Setup Guide
Tabel 29. Opties voor System Setup—Exit menu (Menu afsluiten) (vervolg)
Afsluiten
Save Change Without Exit (Opslaan zonder afsluiten) Hiermee kunt u de wijzigingen die zijn aangebracht in de BIOS-
installatie opslaan.
Exit discarding Changes (Afsluiten met wijzigingen negeren) Hiermee kunt u de BIOS-installatie afsluiten zonder de
wijzigingen op te slaan.
Load Optimal Defaults (Optimale systeeminstellingen laden) Hiermee kunt u de standaardwaarden herstellen voor alle
System Setup-opties.
Discard Changes Hiermee kunt u de vorige waarden laden voor alle System
Setup-opties.
Systeem- en installatiewachtwoord
Tabel 30. Systeem- en installatiewachtwoord
Type wachtwoord Omschrijving
Systeemwachtwoord Wachtwoord dat moet worden ingevuld om aan uw systeem in te
loggen.
Installatiewachtwoord Wachtwoord dat moet worden ingevoerd voor toegang en het
aanbrengen van wijzigingen aan de BIOS-instellingen van uw
computer.
U kunt ter beveiliging van uw computer een wachtwoord voor het systeem en de installatie aanmaken.
WAARSCHUWING: De wachtwoordfunctie zorgt voor een basisbeveiliging van de data in uw computer.
WAARSCHUWING: Iedereen heeft toegang tot de data op uw computer als deze onbeheerd en niet vergrendeld wordt
achtergelaten.
OPMERKING: De functie voor het systeem- en installatiewachtwoord is uitgeschakeld.
Een systeeminstallatiewachtwoord toewijzen
Vereisten
U kunt alleen een nieuw systeem- of beheerderswachtwoord instellen wanneer de status op Not Set staat.
Over deze taak
Druk na het aanzetten of opnieuw opstarten van de computer onmiddellijk op F12 om naar de systeeminstallatie te gaan.
Stappen
1. Selecteer in het scherm System BIOS of System Setup de optie Security en druk op Enter.
Het scherm Security wordt geopend.
2. Selecteer System/Admin Password en maak een wachtwoord aan in het veld Enter the new password.
Hanteer de volgende richtlijnen om het systeemwachtwoord toe te kennen:
● Een wachtwoord mag bestaan uit maximaal 32 tekens.
● Het wachtwoord mag de nummers 0 t/m 9 bevatten.
● Er mogen alleen kleine letters worden gebruikt.
● Alleen de volgende speciale tekens zijn geldig: spatie, (”), (+), (,), (-), (.), (/), (;), ([), (\), (]), (`).
3. Typ het wachtwoord dat u eerder hebt ingevoerd in het veld Bevestig nieuw wachtwoord en klik op OK.
4. Druk op F10 om de wijzigingen op te slaan.
30
Systeeminstallatie










