Users Guide

96 System Setup
SMART
Reporting
(Off is
standaard)
Geeft op of fouten voor interne stations tijdens het opstarten
moeten worden gemeld.
Ingebouwde apparatuur
Ingebouwde
netwerk-
interface
controller
(On is
standaard)
Schakelt de ingebouwde NIC-controller in of uit. De
instellingen zijn On, Off, On w/RPL of On w/ PXE. Als de
instelling On w/ PXE of On w/RPL is geactiveerd en er is geen
opstartroutine beschikbaar op de netwerkserver, zal de
computer proberen te starten vanaf het volgende apparaat in
de lijst met opstartvolgorde.
Geïntegreerde
audio
(On is
standaard)
Schakelt een ingebouwde audiocontroller in (On) of uit (Off).
U kunt ook Auto selecteren om de invoegtoepassing
Audiocontroller te gebruiken.
USB-
controller
(On is
standaard)
Schakelt de interne USB-controller in- of uit. Met No Boot
schakelt u de controller in, maar schakelt u de mogelijkheid
om vanaf een USB-apparaat op te starten uit.
OPMERKING: Besturingsystemen die USB ondersteunen,
herkennen USB-diskettestations ook bij de instelling No boot.
Front USB
Ports
(On is
standaard)
Schakelt de USB-aansluitingen aan de voorzijde in- of uit.
LPT Port
Mode
(PS/2 is
standaard)
Bepaalt de werkingsmodus van de interne parallelle poort.
Off
schakelt de poort uit.
AT
configureert de poort voor AT-
compatibiliteit.
PS/2
configureert de poort voor PS/2-
compatibiliteit.
EPP
configureert de poort voor het
bidirectionele EPP-protocol.
ECP
configureert de poort voor
het bidirectionele ECP-protocol.
OPMERKING: Als u de LPT-poortmodus instelt op ECP, wordt in
het optiemenu LPT-poort DMA weergegeven.
LPT Port
Address
Bepaalt het door de ingebouwde parallelle poort gebruikte adres.