Dell Precision™ M4300 Gebruikshandleiding w w w. d e l l . c o m | s u p p o r t . d e l l .
Opmerkingen, kennisgevingen en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer. KENNISGEVING: Een KENNISGEVING duidt potentiële schade aan hardware of potentieel gegevensverlies aan en vertelt u hoe het probleem kan worden vermeden. WAARSCHUWING: Een WAARSCHUWING duidt het risico van schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden aan.
Inhoud 1 Informatie zoeken 2 Uw computer Vooraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Linkeraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 Rechteraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 Achteraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De batterij vervangen Een batterij opslaan 4 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37 Het toetsenbord en de touchpad gebruiken Numeriek toetsenblok . Toetsencombinaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40 . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40 40 40 40 41 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Een externe monitor gebruiken als uitbreiding van uw computerbeeldscherm . . . . . . . . . . . . . . . . . . Microsoft® Windows® XP Windows Vista® . . . . . . . . . . . . . . . . . 51 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51 52 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Een externe monitor als primair beeldscherm gebruiken: Het primaire en secundaire beeldscherm omwisselen . . Microsoft® Windows® XP Windows Vista® . . . . . . . . . . . . . . . . 52 . . . . . . . . . . . . . . . .
8 Kaarten gebruiken Kaarttypen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blanco kaarten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Uitgebreide kaarten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66 66 67 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Een (blanco) kaart verwijderen 9 65 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Problemen met stations 81 . . . . 81 81 81 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82 Toegang verkrijgen tot de Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) . Op het pictogram Dell Support klikken . . . . . . . . . . . . . . . Op het pictogram Dell Support dubbelklikken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Problemen met cd- en dvd-stations Problemen met de vaste schijf . . . . . . . . . . . . . . . . .
Problemen met de touchpad of met de muis Video- en beeldschermproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98 Als het beeldscherm leeg is . . . . . . . . . . . . . . . . Als heb beeldscherm slecht leesbaar is . . . . . . . . . . Als alleen een gedeelte van het beeldscherm leesbaar is . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98 98 99 11 System Setup-programma Overzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
14 Onderdelen toevoegen en vervangen Voordat u begint . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115 115 116 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117 Aanbevolen hulpmiddelen . . . . . . . . De computer uitschakelen . . . . . . . . Voordat u aan de computer gaat werken. Vaste schijf . Mediacompartiment . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118 . . . . .
17 Hulp krijgen Hulp krijgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148 148 148 149 149 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 Technische ondersteuning en klantenservice DellConnect . . . . . . . . . . . . . . . . . . On line services . . . . . . . . . . . . . . . . AutoTech-service . . . . . . . . . . . . . . . Automatische orderstatusservice . . . . . .
Informatie zoeken OPMERKING: Sommige functies of media kunnen optioneel zijn en niet bij uw computer zijn geleverd. Sommige kenmerken of media zijn wellicht niet beschikbaar in bepaalde landen. OPMERKING: Mogelijk is er bij uw computer aanvullende informatie geleverd. Waarnaar zoekt u? Hier kunt u het vinden • • • • De Drivers and Utilities media OPMERKING: De Drivers and Utilities media zijn optioneel en mogelijk niet met uw computer meegeleverd.
Waarnaar zoekt u? Hier kunt u het vinden • De computer instellen • Basisinformatie probleemoplossing • Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uitvoeren Naslaggids OPMERKING: Dit document kan optioneel zijn en niet bij uw computer zijn geleverd. OPMERKING: Dit document is beschikbaar als PDF-bestand op support.dell.com.
Waarnaar zoekt u? Hier kunt u het vinden • Oplossingen — Hints en tips voor probleemoplossing, artikelen van technici, on line cursussen en veelgestelde vragen • Community — On line discussies met andere gebruikers van Dell-producten • Upgrades — Upgrade-informatie over onderdelen als het geheugen, de vaste schijf en het besturingssysteem • Klantenservice — Contactgegevens, de status van reparatieverzoeken en bestellingen, informatie over garantie en reparatie • Service en ondersteuning — De status van re
Waarnaar zoekt u? Hier kunt u het vinden ® • Met Windows XP en Windows Vista werken • Aan het werk met programma's en bestanden • Hoe pas ik mijn bureaublad aan Help en ondersteuning van Windows 1 Klik op Start of → Help en ondersteuning. 2 Geef met een of meer woorden een beschrijving van het probleem en klik vervolgens op het pijltje. 3 Klik op het onderwerp dat uw probleem beschrijft. 4 Volg de instructies op het scherm.
Uw computer Vooraanzicht 1 2 3 13 12 4 11 10 5 9 6 8 7 1 beeldschermvergrendeling 2 beeldscherm 3 aan/uit-knop 4 statuslampjes apparaat 5 luidsprekers (2) 6 toetsenbord 7 touchpad 8 touchpad-/track stick-knoppen 9 track stick 10 statuslampjes toetsenbord 11 volumeknoppen 12 dempknop 13 omgevingslichtsensor Uw computer 15
BEELDSCHERMVERGRENDELING BEELDSCHERM — Zorgt ervoor dat het beeldscherm dichtgeklapt blijft. — Zie "Het beeldscherm gebruiken" op pagina 49 voor meer informatie over het beeldscherm. AAN/UIT-KNOP — Druk op de aan/uit-knop om de computer in te schakelen of om een energiebeheermodus te verlaten (zie "Energiebeheermodi" op pagina 34). KENNISGEVING: U voorkomt dat er gegevens verloren gaan door de computer uit te schakelen door Microsoft® Windows® af te sluiten in plaats van op de aan/uit-knop te drukken.
Gaat branden wanneer u de computer inschakelt en knippert wanneer de computer zich in een energiebeheermodus bevindt. Gaat branden wanneer de computer gegevens leest of schrijft. KENNISGEVING: Schakel de computer nooit uit wanneer de het lampje knippert om gegevensverlies te voorkomen. Zal gaan branden of knipperen om de batterijstatus aan te geven. Gaat branden wanneer draadloze apparaten zijn ingeschakeld. U schakelt WiFi in of uit door de draadloze schakelaar links op de computer te gebruiken.
VINGERAFDRUKLEZER ( O P T I O N E E L ) — Hiermee houdt u uw Dell™-computer veilig. Wanneer u uw vinger over de lezer veegt, wordt uw unieke vingerafdruk gebruikt om uw gebruikersidentiteit te verifiëren. Zie "De computer beveiligen" op pagina 69 voor informatie over hoe u de beveiligingsbeheersoftware activeert en gebruikt voor het regelen van de vingerafdruklezer.
Linkeraanzicht 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 beveiligingskabelsleuf 2 ventilatieopeningen 3 IEEE 1394-connector 4 audioconnectoren 5 ExpressCard-sleuf 6 knop voor een draadloos netwerk 8 pc-kaartsleuf 9 smartcard-sleuf 7 ™ Wi-Fi Catcher -lampje BEVEILIGINGSKABELSLEUF — Hiermee bevestigt u een in de handel verkrijgbare antidiefstalvoorziening aan de computer. Raadpleeg "Beveiligingskabelslot" op pagina 69 voor meer informatie.
AUDIOCONNECTOREN Sluit koptelefoons aan op de Sluit een microfoon aan op de -connector. -connector. E X P R E S S C A R D - S L E U F — Ondersteunt 34- en 54-mmPCI ExpressCards of USB-gebaseerde ExpressCards (zie "Kaarten gebruiken" op pagina 65). KNOP VOOR EEN DRAADLOOS NETWERK — Schakelt draadloze apparaten, zoals WiFi, en interne kaarten met de draadloze Bluetooth-technologie in en uit en zoekt naar WiFi-netwerken.
STANDEN DRAADLOZE SCHAKELAAR "uit" Schakelt draadloze apparaten uit. "in" Schakelt draadloze apparaten in. "tijdelijk" Zoekt naar WiFi-netwerken Raadpleeg "Dell™ Wi-Fi Catcher™-netwerkzoeker" op pagina 63 voor meer informatie.
Rechteraanzicht 2 1 mediabasis 1 USB-connectoren (2) 2 MEDIACOMPARTIMENT — Ondersteunt een diskettestation, optische schijven, een tweede batterij of een tweede vaste schijf (zie "Mediacompartiment" op pagina 118). USB-CONNECTOREN Sluit USB-apparaten aan, zoals een muis, toetsenbord of printer. Achteraanzicht WAARSCHUWING: Blokkeer de luchtopeningen niet, duw er geen voorwerpen in en zorg dat er zich geen stof in ophoopt.
