Setup Guide
57
Ondersteuningsfuncties gebruiken
Dell Diagnostics
(Dell-diagnostiek)
Als er zich een probleem voordoet met uw
computer, moet u eerst de controles beschreven
in “Vastlopen en softwareproblemen” op pagina 51
doen en Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)
uitvoeren voordat u contact opneemt met Dell
voor technische ondersteuning.
OPMERKING: Dell Diagnostics (Dell-
diagnostiek) werkt alleen op Dell-computers.
OPMERKING: De schijf
Drivers and Utilities
is optioneel en is mogelijk niet met uw
computer meegeleverd.
Zie de Technologiehandleiding van Dell om de
configuratiegegevens van uw computer door te
nemen en zorg dat het apparaat dat u wilt testen,
in het programma wordt weergegeven en actief is.
Start Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) vanaf
uw vaste schijf of vanaf de optionele schijf
Drivers and Utilities
.
Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)
starten vanaf de vaste schijf
Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) bevindt zich
op een verborgen partitie op de vaste schijf.
OPMERKING: Als uw computer geen beeld
op het scherm kan weergeven, neemt
u contact op met Dell (zie “Contact
opnemen met Dell” op pagina 75).
Zorg dat de computer is aangesloten op een 1.
stopcontact en goed werkt.
Zet de computer aan of start deze opnieuw op.2.
Wanneer het DELL3.
™
-logo verschijnt, drukt
u direct op <F12>. Selecteer Diagnostics
(Diagnostiek) in het opstartmenu en druk
op <Enter>.
OPMERKING: Als u te lang wacht en het
logo van het besturingssysteem wordt
weergegeven, moet u blijven wachten tot
het bureaublad van Microsoft
®
Windows
®
wordt weergegeven. Daarna sluit u de
computer af en probeert u het opnieuw.










