Users Guide

Onderdelen toevoegen en vervangen 169
KENNISGEVING: Druk de geheugenmodule met gelijke druk aan de uiteinden
recht naar beneden in de connector om schade aan de module te voorkomen.
5
Druk de module in de connector totdat deze op zijn plaats klikt.
Als u de module juist plaatst, klikken de borgklemmen vast in de uitsparingen
aan de uiteinden van de module.
6
Plaats de computerkap terug (zie "De computerkap terugplaatsen" op
pagina 266).
KENNISGEVING: Steek voor het aansluiten van een netwerkkabel de kabel eerst
in de netwerkpoort of het netwerkapparaat en daarna in de computer.
7
Steek de stekkers van de computer en de apparaten in het stopcontact en
zet ze aan.
8
Open System Setup (zie "System Setup openen" op pagina 81) en
controleer de waarde voor
System Memory
(systeemgeheugen).
De waarde voor
System Memory
geeft de nieuw geïnstalleerde hoeveelheid
geheugen aan.
OPMERKING: Als de hoeveelheid geheugen onjuist is, controleert u of de
geïnstalleerde geheugenmodules goed vastzitten in hun connectoren.
9
Druk op <Esc> om System Setup af te sluiten.