Users Guide
Onderdelen toevoegen en vervangen 151
2
Schakel de computer uit (zie "De computer uitschakelen" op pagina 149).
KENNISGEVING: Wanneer u een netwerkkabel wilt ontkoppelen, moet u deze
eerst van de computer loskoppelen en daarna pas van het netwerkapparaat.
3
Ontkoppel alle telefoon- of netwerkkabels van de computer.
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de hoofdbatterij
te verwijderen voordat u met de computer aan de slag gaat.
4
Haal de stekkers van de computer en alle aangesloten apparaten uit het
stopcontact.
5
Druk op de aan/uit-knop om de systeemkaart te aarden.
WAARSCHUWING: U voorkomt elektrische schokken door altijd de stekker van
de computer uit het stopcontact te halen voordat u de kap opent.
KENNISGEVING: Zorg dat u bent geaard voordat u de onderdelen in de computer
aanraakt door een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken, zoals het metaal op
de achterkant van de computer. Raak tijdens het werk ook regelmatig een ongeverfd
metalen oppervlak aan om statische elektriciteit weg te leiden, die de interne
onderdelen kan beschadigen.
De computerkap verwijderen
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint,
dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de
Productinformatiegids
.
WAARSCHUWING: U voorkomt elektrische schokken door altijd stekker van de
computer uit het stopcontact te halen voordat u de kap verwijdert.
1
Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 149.
OPMERKING: Zorg dat er voldoende ruimte is om de verwijderde kap aan de kant
te leggen.
2
Verwijder de beveiligingskabel uit de beveiligingskabelsleuf (indien
geïnstalleerd).
3
Leg de computer op zijn kant met de kap aan de bovenkant.
4
Schuif het ontgrendelingsschuifje van de kap naar achteren.
5
Til vervolgens de bovenkant van de kap omhoog en van de computer vandaan.










