Users Guide

214 Onderdelen toevoegen en vervangen
17
Plaats de computerkap terug (zie "De computerkap terugplaatsen" op
pagina 173) en steek de stekkers van de computer en de apparaten in het
stopcontact en zet ze aan.
18
Als u een geluidskaart hebt geïnstalleerd:
a
Open het System Setup-programma (zie
"System Setup" op pagina 93
),
selecteer
Integrated Audio
(geïntegreerde audio) en wijzig de instelling in
Off
(uit).
b
Sluit externe audioapparaten aan op de connectoren van de
geluidskaart. Sluit geen externe apparaten aan op de microfoon-,
speaker/hoofdtelefoon- of line-in-aansluitingen op het achterpaneel.
19
Volg onderstaande instructies, wanneer u een netwerkadapter hebt
geïnstalleerd en de geïntegreerde netwerkadapter wilt uitschakelen:
a
Open het System Setup-programma (zie
"System Setup" op
pagina 93
), selecteer
Integrated NIC
(geïntegreerde NIC) en wijzig
de instelling in
Off
(uit).
b
Sluit de netwerkkabel aan op de connectoren van de
netwerkadapterkaart. Sluit de netwerkkabel niet aan op de
netwerkaansluiting op het achterpaneel.
20
Installeer de benodigde stuurprogramma's voor de kaart zoals beschreven
in de kaartdocumentatie.
Een uitbreidingskaart verwijderen
1
Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 163.
2
Verwijder de computerkap (zie "De computerkap verwijderen" op pagina 165).
3
Draai de vaste-schijfhouder uit de computer (zie "De vaste-schijfhouder
uit de computer draaien" op pagina 168).