Users Guide

288 Termenlijst
POST — power-on self-test (serie testen bij inschakelen computer) — Diagnostische
programma's die automatisch door de BIOS worden geladen en basistesten uitvoeren
op de belangrijkste computeronderdelen, zoals het geheugen, vaste schijven en
videospelers. Als er tijdens POST geen problemen worden opgespoord, gaat de
computer verder met opstarten.
processor — Een computerchip die programma-instructies vertaalt en uitvoert. De
processor wordt ook wel de CVE (centrale verwerkingseenheid) genoemd.
PS/2 — personal system/2 — Een connectortype voor het aansluiten van een
toetsenbord, muis of toetsenblok die compatibel zijn met PS/2.
PXE — pre-boot execution environment (uitvoeringsomgeving voorafgaan aan het
opstarten) — Een WfM-standaard (Wired for Management) waarmee computers die
zijn aangesloten op een netwerk en geen besturingssysteem hebben, extern geconfigureerd
en opgestart kunnen worden.
R
RAID — redundant array of independent disks (overtollige reeks onafhankelijke
schijven) — Een methode om overtollige gegevens te bieden. Sommige algemene
toepassingen van RAID omvatten RAID 0, RAID 1, RAID 5, RAID 10 en RAID 50.
RAM — random-access memory — De primaire tijdelijke opslaglocatie voor
programma-instructies en gegevens. Alle informatie die in RAM is opgeslagen gaat
verloren, wanneer u de computer uitschakelt.
reismodule — Een plastic apparaat dat ontworpen is voor de modulehouder van een
draagbare computer om het gewicht van de computer te verminderen.
resolutie — De scherpte en helderheid van een afbeelding uitgevoerd door een printer
of weergegeven op een monitor. Hoe hoger de resolutie, des te scherper de afbeelding.
RFI — radio frequency interference (radiofrequentiestoring) — Storing die gegenereerd
wordt bij doorsnee radiofrequenties, binnen het bereik van 10 kHz tot 100,000 MHz.
Radiofrequenties hebben lage elektromagnetische frequenties en meer kans op storing
dan de hogere frequentiestralingen, zoals infrarood en licht.
ROM read-only memory (alleen-lezen geheugen) — Geheugen dat gegevens en
programma's opslaat die niet kunnen worden verwijderd of waarnaar de computer niet
kan schrijven. Anders dan RAM bewaart ROM de inhoud nadat u de computer
uitschakelt. ROM bevat een aantal programma's die essentieel zijn voor de werking
van de computer.
RPM — revolutions per minute (omwentelingen per minuut) — Het aantal rotaties
dat per minuut plaatsvindt. De snelheid van de vaste schijf wordt vaak in rpm gemeten.
RTC — real time clock (real-timeklok) — Klok op batterijen op de systeemkaart die
de datum en tijd bijhoudt na het uitschakelen van de computer.