NETWERKCONNECTOR (RJ-45) KENNISGEVING: De netwerkconnector is iets groter dan de modemconnector. U voorkomt schade aan de computer door geen telefoonlijn op de netwerkconnector aan te sluiten. Sluit uw computer aan op een netwerk. De twee lampjes naast de connector geven de status en activiteit aan voor bedrade netwerkverbindingen.
VIDEOCONNECTOR Sluit videoapparaten aan, zoals een monitor. CONNECTOR VOOR NETADAPTER — Sluit een netadapter op de computer aan. De netadapter zet netstroom om naar gelijkstroom die door de computer wordt vereist. U kunt de netadapter aansluiten met de computer in- of uitgeschakeld. WAARSCHUWING: De netadapter werkt op elektriciteitsnetten wereldwijd. Stroomaansluitingen en contactdozen verschillen echter sterk per land.
Onderaanzicht 1 2 6 5 4 3 1 ontgrendelingsschuifje van batterijcompartiment 2 batterij 3 kapje geheugenmodule 4 connector koppelapparaat 5 ventilatieopeningen 6 vaste schijf ONTGRENDELINGSSCHUIFJE VAN BATTERIJCOMPARTIMENT — Ontgrendelt de batterij. Zie "De batterij vervangen" op pagina 36 voor instructies. BATTERIJ — Wanneer er een batterij is geïnstalleerd, kunt u de computer gebruiken zonder dat u deze op een stopcontact hoeft aan te sluiten (zie "Batterijen gebruiken" op pagina 31).
Uw computer
Informatie naar een nieuwe computer overbrengen Het Microsoft® Windows®-besturingssysteem beschikt over de wizard Bestanden en instellingen overzetten waarmee u gegevens van een broncomputer naar een nieuwe computer kunt overbrengen.
De gegevens van de oude computer kopiëren: 1 Plaats het medium Windows XP Operating System in de oude computer. 2 Klik in het scherm Welkom bij Microsoft Windows XP op Andere taken uitvoeren. 3 Klik onder Wat wilt u doen? op Bestanden en instellingen overzetten. 4 Klik in het beginscherm van de wizard Bestanden en instellingen overzetten op Volgende. 5 Klik in het scherm Oude of nieuwe computer? op Oude computer en klik op Volgende.
De gegevens van de oude computer kopiëren: 1 Plaats de wizardschijf in de oude computer. 2 Klik op Start→ Uitvoeren. 3 Blader in het veld Openen van het venster Uitvoeren naar het bestand fastwiz (op het verwisselbare medium), en klik op OK. 4 Klik in het beginscherm van de wizard Bestanden en instellingen overzetten op Volgende. 5 Klik in het scherm Oude of nieuwe computer? op Oude computer→ Volgende.
Uw computer
Batterijen gebruiken Batterijprestaties OPMERKING: Zie de Productinformatiegids of het afzonderlijke papieren garantiedocument dat met uw computer is meegeleverd voor informatie over de Dell-garantie op uw computer. Voor optimale prestaties van de computer en tevens om te helpen de instellingen van de BIOS te behouden, dient u de draagbare Dell™-computer te allen tijde te gebruiken terwijl de hoofdbatterij geïnstalleerd is.
WAARSCHUWING: Het gebruik van een incompatibele batterij kan de kans op brand of een explosie vergroten. Vervang de batterij uitsluitend met een compatibele batterij die u bij Dell hebt aangeschaft. De lithium-ionbatterij is ontwikkeld voor gebruik met uw Dell-computer. Gebruik geen batterij van een andere computer voor uw computer. WAARSCHUWING: Gooi batterijen niet met het huisafval weg.
De batterijstatus controleren Wanneer u de batterijstatus wilt controleren, moet u de statusknop op de ladingsmeter indrukken en loslaten om de ladingsniveaulichtjes te laten branden. Elk lampje vertegenwoordigt ongeveer 20 procent van de totale batterijlading. Als bijvoorbeeld tachtig procent van de lading resteert, zullen er vier lampjes branden. Als er geen lampjes branden, is de batterij leeg.
Energiebeheermodi Stand-bymodus De stand-bymodus bespaart energie door het beeldscherm en de vaste schijf na een vooraf vastgestelde periode van inactiviteit uit te schakelen (een time-out). Wanneer de computer de stand-bymodus verlaat, keert deze terug naar de toestand van voor de stand-bymodus. KENNISGEVING: Als uw computer in de stand-bymodus geen wissel- of batterijstroom meer krijgt, kunnen er gegevens verloren gaan.
OPMERKING: Sommige pc-kaarten of ExpressCards functioneren niet correct nadat de computer de slaapstand heeft verlaten. Verwijder de kaart en plaats deze opnieuw (zie "Een pc-kaart of ExpressCard installeren" op pagina 66) of start de computer opnieuw op. Druk op de aan/uitknop om de slaapstand te verlaten. Het kan even duren voordat de computer de slaapstand heeft verlaten. U kunt de slaapstand niet verlaten door op een toets te drukken of de touchpad of track stick aan te raken.
De batterij vervangen WAARSCHUWING: Voordat u deze procedures uitvoert, moet u de computer uitzetten, de netadapter uit het stopcontact halen, de modem losmaken van de wandaansluiting en de computer en alle andere externe kabels loskoppelen van de computer. WAARSCHUWING: Het gebruik van een incompatibele batterij kan de kans op brand of een explosie vergroten. Vervang de batterij uitsluitend met een compatibele batterij die u bij Dell hebt aangeschaft.
Een batterij opslaan Verwijder de batterij als u de computer voor langere tijd opslaat. Een batterij verliest zijn lading als deze gedurende een lange periode wordt opgeslagen. Na een lange opslagperiode dient u de batterij volledig opnieuw te laden voordat u deze gebruikt (zie "De batterij opladen" op pagina 35).
Batterijen gebruiken
Het toetsenbord en de touchpad gebruiken Numeriek toetsenblok Het numerieke toetsenblok werkt als het numerieke toetsenblok op het externe toetsenbord. Elke toets op het toetsenblok heeft meerdere functies. De cijfers op het toetsenblok en symbolen zijn blauw gemarkeerd rechts van de toetsenblok. Houd ingedrukt en druk op de gewenste toets om een cijfer of symbool in te voeren. • Druk op om het toetsenblok in te schakelen. Het lampje toetsenblok actief is.
Toetsencombinaties Systeemfuncties Opent het venster Taakbeheer. Batterij Geeft de Dell™ QuickSet-batterijmeter weer Weergavefuncties Schakelt het formaat van beeldschermuitvoer van volledig scherm over naar gecentreerd naar de standaard hoogte-breedteverhouding voor niet-oorspronkelijke resoluties op een LCD-scherm of extern beeldscherm. Verplaatst het videobeeld volgens de volgende beeldschermoptie.
Microsoft® Windows®-toetsenfuncties Windows-toets en Minimaliseert alle geopende vensters. Windows-toets en Herstelt alle geminimaliseerde vensters. Deze toetsencombinatie functioneert als een wisselknop om alle geminimaliseerde vensters te herstellen met de combinatie van de Windows-toets en de -toets. Windows-toets en Hiermee wordt Windows Explorer uitgevoerd. Windows-toets en Opent het dialoogvenster Uitvoeren.
OPMERKING: Als u bij de computer ook de optionele vingerafdruklezer hebt besteld, is deze te vinden tussen de touchpadknoppen. • U verplaatst de cursor door uw vinger lichtjes over de touchpad te bewegen. • U selecteert een object door eenmaal lichtjes op het oppervlak van de touchpad te tikken of uw duim te gebruiken om op de linker touchpadknop te drukken. • U selecteert en verplaatst (of sleept) een object door de cursor op het object te plaatsen en tweemaal op de touchpad te tikken.
De track-stickdop wijzigen U kunt het track-stickdopje vervangen als deze na langdurig gebruik is versleten of als u een andere kleur wilt. Extra dopjes kunt u kopen via de Dell-website op www.dell.com. 1 Verwijder het dopje van de track stick. 2 Plaats het nieuwe dopje op het rechthoekige track-stickstaafje en druk het er voorzichtig overheen. KENNISGEVING: De track stick kan het beeldscherm beschadigen als deze niet correct op het staafje is geplaatst.
Het toetsenbord en de touchpad gebruiken
Multimedia gebruiken CD's of DVD's afspelen KENNISGEVING: Druk de CD- of DVD-lade niet omlaag wanneer u deze opent of sluit. Houd de lade gesloten wanneer u het station niet gebruikt. KENNISGEVING: U moet de computer niet verplaatsen terwijl u CD's of DVD's afspeelt. 1 Druk op de uitwerpknop aan de voorkant van het station. 2 Haal de lade eruit. 3 Plaats de schijf met de labelkant omhoog in het midden van de lade en druk de schijf op de spindel.
