Users Guide

Uw projector gebruiken 41
WEERGAVE-INST. (IN PC-MODUS)—Selecteer en druk op om de
weergave-instellingen te activeren. Het menu weergave-instellingen biedt
de volgende opties:
H
ORIZONTALE POSITIE
Druk op om het beeld naar rechts te
verplaatsen en om het naar links te verplaatsen.
VERTICALE POSITIE
Druk op om het beeld omhoog te verplaatsen
en om het omlaag te verplaatsen.
FREQUENTIE
Hiermee kunt u de klokfrequentie van de
weergavegegevens wijzigen in overeenstemming met de frequentie
van de grafische kaart van uw computer. Als u een verticale
knipperende golf ziet, gebruik dan Frequentie om de balken te
minimaliseren. Dit is een onnauwkeurige aanpassing.
OPSPORING
Synchroniseer de fase van het beeldschermsignaal met
deze van de grafische kaart. Als u een onstabiel of flikkerend beeld
hebt, gebruik dan de functie Opsporing om dit te corrigeren. Dit is een
nauwkeurige aanpassing.
BEELDVERHOUDING
Hiermee kunt u de hoogte-breedteverhouding
selecteren om de weergave van het beeld aan te passen. De opties
zijn: Oorsprong, 16:10 en 4:3.
•Oorsprong — selecteer Oorsprong om de beeldverhouding van de
beeldprojector te behouden in overeenstemming met de ingangsbron.
•16:10 — De invoerbron past het beeld aan zodat het past op de
breedte van het scherm om een 16:10 breedbeeld te projecteren.
•4:3 — De invoerbron past het beeld aan zodat het op het scherm past
en projecteert een 4:3 beeld.