Setup Guide

Knoplampjes en diagnostische lampjes
Systeem-id-knop en -lampje blauw lampje: knippert (voor- en achterzijde
van het chassis) wanneer de knop wordt
ingedrukt. Druk de knop nogmaals in om het
lampje weer uit te schakelen.
Stationsactiviteitslampje blauw lampje: knipperend blauw lampje
geeft aan dat de computer gegevens leest
van of schrijft naar de vaste schijf.
Lampjes voor de integriteit van de
netwerkverbinding (voorzijde):
blauw lampje: er is een goede verbinding
tussen het netwerk en de computer.
uit (lampje brandt niet): dit geeft aan dat de
computer geen fysieke verbinding met het
netwerk detecteert.
Lampjes voor de integriteit van de
netwerkverbinding (achterzijde):
groen lampje: er is een goede 10 Mbps-
verbinding tussen het netwerk en de
computer.
oranje lampje: er is een goede 100 Mb/s-
verbinding tussen het netwerk en de
computer.
geel lampje: er is een goede 1000 Mb/s-
verbinding tussen het netwerk en de
computer.
Lampjes voor de netwerkactiviteit geel lampje: knippert wanneer er
netwerkactiviteit is op de verbinding.
Controlelampjes: uit: computer staat uit of heeft POST
voltooid.
geel/knipperend: zie de
onderhoudshandleiding voor specifieke
diagnostische codes.
Voeding
Knoopcelbatterij CR2032-lithiumknoopbatterij van 3 V
Spanning 100 V tot 240 V, 12.00 A tot 6.00 A, 50 Hz tot
60 Hz
6