4 Duw de lade weer terug in het station. Zie de CD-software die met de computer is meegeleverd voor het formatteren van CD's voor gegevensopslag, het maken van muziek-CD's of het kopiëren van cd's. OPMERKING: Zorg dat u aan alle auteursrechten voldoet bij het maken van cd's. Het volume aanpassen OPMERKING: Wanneer de luidsprekers zijn gedempt, hoort u het geluid van de cd of dvd niet. 1 Open het venster Volumeregeling.
De afbeelding aanpassen Als een foutbericht aangeeft dat de huidige resolutie en kleurdiepte teveel geheugen gebruiken en het afspelen van dvd's verhindert, moet u de weergave-eigenschappen aanpassen. Microsoft Windows XP 1 Klik op Start→ Configuratiescherm→ Vormgeving en thema's. 2 Klik onder Kies een taak... op De beeldschermresolutie wijzigen. 3 Klik onder Beeldschermresolutie op de balk en sleep deze om de resolutie-instelling te verlagen.
Beeldscherminstellingen voor een tv inschakelen OPMERKING: Sluit de tv aan op de computer voordat u de beeldscherminstellingen inschakelt om ervoor te zorgen dat de beeldschermopties correct worden weergegeven. Microsoft Windows XP 1 Klik op de knop Start, wijs Instellingen aan en klik op Configuratiescherm. 2 Dubbelklik op Beeldscherm en klik op het tabblad Instellingen. 3 Klik op Geavanceerd. 4 Klik op het tabblad van de videokaart.
Het beeldscherm gebruiken De helderheid aanpassen Wanneer een Dell™-computer op batterijen werkt, kunt u stroom besparen door voor het beeldscherm de laagste helderheidsinstelling te gebruiken en op te drukken en op de pijl-omhoog of -omlaag op het toetsenbord te drukken. OPMERKING: De toetsencombinaties voor helderheid hebben alleen invloed op het beeldscherm van de draagbare computer, en niet op monitors of projectors die u op de draagbare computer of koppelapparaat aansluit.
Afbeeldingen en tekst groter of scherper laten lijken op het scherm: De beeldschermresolutie en de vernieuwingsfrequentie instellen OPMERKING: Als u de huidige beeldschermresolutie wijzigt in een resolutie die niet wordt ondersteund door uw computer en beeldscherm, kan de afbeelding wazig of de tekst moeilijk leesbaar worden. Zorg dat u een notitie maakt van de huidige beeldscherminstellingen voordat u deze wijzigt, zodat u ze weer kunt herstellen als dat nodig is.
Als de instelling van de videoresolutie te hoog is om door het beeldscherm te worden ondersteund, gaat de computer over op de panmodus. In de panmodus kan het hele scherm niet volledig worden weergegeven en de taakbalk die gewoonlijk onder aan het beeldscherm staat, is mogelijk niet meer zichtbaar. Wanneer u het niet zichtbare deel van het videobeeld wilt weergeven, kunt u het touchpad of track stick gebruiken om het beeld omhoog, omlaag, naar links of naar rechts te "pannen" (of te verplaatsen).
U schakelt de onafhankelijke dubbele-weergave-modus als volgt uit: 1 Klik op het tabblad Instellingen in het venster Eigenschappen voor Beeldscherm. 2 Klik op het pictogram van monitor 2 en schakel de optie Het Windows-bureaublad uitbreiden naar deze monitor uit en klik op Toepassen. Druk, indien nodig, op om de weergave terug te brengen naar het computerscherm. Windows Vista® 1 Klik op de knop Start van Windows Vista en daarna op Configuratiescherm.
De omgevingslichtsensor gebruiken De omgevingslichtsensor bevindt zich op de voorkant van het computerbeeldscherm. De sensor detecteert beschikbaar omgevingslicht en verhoogt of verlaagt het schermlicht automatisch in omgevingen met weinig of veel licht. U kunt de functie voor de omgevingslichtsensor in- of uitschakelen door op de toetsencombinatie plus linkerpijl te drukken. OPMERKING: Bedek de omgevingslichtsensor niet met plaklabels.
OPMERKING: Wanneer u de computer opnieuw opstart, wordt de instelling van de omgevingslichtsensor van voor de aanpassing (ingeschakeld of uitgeschakeld) hersteld. OPMERKING: De omgevingslichtsensor past alleen het schermlicht op de draagbare computer aan. Het regelt niet de helderheid op eventuele externe monitoren of projectors.
Netwerken instellen en gebruiken Een netwerk- of breedbandmodemkabel aansluiten Voordat u uw computer aansluit op een netwerk, moet in de computer een netwerkadapter worden geïnstalleerd, met een netwerkkabel om de verbinding tot stand te brengen. 1 Sluit de netwerkkabel aan op de netwerkadapteraansluiting aan de achterkant van de computer. OPMERKING: Steek de kabelconnector erin totdat deze op zijn plaats klikt en trek dan voorzichtig aan de kabel om te controleren of deze goed is aangesloten.
Een netwerk in Microsoft Windows Vista® instellen 1 Klik op de knop Start van Windows Vista → Verbinding maken→ Een verbinding of netwerk instellen. 2 Selecteer een optie onder Verbindingsmethode selecteren. 3 Klik op Volgende en volg de instructies in de wizard. WLAN (Wireless Local Area Network) Een WLAN bestaat uit een aantal onderling verbonden computers die met elkaar communiceren via luchtgolven in plaats van een netwerkkabel die op elke computer is aangesloten.
Als Draadloze netwerkverbinding verschijnt, hebt u wel een draadloze netwerkkaart. U geeft als volgt meer informatie weer over de draadloze netwerkkaart: 1 Rechtsklik op Draadloze netwerkverbinding. 2 Klik op Eigenschappen. Het venster Eigenschappen voor Draadloze netwerkverbinding verschijnt. Op het tabblad Algemeen ziet u de naam en het modelnummer van de draadloze netwerkkaart.
11 Schakel alleen de breedbandmodem in en wacht minstens 2 minuten totdat de breedbandmodem is gestabiliseerd. Ga na 2 minuten verder naar stap 12. 12 Schakel de draadloze router in en wacht minstens 2 minuten totdat de draadloze router is gestabiliseerd. Ga na 2 minuten verder naar stap 13. 13 Start de computer op en wacht totdat het opstartproces voltooid is.
U bepaalt als volgt welk draadloos configuratiehulpprogramma uw draadloze netwerkkaart in Windows XP beheert: 1 Klik op Start→ Instellingen→ Configuratiescherm→ Netwerkverbindingen. 2 Rechtsklik op het pictogram Draadloze netwerkverbinding en klik op Beschikbare draadloze netwerken weergeven. Als het venster Een draadloos netwerk selecteren het bericht Windows kan deze verbinding niet configureren weergeeft, wordt de draadloze netwerkkaart door het clienthulpprogramma van de draadloze netwerkkaart beheerd.
De status controleren van de draadloze netwerkverbindingen via Dell™-QuickSet De draadloze activiteitsindicator biedt u een eenvoudige manier om de status van de draadloze apparaten van computer te controleren. U schakelt de draadloze activiteitsindicator in of uit door op het QuickSetpictogram op de taakbalk te klikken en Sneltoetspop-ups te selecteren. Als Draadloze activiteitsindicator uit niet is ingeschakeld, is de indicator ingeschakeld.
Uw mobiele breedbandkaart controleren Afhankelijk van wat u hebt geselecteerd bij de aankoop van uw computer, heeft de computer een aantal verschillende configuraties.
De Dell mobiele breedbandnetwerkkaart inschakelen/uitschakelen OPMERKING: Als u geen verbinding kunt maken met een mobiel breedbandnetwerk, moet u ervoor zorgen dat u alle onderdelen hebt voor het maken van een mobiele breedbandverbinding (zie "Wat hebt u nodig voor een verbinding met een mobiel breedbandnetwerk" op pagina 60) en controleer vervolgens of uw mobiele breedbandkaart is ingeschakeld via de instelling van de draadloze schakelaar.
Dell™ Wi-Fi Catcher™-netwerkzoeker De draadloze schakelaar op uw Dell-computer gebruikt de Dell Wi-Fi Catcher™-netwerkzoeker om naar draadloze WiFi-LAN's in uw omgeving te zoeken. OPMERKING: Zie "knop voor een draadloos netwerk" op pagina 20 voor meer informatie over de draadloze schakelaar. U zoekt naar draadloze WiFi-LAN's door de schakelaar een aantal seconden in de stand "tijdelijk" te zetten.
