Users Guide

Onderdelen toevoegen en vervangen 181
13
Plaats de computerkap terug (zie "De computerkap terugplaatsen" op
pagina 266).
KENNISGEVING: Steek voor het aansluiten van een netwerkkabel de kabel eerst
in de netwerkpoort of het netwerkapparaat en daarna in de computer.
14
Steek de stekkers van de computer en de apparaten in het stopcontact en
zet ze aan.
15
Wijzig indien nodig System Setup-instellingen.
Als u een geluidskaart hebt verwijderd, opent u System Setup (zie "System
Setup openen" op pagina 81), selecteert u
Integrated Audio
(geïntegreerde
audio) en wijzigt u de instelling in
Off
(uit).
Als u een netwerkadapter hebt geïnstalleerd, opent u System Setup (zie
"System Setup openen" op pagina 81), selecteert u
Integrated NIC
(geïntegreerde NIC) en wijzigt u de instelling in
On
(aan).
OPMERKING: Sluit uw externe audioapparaten of uw netwerkkabel aan op
de connectoren op de kaart. Sluit ze niet aan op de connectoren op het
achterpaneel van de computer.
16
Installeer de vereiste stuurprogramma's voor de kaart, zoals wordt
geschreven in de documentatie bij de kaart.
1 kaartborgpaneel 2 ontgrendellipje
1
2