Users Guide
Problemen oplossen 127
2
Wijzig de instellingen, indien nodig.
INSTALLEER HET MUISSTUURPROGRAMMA OPNIEUW — Zie "Stuurprogramma's" op
pagina 135.
V
OER DE PROBLEEMOPLOSSER VOOR HARDWARE UIT — Zie "Probleemoplosser voor
hardware" op pagina 111.
Netwerkproblemen
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint,
dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de
Productinformatiegids
.
C
ONTROLEER HET NETWERKLAMPJE OP DE VOORKANT VAN DE COMPUTER — Als
het verbindingintegriteitsslampje is uitgeschakeld (zie "Schakelaars en lampjes" op
pagina 33), is er geen netwerkcommunicatie. Vervang de netwerkkabel.
C
ONTROLEER DE NETWERKKABELCONNECTOR — Controleer of de netwerkkabel
stevig in de netwerkconnector aan de achterkant van de computer en de
netwerkaansluiting is gestoken.
S
TART DE COMPUTER OPNIEUW OP EN MELDT U WEER AAN BIJ HET NETWERK
CONTROLEER UW NETWERKINSTELLINGEN — Neem contact op met de netwerkbeheerder
of degene die uw netwerk heeft ingesteld om te controleren dat de netwerkinstellingen
correct zijn en dat het netwerk functioneert.
V
OER DE PROBLEEMOPLOSSER VOOR HARDWARE UIT — Zie "Probleemoplosser voor
hardware" op pagina 111.
Voedingsproblemen
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint,
dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de
Productinformatiegids
.
A
LS HET AAN/UIT-LAMPJE GROEN IS EN DE COMPUTER NIET REAGEERT — Zie
"Diagnostische lampjes" op pagina 102.
A
LS HET AAN/UIT-LAMPJE GROEN KNIPPERT — De computer is in de stand-
bymodus. Druk op een toets op het toetsenbord, beweeg de muis of druk op de
aan/uit-knop om de normale werking te hervatten.
A
LS HET AAN/UIT-LAMPJE IS UITGESCHAKELD — De computer wordt uitgeschakeld
of krijgt geen stroom.
• Steek de stroomkabel terug in de stroomkabelaansluiting aan de achterkant van de
computer en het stopcontact.