Netwerken instellen en gebruiken
Kaarten gebruiken Kaarttypen Zie "Specificaties" op pagina 139 voor informatie over ondersteunde kaarttypen. OPMERKING: Een pc-kaart is geen opstartbaar apparaat. De pc-kaartsleuf heeft één connector die een enkele Type I of Type II-kaart ondersteunt. De pckaartsleuf ondersteunt CardBus-technologie en uitgebreide pc-kaarten. "Type" van de kaart verwijst naar de dikte en niet naar de functie ervan. De ExpressCard-sleuf heeft één connector die 54-mm kaarten ondersteunt.
Een pc-kaart of ExpressCard installeren Het is mogelijk een pc-kaart of ExpressCard in de computer te installeren terwijl deze is ingeschakeld. De computer spoort de kaart automatisch op. Kaarten worden over het algemeen gemarkeerd met een symbool (zoals een driehoek of een pijl) om aan te geven hoe u de kaart in de sleuf moet plaatsen. De kaarten zijn gecodeerd om een onjuiste plaatsing te voorkomen. Zie de documentatie die met de kaart wordt meegeleverd als de kaartrichting niet duidelijk is.
ExpressCard 1 Steek de kaart met de richtingspijl in de sleuf en met de bovenkant van de kaart omhoog. De vergrendeling moet in de stand "in" staan voordat u de kaart kunt plaatsen. 2 Schuif de kaart in de sleuf totdat de kaart zich volledig in de connector bevindt. Duw niet door als u teveel weerstand voelt. Controleer de kaartrichting en probeer het opnieuw. De computer herkent de meeste kaarten en laadt automatisch het juiste apparaatstuurprogramma.
Een (blanco) kaart verwijderen WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids. KENNISGEVING: Klik op het -pictogram op de taakbalk om een kaart te selecteren en het functioneren ervan te stoppen voordat u deze uit de computer verwijdert. Als u de kaart niet stopt in het configuratieprogramma, kunnen er gegevens verloren gaan. Verwijder een kaart niet door aan de eventuele kabel te trekken.
De computer beveiligen OPMERKING: Zie "Uw computer op reis meenemen" op pagina 105 voor informatie over hoe u de computer beveiligt als u onderweg bent. Beveiligingskabelslot KENNISGEVING: Voordat u een antidiefstalvoorziening koopt, moet u ervoor zorgen dat deze met de beveiligingskabelsleuf op de computer werkt. OPMERKING: De computer wordt niet met een beveiligingskabelslot geleverd. Een beveiligingskabelslot is een in de handel verkrijgbare antidiefstalvoorziening.
Een smartcard installeren U kunt een smartcard in de computer installeren terwijl de computer is ingeschakeld. De computer spoort de kaart automatisch op. U installeert een smartcard als volgt: 1 Houd de kaart zo vast dat het gouden contactvlak omhoog en richting de smartcardsleuf wijst. 1 2 1 gouden contactvlak 2 smartcard (bovenkant) 2 Schuif de smartcard in de sleuf totdat de kaart zich volledig in de connector bevindt. De smartcard steekt ongeveer 0,5 inch uit de sleuf.
Wachtwoorden OPMERKING: Wachtwoorden zijn bij levering van de computer uitgeschakeld. Een primair wachtwoord (of systeemwachtwoord), een beheerderswachtwoord en een vaste-schijfwachtwoord voorkomen op verschillende manieren onbevoegde toegang tot uw computer. In de volgende tabel staan de typen en functies van de wachtwoorden die op uw computer beschikbaar zijn.
Een beheerderswachtwoord gebruiken Het beheerderswachtwoord is bedoeld om systeembeheerders of servicetechnici toegang te geven tot computers voor reparatie of een nieuwe configuratie. De beheerders of technici kunnen identieke beheerderswachtwoorden toewijzen aan groepen computers, zodat u een uniek primair wachtwoord kunt toewijzen. Open Gebruikersaccounts via het Configuratiescherm om beheerderswachtwoorden toe te voegen of te wijzigen.
Als het vaste-schijfwachtwoord, het wachtwoord van de externe vaste schijf en het primaire wachtwoord hetzelfde zijn, vraagt de computer alleen naar het primaire wachtwoord. Is het vaste-schijfwachtwoord anders dan het primaire wachtwoord, dan vraagt de computer u beide in te voeren. Twee verschillende wachtwoorden bieden meer veiligheid. OPMERKING: Het beheerderswachtwoord biedt toegang tot de computer, maar niet tot de vaste schijf wanneer er een vaste-schijfwachtwoord is toegewezen.
De TPM-functie inschakelen 1 De TPM-software inschakelen: a Start de computer opnieuw op en druk op tijdens de Power On Self Test (serie testen bij inschakelen computer) om System Setup te openen. b Selecteer Security (Beveiliging)→ TPM Security (TPM-beveiliging) en druk op . c Selecteer onder TPM Security (TPM-beveiliging) On (In). d Druk op om het installatieprogramma af te sluiten. e Klik op Save/Exit (Opslaan/Afsluiten) indien dit wordt gevraagd.
Computeropsporingssoftware Met computeropsporingssoftware kunt u de computer opsporen als deze kwijt of gestolen is. De software is optioneel en kan worden aangeschaft bij de aankoop van een Dell™-computer. U kunt ook contact opnemen met uw Dell-vertegenwoordiger voor informatie over deze beveiligingsfunctie. OPMERKING: Computeropsporingssoftware is mogelijk niet in alle landen verkrijgbaar.
De computer beveiligen
Problemen oplossen Technische updateservice van Dell De technische updateservice van Dell geeft proactieve meldingen per e-mail van software- en hardware-updates voor uw computer. Deze service is gratis en de inhoud, indeling en frequentie van de meldingen kan worden aangepast. U kunt zich aanmelden voor de technische updateservice van Dell door naar support.dell.com/technicalupdate te gaan.
2 Schakel de computer in of start deze opnieuw op. 3 Start Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) op een van de volgende twee manieren: a Wanneer het DELL™-logo verschijnt, drukt u direct op . Selecteer Diagnostics in het opstartmenu en druk op . OPMERKING: Als u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem wordt weergegeven, moet u blijven wachten tot het bureaublad van Microsoft® Windows® wordt weergegeven. Daarna sluit u de computer af en probeert u het opnieuw.
6 Selecteer 32-bits Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uitvoeren in de genummerde lijst. Als er meerdere versies worden aangegeven, moet u de versie selecteren die op uw computer van toepassing is. 7 Als het scherm met het Main Menu (Hoofdmenu) van Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) verschijnt, selecteert u de test die u wilt uitvoeren.
3 Als er tijdens een test een probleem wordt gedetecteerd, wordt er een bericht weergegeven met de foutcode en een beschrijving van het probleem. Noteer de foutcode en de beschrijving van het probleem en neem contact op met Dell (zie "Contact opnemen met Dell" op pagina 150). OPMERKING: Het code van het serviceplaatje van de computer bevindt zich boven aan elk testvenster. Als u contact opneemt met Dell, zal de technische ondersteuning naar het serviceplaatje vragen.
Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) De Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) is op uw computer geïnstalleerd en u verkrijgt er toegang toe via het pictogram Dell Support op de taakbalk of via de knop Start. Gebruik dit hulpprogramma voor zelfhulpinformatie, software-updates en scans voor een gezonde computeromgeving.
Problemen met stations WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. Vul de Diagnostics Checklist (zie "Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)" op pagina 77) in terwijl u deze controles uitvoert. ZORG ERVOOR DAT MICROSOFT® WINDOWS® HET STATION HERKENT — Voor Windows XP: • Klik op Start→ Deze computer. Voor Windows Vista: • Klik op de knop Start van Windows Vista → Computer.
Als u de lade van het cd-, cd-rw-, dvd- of dvd+rw-station niet kunt uitwerpen 1 Zorg ervoor dat de computer uitstaat. 2 Maak een paperclip recht en steek het uiteinde in de uitwerpopening. Duw vervolgens stevig totdat de lade gedeeltelijk wordt uitgeworpen. 3 Trek de lade voorzichtig naar buiten totdat deze niet meer verder kan. Als u een vreemd schrapend of schurend geluid hoort • Controleer of het geluid niet wordt veroorzaakt een het programma dat wordt uitgevoerd.
E-mail-, modem- en internetproblemen WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. OPMERKING: Sluit de modem alleen aan op een analoge telefoonconnector. De modem werkt niet als deze wordt aangesloten op een digitaal telefoonnet.
Foutberichten Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 151) in terwijl u deze controles uitvoert. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. Als het bericht niet wordt vermeld, raadpleegt u de documentatie bij het besturingssysteem of het programma dat werd uitgevoerd toen het bericht verscheen.
