Users Guide
Uw projector gebruiken 39
KLEURTEMP.—
Hiermee kunt u de kleurtemperatuur aanpassen. Het
scherm lijkt koeler bij hogere kleurtemperaturen en warmer bij lagere
kleurtemperaturen. Wanneer u de waarden in het menu
Kleur aanp.
aanpast, wordt de Aangep. modus geactiveerd. De waarden worden
opgeslagen in de Aangep. modus.
REGEL GEBRUIKTE KLEUR—
Hiermee kunt u de rood, groen en blauw
kleuren handmatig aanpassen.
WITBALANS—
Druk op en gebruik en om de witbalans weer
te geven.
KLEURENRUIMTE—
Hiermee kunt u de kleurenruimte selecteren. De
opties zijn: RGB, YCbCr en YPbPr.
VGA-UITGANG—
Selecteer Aan of Uit voor de VGA-uitvoerfunctie in de
stand-bystatus van de projector. Standaard is Uit.
OPMERKING: Als u de instellingen voor Kleurtemp., Regel
Gebruikte Kleur en Witbalans aanpast, schakelt de projector
automatisch over op Aangep. modus.
BEELDINST. (IN VIDEOSTAND)—Selecteer en druk op om de
beeldinstellingen te activeren. Het menu Beeldinstellingen biedt de
volgende opties:
K
LEURTEMP.—
Hiermee kunt u de kleurtemperatuur aanpassen. Het
scherm lijkt koeler bij hogere kleurtemperaturen en warmer bij lagere
kleurtemperaturen. Wanneer u de waarden in het menu
Kleur aanp.
aanpast, wordt de Aangep. modus geactiveerd. De waarden worden
opgeslagen in de Aangep. modus.
REGEL GEBRUIKTE KLEUR—
Hiermee kunt u de rood, groen en blauw
kleuren handmatig aanpassen.










