Users Guide
42 Uw projector gebruiken
BEELDINST. (IN VIDEOSTAND)—Selecteer en druk op om de
beeldinstellingen te activeren. Het menu Beeldinstellingen biedt de
volgende opties:
K
LEURTEMP.—
Hiermee kunt u de kleurtemperatuur aanpassen. Het
scherm lijkt koeler bij hogere kleurtemperaturen en warmer bij lagere
kleurtemperaturen. Wanneer u de waarden in het menu
Kleur aanp.
aanpast, wordt de Aangep. modus geactiveerd. De waarden worden
opgeslagen in de Aangep. modus.
REGEL GEBRUIKTE KLEUR—
Hiermee kunt u de rood, groen en blauw
kleuren handmatig aanpassen.
VERZADIGING—
Hiermee kunt u de videobron aanpassen van zwart-wit
tot volledig verzadigde kleuren. Druk op om de hoeveelheid kleur
in een afbeelding te verhogen en op om deze hoeveelheid te
verlagen.
SCHERPTE—
Druk op om de scherpte te verhogen en op om de
scherpte te verlagen.
TINT—
Druk op om de hoeveelheid groen in een afbeelding te
verhogen en op om deze hoeveelheid te verlagen.
WITBALANS—
Druk op en gebruik en om de witbalans weer
te geven.
KLEURENRUIMTE—
Hiermee kunt u de kleurenruimte selecteren. De
opties zijn: RGB, YCbCr en YPbPr.
VGA-UITGANG—
Selecteer Aan of Uit voor de VGA-uitvoerfunctie in de
stand-bystatus van de projector. De standaardinstelling is Uit.
OPMERKING:
1
Als u de instellingen voor
Kleurtemp.
,
Regel Gebruikte Kleur
,
Verzadiging
,
Scherpte
,
Tint
en
Witbalans
aanpast, schakelt de
projector automatisch over op Aangep. modus.










