Users Guide
58 Uw projector gebruiken
OPSPORING—Synchroniseer de fase van het beeldschermsignaal met deze
van de grafische kaart. Als u een onstabiel of flikkerend beeld hebt, gebruik
dan de functie Opsporing om dit te corrigeren. Dit is een nauwkeurige
aanpassing.
B
EELDVERHOUDING—Hiermee kunt u de hoogte-breedteverhouding
selecteren om de weergave van het beeld aan te passen. De opties zijn:
Oorsprong, 16:9 en 4:3.
•Oorsprong — selecteer Oorsprong om de beeldverhouding van de
beeldprojector te behouden in overeenstemming met de ingangsbron.
•16:9 — De invoerbron past het beeld aan zodat het past op de breedte van
het scherm om een 16:9 breedbeeld te projecteren.
•4:3 — De ingangsbron past het beeld aan zodat het op het scherm past en
projecteert een 4:3 beeld.
Z
OOM—Druk op en om in te zoomen en het beeld weer te geven.
Pas de schaal van de foto aan door op of
te drukken en druk op om de foto
alleen op uw afstandsbediening weer te
geven.
ZOOMNAVIGATIE—Druk op om het menu
Zoomnavigatie te activeren.
Gebruik om te navigeren op het
projectiescherm.
3D-WEERGAVE—Selecteer Aan om de functie 3D-weergave te starten
(standaard is Uit).
OPMERKING:
1. Wanneer u een 3D-ervaring wilt creëren, hebt u enkele andere
componenten nodig, zoals:
a Computer/laptop met grafische kaart met 120 Hz signaaluitgang
en quad buffer.
b "Actieve" 3D-bril met DLP Link™.
c 3D-inhoud. Zie "Opmerking 4".
d 3D-speler. (Voorbeeld: stereoscopische speler...)
2. Schakel de 3D-functie in wanneer deze voldoet aan een van de
hieronder vermelde voorwaarden:
a Computer/laptop met grafische kaart, met mogelijkheid tot het
uitvoeren aan 120 Hz signaal via VGA- of HDMI-kabel.










