Users Guide

Terug naar pagina Inhoudsopgave
Netwerkinstellingen configureren
Een LAN, WiFi of WWAN inschakelen
Verbinding maken met een Local Area Network (LAN)
Verbinding maken met een draadloos netwerk (WiFi)
Verbinding maken met een mobiel breedbandnetwerk (WWAN)
Een LAN, WiFi of WWAN inschakelen
Voordat u uw computer start in de modus Dell™ Latitude ON™, moet u de computer instellen om verbinding te maken met
een LAN, WiFi of WWAN. De eerste keer dat u Latitude ON Flash start, begeleidt de wizard Eerste Keer u door de
netwerkinstellingen. U kunt instellingen ook later aanpassen zoals hieronder beschreven.
1. Open het dialoogvenster Netwerkconfiguratie door:
Op het pictogram Netwerk op de LaunchBar te klikken. (Ga met de muisaanwijzer naar dit pictogram om de
actuele status van de LAN en WiFi-verbinding te tonen.)
Klik op het pictogram WWAN op de LaunchBar, beschikbaar als een WWAN-apparaat is gedetecteerd. (Ga met
de muisaanwijzer naar het pictogram om de actuele status van de WWAN-verbinding en de gedetecteerde
signaalsterkte te tonen.)
Klik op het pictogram Instellingenvenster op de LaunchBar en klik op Netwerk binnen het
instellingenvenster
.
2. Selecteer uw verbindingstype door links in het dialoogvenster Netwerkconfiguratie op WiFi, LAN of WWAN te klikken.
3. Als het keuzevakje Inschakelen niet is geselecteerd, klikt u in het vakje om de verbinding in te schakelen (Als het
keuzevakje is geselecteerd, verbreekt u de verbinding door in het vakje te klikken.)
Als de netwerkinstellingen correct zijn opgegeven, herkent Latitude ON Flash na de eerste verbdingspoging deze verbinding
automatisch. Vervolgens maakt Latitude ON verbinding met het geactiveerde netwerk, of dat nu LAN, WiFi, WWAN of een
combinatie daarvan is.
Verbinding maken met een Local Area Network (LAN)
Voor een standaard automatische verbinding:
1. Controleer of een netwerksnoer met uw computer is verbonden.
2. Nadat een snoer is aangesloten, is standaard de dienst DHCP op uw netwerk beschikbaar en moet u automatisch de
juiste IP/DNS-instellingen verkrijgen.
Als u echter de instellingen handmatig wilt opgeven:
1. Klik links in het dialoogvenster Netwerkconfiguratie op LAN.
2. Maak de keuzevakjes IP-instellingen en DNS-instellingen leeg. Hierdoor kunt u in de velden daaronder handmatig
iets invoeren.
3. Voer de waardes in voor de IP- of DNS-instellingen die door de systeembeheerder zijn toegekend.
U kunt ook in de rechterbenedenhoek van het dialoogvenster op Verbindingshulp klikken. Deze handige optie
begeleidt u door het configuratieproces.