Users Guide
Uw projector gebruiken 49
LAN-INSTELLINGEN—
Selecteer en druk op om de LAN-instellingen te
activeren. Het menu LAN-instellingen biedt de volgende opties:
DRAADLOOS EN LAN—
Selecteer
Inschak.
om de functie Draadloos en
LAN te activeren. Selecteer
Blokkeer
om de functie Draadloos en LAN
uit te schakelen.
DHCP—
Als er een DHCP-server bestaat op het netwerk waarop de
projector is aangesloten, wordt het IP-adres automatisch opgehaald
wanneer u DHCP Aan selecteert. Als DHCP Uit is, stelt u IP-adres,
Subnetmasker en Gateway handmatig in. Gebruik en om het
nummer voor het IP-adres, Subnetmasker en Gateway te selecteren.
Druk op Enter om elk nummer te bevestigen en gebruik vervolgens
en om het volgende item in te stellen.
IP-ADRES—
Wijst het IP-adres automatisch of handmatig toe aan de
projector die op het netwerk is aangesloten.
SUBNETMASKER—
Configureer het subnetmasker van de
netwerkverbinding.
GATEWAY—
Controleer het Gateway-adres bij uw
netwerk/systeembeheer als u dit handmatig configureert.
DNS—
Controleer het IP-adres van de DNS Server bij uw
netwerk/systeembeheer als u dit handmatig configureert.
OPSLAAN—
Druk op om de wijzigingen aan de netwerkconfiguratie-
instellingen op te slaan.
OPMERKING:
1
Gebruik en om IP-adres, Subnetmasker, Gateway,
DNS en Opslaan te selecteren.
2
Druk op de knop om IP-adres, Subnetmasker, Gateway in
te voeren of op DNS om de waarde in te stellen. (De
geselecteerde optie wordt blauw gemarkeerd)
a
Gebruik de knop en om de optie te selecteren.