G E N E R A L F A I L U R E ( A L G E M E N E F O U T ) — Het besturingssysteem kan de opdracht niet uitvoeren. Dit bericht wordt gewoonlijk gevolgd door specifieke informatie, bijvoorbeeld Printer out of paper (Papier is op). Voer de juiste actie uit. H A R D - D I S K D R I V E C O N F I G U R A T I O N E R R O R ( C O N F I G U R A T I E F O U T V A S T E - S C H I J F S T A T I O N ) — De computer herkent het stationstype niet.
MEMORY ADDRESS LINE FAILURE AT ADDRESS, READ VALUE EXPECTING VALUE (ADRESLIJNFOUT GEHEUGEN IN A D R E S , G E L E Z E N W A A R D E V E R W A C H T W A A R D E ) — Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie "Geheugen" op pagina 123).
S ECTOR NOT FOUND ( SECTOR NIET GEVONDEN ) — Het besturingssysteem kan geen sector op de vaste schijf vinden. Mogelijk is er een defecte sector of beschadigde FAT op de vaste schijf. Voer het Windows-hulpprogramma voor foutcontrole uit om de bestandsstructuur op de vaste schijf te controleren. Zie Help en ondersteuning van Windows → Help en ondersteuning. voor instructies.
Problemen met IEEE 1394-apparaten WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. C O N T R O L E E R O F W I N D O W S H E T IEEE 1394- A P P A R A A T H E R K E N T — Voor Windows XP: 1 Klik op Start→ Configuratiescherm. 2 Klik onder Kies een categorie op Prestaties en onderhoud. 3 Klik op Systeem. 4 Klik in het venster Systeemeigenschappen op de tab Hardware. 5 Klik op Apparaatbeheer.
CONTROLEER HET EXTERNE TOETSENBORD — 1 Schakel de computer uit, wacht 1 minuut en schakel hem weer in. 2 Controleer of de lampjes van de cijfers, hoofdletters en de scroll lock knipperen tijdens het opstarten. 3 Klik op het Windows-bureaublad op Start→ Alle programma's→ Bureau-accessoires→ Kladblok. 4 Typ een paar tekens met het externe toetsenbord en controleer of ze op het scherm worden weergegeven. Als u deze stappen niet kunt controleren, is uw externe toetsenbord mogelijk defect.
Een programma reageert niet meer of blijft crashen OPMERKING: Bij software worden normaliter installatie-instructies geleverd in de vorm van een installatiehandleiding of op een diskette, cd of dvd. BEËINDIG HET PROGRAMMA — 1 Druk tegelijkertijd op . 2 Klik op Taakbeheer→ en daarna op Toepassingen. 3 Klik op het programma dat niet meer reageert. 4 Klik op Taak beëindigen. R AADPLEEG DE SOFTWAREDOCUMENTATIE — Indien noodzakelijk verwijdert u het programma en installeert u het opnieuw.
S C A N D E C O M P U T E R O P S P Y W A R E — Als uw computer zeer traag is, vaak last heeft van pop-upadvertenties of problemen met het opzetten van een internetverbinding, is uw computer mogelijk geïnfecteerd met spyware. Gebruik een virusscanner met bescherming tegen spyware (mogelijk is voor uw programma een upgrade nodig) om de computer te scannen en eventuele spyware te verwijderen. Ga voor meer informatie naar support.dell.com en zoek op het trefwoord spyware.
S L U I T D E N E T A D A P T E R A A N O P D E C O M P U T E R — Als u alleen batterijstroom hebt, kan QuickSet de onboard netwerkkaart uitschakelen om batterijstroom te besparen. Zie "Dell™ QuickSet" op pagina 137 voor meer informatie over QuickSet. C O N T R O L E E R U W N E T W E R K I N S T E L L I N G E N — Neem contact op met de netwerkbeheerder of degene die uw netwerk heeft ingesteld om te controleren dat de netwerkinstellingen correct zijn en dat het netwerk functioneert.
C O N T R O L E E R H E T B A T T E R I J S T A T U S L A M P J E — Als het batterijstatuslampje oranje knippert of continu oranje is, is de batterij bijna of helemaal leeg. Steek de stekker van de computer in het stopcontact. Als het batterijlampje afwisselend groen en oranje wordt, is de batterij te heet om opgeladen te kunnen worden. Schakel de computer uit, haal de stekker van de computer uit het stopcontact en laat de batterij en de computer afkoelen tot kamertemperatuur.
Printerproblemen Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 151) in terwijl u deze controles uitvoert. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. OPMERKING: Als u technische ondersteuning voor uw printer nodig hebt, moet u contact opnemen met de printerfabrikant.
CONTROLEER OF MICROSOFT WINDOWS DE SCANNER HERKENT — Klik op Start→ Configuratiescherm→ Printers en andere hardware→ Scanners en camera's. Als uw scanner wordt vermeld, herkent Windows de scanner. I NSTALLEER HET SCANNERSTUURPROGRAMMA OPNIEUW — Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor instructies. Problemen met geluid en luidsprekers Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 151) in terwijl u deze controles uitvoert.
Geen geluid uit de hoofdtelefoon C O N T R O L E E R D E K A B E L A A N S L U I T I N G V A N D E H O O F D T E L E F O O N — Controleer of de hoofdtelefoonkabel goed is aangesloten op de hoofdtelefoonaansluiting. S TEL DE W INDOWS - VOLUMEREGELING BIJ — Klik of dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de rechterbenedenhoek van het scherm. Controleer of het volume is ingeschakeld en het geluid niet wordt gedempt.
Video- en beeldschermproblemen Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 151) in terwijl u deze controles uitvoert. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. Als het beeldscherm leeg is OPMERKING: Als u een programma gebruikt dat een hogere resolutie vereist dan uw computer ondersteund, is het raadzaam om een externe monitor op uw computer aan te sluiten.
V O E R D E D I A G N O S T I S C H E T E S T S V O O R V I D E O S P E L E R S U I T — Als er geen foutbericht wordt weergegeven en u hebt nog steeds een weergaveprobleem, maar het beeldscherm is niet helemaal leeg, voer dan de apparaatgroep Video uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) (zie "Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)" op pagina 77). Neem contact op met Dell (zie "Contact opnemen met Dell" op pagina 150).
Problemen oplossen
System Setup-programma Overzicht OPMERKING: Het besturingssysteem configureert automatisch de meeste opties die in het System Setupprogramma beschikbaar zijn, zodat er opties worden overschreven die u met behulp van het System Setupprogramma hebt ingesteld. (de optie Externe sneltoets is hierop een uitzondering; u kunt deze alleen in- of → Help uitschakelen met het System Setup-programma).
System Setup-schermen OPMERKING: Markeer het item en zie het gedeelte Help op het scherm voor informatie over dat item op een System Setup-scherm. In het systeeminstallatieprogramma staan de categorieën van de primaire instellingen aan de linkerkant. Wanneer u de instellingstypen wilt zien in een categorie, markeert u de categorie en drukt u op . Wanneer u een instellingstype markeert, geeft de rechterkant van het scherm de waarde van dat instellingstype weer.
Eenmalig opstarten He is mogelijk een eenmalige opstartsequentie in te stellen zonder het System Setup-programma te openen (u kunt deze procedure ook gebruiken om Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) op de partitie met het diagnostische hulpprogramma op de vaste schijf op te starten). 1 Sluit de computer af via het menu Start. 2 Als de computer is aangesloten op een dockingstation, koppelt u het dockingstation los. Raadpleeg de documentatie bij het dockingstation voor instructies voor het loskoppelen.
System Setup-programma
Uw computer op reis meenemen Uw computer identificeren • Bevestig een naamlabel of visitekaartje aan de computer. • Schrijf de gegevens op uw serviceplaatje op en bewaar deze uit de buurt van de computer of buiten de draagkoffer Gebruik het serviceplaatje als u verlies of diefstal moet melden aan de politie en Dell. • Maak een bestand op het Microsoft® Windows®-bureaublad met de naam indien_gevonden. Neem gegevens zoals uw naam, adres en telefoonnummer in dit bestand op.
Reistips KENNISGEVING: Verplaats de computer niet terwijl het optische station in gebruik is om gegevensverlies te voorkomen. KENNISGEVING: Check bij een vliegreis de computer niet als bagage in. • Wijzig de opties voor energiebeheer zodanig dat de batterij zo lang mogelijk blijft werken (zie "De energiebeheerinstellingen configureren" op pagina 35).
Software opnieuw installeren Stuurprogramma's Wat is een stuurprogramma? Een stuurprogramma is een programma dat een apparaat zoals een printer, muis of toetsenbord beheert. Voor alle apparaten is een stuurprogramma nodig. Een stuurprogramma fungeert als een vertaler tussen het apparaat en alle programma's die dat apparaat gebruiken. Elk apparaat beschikt over een eigen reeks speciale opdrachten die alleen door het bijbehorende stuurprogramma worden herkend.
