Users Guide
1. Volg de procedures in Voordat u begint.
2. Zorg dat u bent geaard door een van de metalen aansluitingen aan de achterzijde van de computer aan te raken.
3. Draai de computer om, maak de geborgde schroeven op de dekplaat van de geheugenmodule los en verwijder de dekplaat.
4. Als u een geheugenmodule vervangt, dient u de bestaande module te verwijderen:
a. Gebruik uw vingertoppen om de houderklemmen aan elke kant van de geheugenmodule voorzichtig uit elkaar te duwen tot de module omhoog
springt.
b. Verwijder de module uit de aansluiting.
5. Aard uzelf en installeer de nieuwe geheugenmodule:
a. Lijn de inspringing op de kaartrandaansluiting van de module uit met de greep in de aansluitingssleuf.
b. Schuif de module stevig in de sleuf, met een hoek van 45 graden, en draai de module omlaag tot deze op haar plaats klikt. Als u geen klik voelt,
moet u de module verwijderen en opnieuw installeren.
LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatische ontlading door uzelf te aarden met een aardingsarmband of door van tijd tot tijd een niet-geschilderd
metalen oppervlak aan te raken (bijvoorbeeld een aansluiting aan de achterkant van de computer).
KENNISGEVING: Voorkom schade aan het moederbord door de batterij te verwijderen voordat u binnen de computer aan het werk gaat.
OPMERKING: Als u het gebied verlaat, moet u zichzelf opnieuw aarden wanneer u terugkeert naar de computer.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan de geheugenmoduleaansluiting door geen gereedschap te gebruiken om de houderklemmen van de
geheugenmodule open te maken.
1
geheugenmodule
2
klemmen vastzetten
(2peraansluiting)
3
geheugenmoduleaansluiting
OPMERKING: Alsdegeheugenmodulenietgoedwordtgeïnstalleerd,kanhetgebeurendatdecomputernietgoedopstart.Dezestoringwordtniet
door een foutbericht aangekondigd.










