 internetverbinding instellen, 33 opties, 33 over, 33 IRQ-conflicten, 142 geheugenkaartlezer, 88 geheugenmodulekap beschrijving, 31 geluid problemen, 133 volume, 133 grafische kaart problemen, 135 L labels Microsoft Windows, 14 servicelabel, 14 licentieovereenkomst voor eindgebruikers, 14 luidsprekers beschrijving, 22 H hardware Dell Diagnostics, 107 probleemoplossing, 142 Hardware veilig verwijderen-pictogram, 122 helderhe
monitor helderheid bijstellen, 39 van beeld wisselen, 39 Probleemoplosser voor hardware, 142 monitor.
programma's en Windows-compatibiliteit, 125 scanner, 132 software, 124-125, 127 speaker, 133 spyware, 115, 127 stations, 112 statussen stroomlampje, 130 stroom, 130 toetsenbord, 123 trage computerprestatie, 115, 127 vaste schijf, 114 vergrendelingen, 124 reizen met uw computer identificatielabel, 165 resolutie instellen, 41 S S/PDIF digitale audio inschakelen, 82 scanner problemen, 132 scherm resolutie, 41 problemen oplossen de computer naar de vorige werkende staat herstellen, 143-144 Dell Diagnostics,
spyware, 115, 127 T stations problemen, 112 Zie vaste schijf taakbalk Dell Mobile Broadband Card Utility, 129 Hardware veilig verwijderen, 122 indicator voor draadloze activiteit, 99 statuslampjes toetsenbord beschrijving, 24 stroom beveiligingsvoorzieningen problemen, 130 spanningsstabilisatoren stroomstootbeveiligingen UPS stroomlampje statussen, 130 stuurprogramma's identificeren, 138 opnieuw installeren, 139 over, 137 Subscriber Identity Module, 161 supportwebsite, 16 Systeemherstel, 143-144 Systeem
V vaste schijf beschrijving, 31 problemen, 114 vervangen, 154 veiligheidsinstructies, 14 ventilatieopeningen beschrijving, 25, 28, 31 verbinden Mobiel breedbandnetwerk, 99 wizards Wizard Programmacompatibiliteit, 1 25 WWAN Zie ook Mobiele breedbandkaart Z Zie display videocontroller configuratie vaststellen, 19 volume bijstellen, 134 W Windows Vista Device Driver Rollback, 139 Factory Image Restore, 146 opnieuw installeren, 144 Systeemherstel, 143-144 Wizard Programmacompatibiliteit, 125 Windows XP opni
Index