Microsoft Windows Vista® 1 Klik op de knop Start van Windows Vista en daarna op Computer. 2 Klik op Eigenschappen→ Apparaatbeheer. OPMERKING: Het venster Gebruikersaccountbeheer kan verschijnen. Als u een beheerder op de computer bent, klikt u op Doorgaan; anders neemt u contact op met de beheerder om de gewenste actie door te gaan. Schuif omlaag door de lijst om te zien of er apparaten zijn met een uitroepteken (een gele cirkel met een [!]) op het apparaatpictogram.
De Drivers and Utilities media gebruiken Als met Vorig stuurprogramma of Systeemherstel het probleem niet wordt opgelost, moet u het stuurprogramma opnieuw installeren vanaf de Drivers and Utilities media. 1 Bewaar en sluit alle geopende bestanden, en sluit alle actieve programma's af. 2 Plaats de Drivers and Utilities media Meestal wordt het medium automatisch gestart.
Handmatig opnieuw een stuurprogramma installeren Doe het volgende nadat u de stuurprogrammabestanden hebt uitgepakt naar uw vaste schijf op de manier die in de vorige sectie is beschreven: Voor Windows XP: 1 Klik op de knop Start en daarna op Deze computer. 2 Klik op Eigenschappen→ Hardware→ Apparaatbeheer. 3 Dubbelklik op het type apparaat waarvoor u het stuurprogramma installeert (bijvoorbeeld Audio of Video). 4 Dubbelklik op de naam apparaat waarvoor u het stuurprogramma wilt installeren.
De Probleemoplosser voor hardware in Microsoft Windows XP- en Windows Vista-besturingssysteem gebruiken Als een apparaat niet wordt ontdekt tijdens het installeren van het besturingssysteem of wel wordt ontdekt maar verkeerd is geconfigureerd, kunt u de probleemoplosser voor hardware gebruiken om de incompatibiliteit op te lossen. Voor Windows XP: 1 Klik op Start→ Help en ondersteuning. 2 Typ probleemoplosser voor hardware in het zoekveld en druk op om de zoekactie te starten.
KENNISGEVING: Maak regelmatig een reservekopie van uw gegevensbestanden. Systeemherstel controleert uw gegevensbestanden niet en herstelt ze ook niet. OPMERKING: De procedures in dit document zijn geschreven voor de standaardweergave van Windows, dus mogelijk zijn ze niet van toepassing als u de klassieke weergave van Windows op uw Dell™-computer hebt ingesteld.
Systeemherstel inschakelen OPMERKING: Windows Vista schakelt Systeemherstel niet uit, ongeacht de beschikbare schijfruimte. Daarom zijn de onderstaande stappen alleen van toepassing op Windows XP. Als u Windows XP opnieuw installeert terwijl er minder dan 200 MB vrije ruimte op de vaste schijf is, wordt Systeemherstel automatisch uitgeschakeld. U kunt als volgt zien of Systeemherstel is ingeschakeld: 1 Klik op Start→ Configuratiescherm→ Prestaties en onderhoud→ Systeem→ Systeemherstel.
3 Start de computer opnieuw op. Wanneer het DELL-logo verschijnt, drukt u direct op . OPMERKING: Als u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem wordt weergegeven, moet u blijven wachten tot het bureaublad van Microsoft® Windows® wordt weergegeven. Daarna sluit u de computer af en probeert u het opnieuw. OPMERKING: Met de volgende stappen wordt de opstartvolgorde slechts eenmalig gewijzigd.
Onderdelen toevoegen en vervangen Voordat u begint Dit hoofdstuk bevat procedures voor het verwijderen en installeren van de componenten in uw computer. Tenzij anders vermeld, wordt voor elke procedure uitgegaan van de volgende condities: • U hebt de stappen van "De computer uitschakelen" op pagina 115 en "Voordat u aan de computer gaat werken" op pagina 116 uitgevoerd. • U hebt de veiligheidsinformatie in de Dell™ Productinformatiegids gelezen.
Voordat u aan de computer gaat werken Neem de volgende veiligheidsrichtlijnen in acht om uw computer te beschermen tegen mogelijke schade en voor uw persoonlijke veiligheid. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. WAARSCHUWING: Hanteer alle onderdelen en kaarten met zorg. Raak de onderdelen of de contactpunten op een kaart niet aan. Houd de kaart bij de randen vast of aan de metalen montagebeugel.
Vaste schijf WAARSCHUWING: Als u de vaste schijf uit de computer verwijdert wanneer de schijf heet is, moet u de metalen behuizing van de vaste schijf niet aanraken. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. KENNISGEVING: Voorkom het verlies van gegevens door de computer uit te schakelen voordat u de vaste schijf verwijdert.
KENNISGEVING: Oefen stevige en gelijkmatige druk uit om het station op zijn plaats te schuiven. Als u te veel kracht gebruikt, kunt u de connector echter beschadigen. 5 Schuif de nieuwe vaste schijf in het compartiment en in de connector totdat deze goed op zijn plaats zit. 6 Plaats de schroeven terug. 7 Installeer het besturingssysteem voor de computer (zie "Het besturingssysteem herstellen" op pagina 111).
4 Gebruik een #1 Phillips-schroevendraaier om de borgschroef aan de onderkant van de computer te verwijderen. 1 2 1 borgschroef apparaat 2 apparaatvergrendeling Apparaten uit het mediacompartiment verwijderen en erin installeren KENNISGEVING: U voorkomt schade aan apparaten door ze op een veilige, droge plaats te bewaren, wanneer ze niet op de computer zijn geïnstalleerd. Zorg dat u er niet hard op drukt en er geen zware voorwerpen op plaatst.
5 Plaats het nieuwe apparaat in het compartiment totdat deze zich vastklikt. Scharnierkap WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
1 2 1 scharnierkap 2 inkeping 4 Haal de kap rustig omhoog door deze van rechts naar links te bewegen en verwijder deze. 5 U plaatst het kapje weer terug door de linkerkant ervan in de sleuf te plaatsen en er van links naar rechts op te drukken totdat het op zijn plaats vastklikt. Toetsenbord WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
5 Trek het treklipje omhoog om de connector van de toetsenbordkabel te ontkoppelen van de toetsenbordconnector op de systeemkaart. 1 2 3 4 1 toetsenbord 4 toetsenbordconnector 2 toetsenbordschroeven 3 kabelconnector KENNISGEVING: Voorkom krassen op de polssteun bij het terugplaatsen van het toetsenbord door de lipjes aan de voorkant van het toetsenbord vast te haken en het toetsenbord weer op zijn plaats te bevestigen.
Geheugen U kunt het computergeheugen vergroten door geheugenmodules op de systeemkaart te installeren. Zie "Specificaties" op pagina 139 voor informatie over het geheugen dat door de computer wordt ondersteund. Installeer alleen geheugenmodules die voor de computer zijn bedoeld. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
1 2 1 geheugenmodule 2 borgklemmen (2) KENNISGEVING: Plaats de geheugenmodules met een hoek van 45-graden om schade aan de connector te voorkomen. OPMERKING: Als de geheugenmodule niet correct is geïnstalleerd, wordt de computer mogelijk niet goed opgestart. Bij deze fout verschijnt er geen foutmelding. 6 Aard uzelf en installeer de nieuwe geheugenmodule: a Lijn de inkeping in de randconnector van de module uit met het lipje in de connectorsleuf.
U installeert als volgt een geheugenmodule in de DIMM B-connector: 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 115. 2 Zet de computer op zijn kop, draai de kopschroef op het deksel van de geheugenmodule los en verwijder dit deksel. 2 1 1 kopschroef 2 kapje geheugenmodule KENNISGEVING: Voorkom schade aan de connector van de geheugenmodule door geen gereedschap te gebruiken voor het spreiden van de borgklemmen van de geheugenmodule.
1 2 1 geheugenmodule 2 borgklemmen (2) KENNISGEVING: Als u geheugenmodules in twee connectoren moet installeren, installeert u eerst een geheugenmodule in de connector genaamd DIMM A en daarna een module in de connector DIMM B. Plaats de geheugenmodules met een hoek van 45-graden om schade aan de connector te voorkomen. OPMERKING: Als de geheugenmodule niet correct is geïnstalleerd, wordt de computer mogelijk niet goed opgestart. Bij deze fout verschijnt er geen foutmelding.
Subscriber Identity Module-kaart (abonnee-identiteitsmodule) WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 115. 2 Verwijder de batterij (zie "De batterij vervangen" op pagina 36). 1 1 SIM-kaart 3 Schuif de SIM-kaart in het compartiment en plaats het bijgesneden hoekje van de kaart van het compartiment af.
