Users Guide
Onderdelen toevoegen en vervangen 265
2
Stel de jumpers op de vervangende systeemkaart hetzelfde in als die op de
oude systeemkaart (zie "Systeemkaartcomponenten" op pagina 154).
OPMERKING: Sommige componenten en connectoren op de systeemkaart
kunnen zich op een andere plaats bevinden dan de overeenkomende connectoren
op de oude systeemkaart.
3
Richt de vervangende systeemkaart uit door de inkepingen in de onderkant
van de kaart op één lijn te brengen met de lipjes in de computer.
4
Schuif de systeemkaart naar de achterkant van de computer totdat deze op
zijn plaats klikt.
5
Plaats alle componenten en kabels terug die u van de systeemkaart hebt
verwijderd.
6
Sluit alle kabels weer aan op de juiste connectoren op de achterkant van de
computer.
7
Plaats de computerkap terug (zie "De computerkap terugplaatsen" op
pagina 266).
KENNISGEVING: Steek voor het aansluiten van een netwerkkabel de kabel eerst
in de netwerkpoort of het netwerkapparaat en daarna in de computer.
8
Steek de stekkers van de computer en de apparaten in het stopcontact en
zet ze aan.
Het frontpaneel terugplaatsen
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint,
dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de
Productinformatiegids
.
WAARSCHUWING: U voorkomt elektrische schokken door altijd de stekker van
de computer uit het stopcontact te halen voordat u de kap opent.
KENNISGEVING: U voorkomt schade door statische elektriciteit aan de
onderdelen in de computer door uw lichaam van statische elektriciteit te ontdoen
voordat u een van de elektronische onderdelen van de computer aanraakt, Dit kunt
u doen door een ongeverfd metalen oppervlak op de computer aan te raken.
1
Breng de inkepingen in het frontpaneel op één lijn met de overeenkomende
gaten aan de voorkant van de computer.
2
Trek aan de ontgrendelingshendel van het frontpaneel en schuif het
paneel naar rechts om dit vast te zetten.