Draadloze kaarten Als u tegelijk met de computer een draadloze LAN of WAN-kaart hebt besteld, is de kaart al geïnstalleerd. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de hoofdbatterij te verwijderen voordat u aan de onderdelen in de computer gaat werken. WLAN-kaarten (Wireless Local Area Network) 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 115.
b Maak de kaart los door het metalen borglipje van de kaart af te duwen totdat de kaart iets omhoog komt. 2 1 1 c WLAN-kaart 2 metalen borglipje Haal de kaart uit de connector. KENNISGEVING: De kaartconnector is gecodeerd om voor een juiste plaatsing te zorgen. Als u weerstand voelt, plaatst u de kaart terug om deze in de connector opnieuw uit te lijnen. OPMERKING: Plaats geen WWAN-netwerkkaart in de WLAN-kaartconnector.
Kaarten voor mobiel breedbandnetwerk of Wireless Wide Area Network (WWAN) 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 115. 2 Verwijder het scharnierkapje (zie "Scharnierkap" op pagina 120). 3 Verwijder het toetsenbord (zie "Toetsenbord" op pagina 121). 4 Aard uzelf door een van de metalen connectoren aan de achterkant van de computer aan te raken. OPMERKING: Als u de ruimte verlaat, moet u uzelf opnieuw aarden wanneer u terugloopt naar de computer.
b Maak de kaart los door het metalen borglipje van de kaart af te duwen totdat de kaart iets omhoog komt. 1 2 1 c WWAN-kaart 2 metalen borglipje Haal de kaart uit de connector. KENNISGEVING: De kaartconnector is gecodeerd om voor een juiste plaatsing te zorgen. Als u weerstand voelt, plaatst u de kaart terug om deze in de connector opnieuw uit te lijnen. 6 De kaart installeren. KENNISGEVING: Voorkom schade aan de WWAN-kaart door geen kabels op of onder de kaart te plaatsen.
FCM (Flash Cache Module) De FCM, of Flash Cache Module, is een intern flashstation waarmee u de prestaties van de computer verbetert. OPMERKING: Deze kaart is alleen compatibel met het Microsoft Windows Vista®-besturingssysteem. OPMERKING: Als u tegelijk met de computer een FCM-kaart hebt besteld, is de kaart al geïnstalleerd. 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 115. 2 Verwijder het scharnierkapje (zie "Scharnierkap" op pagina 120).
7 Haal de kaart uit de connector. 1 1 FCM-kaart KENNISGEVING: Zorg er bij de installatie van de kaart voor dat de twee antennekabels zich niet onder de kaart bevinden. De antennekabels moeten in het beschermhoesje boven op de FCM-kaart komen te liggen. Installeert u de kaart boven deze antennekabels, dan kan de computer beschadigd raken. De FCM-kaart mag ook niet in de WLAN-kaartconnector worden geïnstalleerd. De FCM-kaart is ontwikkeld om in de WWAN-kaartconnector te werken.
2 Verwijder het scharnierkapje (zie "Scharnierkap" op pagina 120). 2 1 3 1 metalen lipje 2 kaart 3 kabelconnector KENNISGEVING: Wees voorzichtig bij het verwijderen van de kaart om schade aan de kaart, kaartkabel of omliggende onderdelen te voorkomen. 3 Haal de kaart uit het compartiment in de computer. a Schuif de kaart aan de voorkant van de computer naar rechts. b Draai de kaart richting de voorkant van de computer. c Haal de kaart uit de computer. 4 Ontkoppel de kaart van de kabelconnector.
Knoopbatterij WAARSCHUWING: Volg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u de onderstaande procedures uitvoert. KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een connector op de achterkant van de computer aan te raken. KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de hoofdbatterij te verwijderen voordat u aan de onderdelen in de computer gaat werken.
Onderdelen toevoegen en vervangen
Dell™ QuickSet Dell™ QuickSet biedt u eenvoudig toegang om de volgende typen instellingen te configureren of weer te geven: • Netwerkconnectiviteit • Energiebeheer • Weergave • Systeeminformatie Afhankelijk van wat u wilt doen in Dell™-QuickSet, kunt u beginnen door te klikken, te dubbelklikken of te rechtsklikken op het QuickSet-pictogram op de Microsoft® Windows®-taakbalk. U vindt de taakbalk in de rechteronderhoek van het scherm.
Dell™ QuickSet
Specificaties Processor Processortype Intel® Core™ 2 Duo-processors L1-cache 64 KB (intern) L2-cache 4 MB Externe busfrequentie 800 MHz Systeeminformatie Systeemchipset Intel PM965 Gegevensbusbreedte 64 bits DRAM-busbreedte 64 bits Busbreedte processoradres 36 bits Grafische bus interne Pc-kaart CardBus-controller O2Micro OZ711EZ1 Pc-kaartconnector één (ondersteunt één Type I- of Type II-kaart) Ondersteunde kaarten 3,3 V en 5 V Grootte pc-kaartconnector 80-pins Gegevensbreedte (max
Smartcard Lees-/schrijfmogelijkheden leest en schrijft naar alle ISO 7816 1/2/3/4microprocessorkaarten (T=0, T=1) Ondersteunde kaarten 3 V en 5 V Ondersteunde programmatechnologie Java-kaarten Interfacesnelheid 9600–115.200 BPS EMV-niveau niveau 1 gecertificeerd WHQL-certificering PC/SC Compatibiliteit compatibel binnen PKI-omgeving Plaats-/uitwerpcycli gecertificeerd voor maximaal 100.
Netwerk Modem: Type v.
Weergave Type (actieve matrix TFT) WXGA, WSXGA+ of WUXGA Afmetingen: Hoogte maximaal 207,0 mm Breedte 331,2 mm Diagonaal 390,57 mm Werkingshoek 0° (gesloten) tot 180° Weergavehoeken: WXGA horizontaal 40/40° WXGA verticaal 10/30° WSXGA+ horizontaal 65/65° WSXGA+ verticaal 50/50° WUXGA horizontaal 65/65° WUXGA verticaal 50/50° Pixelpitch: WXGA 0,2588 (15,4 inch beeldscherm) WSXGA+ 0,1971 (15,4 inch beeldscherm) WUXGA 0,1725 (15,4 inch beeldscherm) Stroomverbruik (paneel met scherml
Touchpad X/Y-positieresolutie (grafische tabel modus) 240 cpi Grootte: Breedte 64,88 mm sensoractief gebied Hoogte 48,88 mm rechthoek Track stick X/Y-positieresolutie (grafische tabel modus) Grootte 250 keer/sec @ 100 gf steekt 0,5 mm boven de omringende toetsen uit Batterij Type: 9-cels lithium-ion batterij 85 WHr 6-cels lithium-ion batterij 56 WHr Afmetingen: Diepte 77,2 mm Hoogte 20,0 mm Breedte 187,03 mm Gewicht: 9-cels lithium-ion batterij 0,485 kg (gebruikelijk) 6-cels lithium-ion
Netadapter Ingangsspanning 100–240 VAC Ingangsstroom (maximum) 1,5 A Ingangsfrequentie 50–60 Hz Uitgangsstroom 4,62 A Uitgangsstroom 90 W Nominale uitgangsspanning 19,5 VDC Afmetingen: Hoogte 27,94 mm Breedte 58,42 mm Diepte 133,85 mm Gewicht (met kabels) 0,4 kg Temperatuurbereik: In bedrijf 0° tot 35°C Tijdens opslag –40° tot 65°C Afmetingen Hoogte 35,7 mm Breedte 361 mm Diepte 262,6 mm Gewicht ongeveer 2.
Omgeving (vervolg) Tijdens opslag 1,30 GRMS Maximale schok (gemeten met de vaste schijf geactiveerd en een 2-ms halve sinuspuls): In bedrijf 122 G Tijdens opslag 163 G Hoogte (maximaal): In bedrijf –15,2 tot 3048 m Tijdens opslag –15,2 tot 10.668 m Niveau van luchtvervuiling G2 of lager zoals is gedefinieerd door ISAS71.
Specificaties
Hulp krijgen Hulp krijgen WAARSCHUWING: Als u de computerkappen moet verwijderen, moet u eerst de stroom naar de computer onderbreken en de modemkabels uit de stopcontacten halen. Als er zich een probleem voordoet met uw computer, kunt u de onderstaande stappen volgen om het probleem te achterhalen en op te lossen: 1 Zie "Problemen oplossen" op pagina 77 voor informatie en procedures voor het probleem dat uw computer ondervindt.
Technische ondersteuning en klantenservice Dell's ondersteuningsdienst is beschikbaar om uw vragen over de Dell™-hardware te beantwoorden. Onze medewerkers gebruiken diagnostische programma's op de computer om snelle, accurate antwoorden te geven. Zie "Voordat u belt" op pagina 150 om contact op te nemen met Dell's ondersteuningsdienst en bekijk de contactinformatie van uw regio of ga naar support.dell.com.
• Anonieme bestandsoverdrachtsprotocol (FTP - file transfer protocol) ftp.dell.com Log in als gebruiker: anonymous en gebruik uw e-mailadres als wachtwoord. AutoTech-service Dell's geautomatiseerde ondersteuningsdienst AutoTech biedt opgenomen antwoorden op de meest gestelde vragen van Dell-klanten over hun draagbare en desktopcomputers. Gebruik bij het bellen naar AutoTech uw touch-tone telefoon om de onderwerpen te selecteren die aansluiten op uw vragen.
4 Voeg alle onderdelen bij van de items die u wilt retourzenden (voedingskabels, softwarediskettes, handleidingen, etc.) als de retourzending moet worden gerestitueerd. 5 Verpak de retour te zenden apparaten in de originele (of gelijkwaardige) verpakkingsmaterialen. De verzendkosten komen voor uw rekening.
Diagnostische checklist Naam: Datum: Adres: Telefoonnummer: Serviceplaatje (streepjescode op de achter- of onderkant van de computer): Code voor express-service: Retourzendings-autorisatienummer (indien verstrekt door een Dell-technicus): Besturingssysteem en versie: Apparaten: Uitbreidingskaarten: Bent u met een netwerk verbonden? Ja Nee Netwerk, versie en netwerkadapter: Programma's en versies: Zie de documentatie van het besturingssysteem om achter de inhoud van de opstartbestanden van het systeem te kom
Hulp krijgen
Bijlage De computer reinigen WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. Computer, toetsenbord en beeldscherm WAARSCHUWING: Voordat u de computer gaat reinigen, moet u deze loskoppelen van het stopcontact en alle geïnstalleerde batterijen verwijderen. Maak de computer schoon met een zachte, vochtige doek.
Muis KENNISGEVING: Ontkoppel de muis van de computer voordat u de muis reinigt. Als de cursor overslaat of een afwijkend bewegingspatroon vertoont, moet u de muis reinigen. Een niet-optische muis reinigen 1 Reinig de buitenkant van de muis met een doek die is bevochtigd met een milde reinigingsoplossing. 2 Draai het plaatje aan de onderkant van de muis tegen de klok in en verwijder de bal. 3 Reinig de bal met een schone, pluisvrije doek.
Productkennisgeving Macrovision Dit product bevat technologie voor auteursrechtelijke bescherming, die beveiligd wordt door Amerikaanse patenten en andere rechten voor intellectueel eigendom. Het gebruik van deze technologie voor auteursrechtelijke bescherming moet door Macrovision worden geautoriseerd en is bedoeld voor thuisgebruik en een aantal andere manieren van weergave, tenzij anders geautoriseerd door Macrovision. Reverse engineering of demontage is verboden. FCC-kennisgeving (alleen V.S.
Overeenkomstig de FCC-richtlijnen wordt de volgende informatie verstrekt voor het apparaat of de apparaten waarop dit document van toepassing is: 156 Productnaam: Dell Precision™ M4300 Modelnummer: PP04X Bedrijfsnaam: Dell Inc.
Woordenlijst Begrippen in deze woordenlijst zijn alleen voor informatieve doeleinden. De beschreven begrippen hebben al dan niet betrekking op uw specifieke computer. A AC — wisselstroom — De elektriciteitsvorm die de computer voedt wanneer u de netadapterkabel in een stopcontact steekt. achtergrond — Het achtergrondpatroon of de achtergrondafbeelding op het Windows-bureaublad. Verander uw achtergrond via het Configuratiescherm in Windows.
bit — De kleinste gegevenseenheid die door uw computer wordt gebruikt. Bluetooth® draadloze technologie — Een standaard voor draadloze technologie voor netwerkapparaten met een kort bereik (9 m) waarmee apparaten elkaar automatisch kunnen herkennen. bps — bits per seconde — De standaardeenheid voor het aangeven van de gegevensoverdrachtssnelheid. BTU — British thermal unit (Britse eenheid voor energie) — Een eenheid voor warmteafgifte. bus — Een communicatiepad tussen de onderdelen in de computer.
DDR2 SDRAM — double-data-rate 2 SDRAM — Double-Data-Rate 2 SDRAM - Een soort DDR SDRAM die een 4-bits prefetch en andere architectonische wijzigingen gebruikt om de geheugensnelheid te verhogen tot meer dan 400 MHz. dual-core — Een Intel® technologie waarin twee fysieke rekeneenheden bestaan in een enkel processorpakket, waardoor de rekenefficiëntie en het vermogen tot multitasking wordt vergroot.
EPP — enhanced parallel port (verbeterde parallelle poort) — Een parallel connectorontwerp dat bidirectionele gegevensoverdracht biedt. G ESD — electrostatic discharge (elektrostatische ontlading) — Een snelle ontlading van statische elektriciteit. ESD kan geïntegreerde circuits in computer- en communicatieapparatuur beschadigen. GB — gigabyte — Een eenheid van gegevensopslag die gelijk is aan 1024 MB (1.073.741.824 bytes).
H HTTP — hypertext transfer protocol (HyperTextoverdrachtsprotocol) — Een protocol voor het uitwisselen van bestanden tussen computers met een internetverbinding. Hyper-Threading — Hyper-Threading is een Inteltechnologie die de algehele computerprestatie kan verbeteren door toe te staan dat één fysieke processor als twee logische processoren functioneert, in staat om bepaalde taken gelijktijdig uit te voeren. Hz — hertz — Een frequentie-eenheid die gelijk is aan 1 cyclus per seconde.
L LAN — local area network — Een computernetwerk dat een klein gebied beslaat. Een LAN is meestal beperkt tot een gebouw of een aantal nabijgelegen gebouwen. Een LAN kan over elke afstand worden verbonden met een andere LAN via telefoonlijnen en radiogolven en zo een WAN (Wide Area Network) vormen. LCD — liquid crystal display (beeldscherm met vloeibare kristallen) — De technologie die gebruikt wordt bij beeldschermen van draagbare computers en flatpanelmonitoren.
NVRAM — nonvolatile random access memory (nietvluchtige RAM) — Een type geheugen dat gegevens opslaat wanneer de computer is uitgeschakeld of zijn externe stroombron verliest. NVRAM wordt gebruikt voor het behouden van computerconfiguratie-informatie, zoals datum, tijd en andere System Setup-opties. PCI Express — Een wijziging op de PCI-interface die de gegevensoverdrachtspecificatie verhoogt tussen de processor en de apparaten die erop zijn aangesloten.
POST — power-on self-test (serie testen bij inschakelen computer) — Diagnostische programma's die automatisch door de BIOS worden geladen en basistesten uitvoeren op de belangrijkste computeronderdelen, zoals het geheugen, vaste schijven en videospelers. Als tijdens POST geen problemen worden gevonden, vervolgt de computer het opstartproces.
Servicelabel — Een barcodelabel op uw computer die de computer identificeert wanneer u Dell Support bezoekt op support.dell.com of wanneer u Dell belt voor klantenservice of technische ondersteuning. stuurprogramma — Software waarmee het besturingssysteem een apparaat zoals een printer kan beheren. Veel apparaten werken niet goed als het juiste stuurprogramma niet op de computer is geïnstalleerd.
tegen schrijven beveiligd — Bestanden of media die niet kunnen worden gewijzigd. Wanneer u gegevens wilt beschermen tegen wijzigingen of vernietiging, kunt u deze tegen schrijven beveiligen. Om een diskette tegen schrijven te beveiligen, schuift u het tegen-schrijven-beveiligenpalletje op de 3.5-inch diskette naar de open-positie. teksteditor — Een programma dat gebruikt wordt om bestanden te maken en te bewerken die alleen tekst bevatten; Windows Kladblok gebruikt bijvoorbeeld een teksteditor.
vernieuwingsfrequentie — De frequentie in Hz waarmee de horizontale lijnen op het beeldscherm opnieuw worden geladen (ook wel de verticale frequentie genoemd). Hoe hoger de vernieuwingsfrequentie, des te minder flikkeringen in het beeld het menselijk oog kan waarnemen. videocontroller — De circuits op een videokaart of op de systeemkaart (op computers met een ingebouwde videocontroller) die voor de videomogelijkheden zorgt — in combinatie met de monitor — van uw computer.
Zip-station — Een diskettestation met hoge capaciteit ontwikkeld door Iomega Corporation die uitneembare 3,5inch schijven gebruikt die zipdiskettes worden genoemd. Zip-diskettes zijn iets groter dan gewone diskettes, ongeveer twee keer zo dik en kunnen 100 MB aan gegevens opslaan.