Setup Guide

Problemen oplossen 47
Zorg dat alle gebruikte contactdozen op een stopcontact zijn aangesloten
en zijn ingeschakeld.
Controleer de stroomvoorziening van het stopcontact door er een ander
apparaat, zoals een lamp, op aan te sluiten.
Controleer of de hoofdstroomkabel en de kabel van het voorpaneel goed
op de systeemkaart zijn aangesloten (zie
uw
onderhoudshandleiding
op
support.dell.com
).
ALS HET AAN-UITLAMPJE BLAUW IS EN DE COMPUTER NIET REAGEERT
Controleer of het beeldscherm is aangesloten en is ingeschakeld.
Zie "Piepcodes" op pagina 34 als het beeldscherm is aangesloten en is
ingeschakeld.
ALS HET AAN-UITLAMPJE BLAUW KNIPPERT De computer is in de stand-
bymodus. Druk op een toets op het toetsenbord, beweeg de muis of druk op
de aan-uitknop om de normale werking te hervatten.
ALS HET AAN-UITLAMPJE ORANJE KNIPPERT De computer krijgt stroom en
een van de onderdelen is mogelijk defect of verkeerd geïnstalleerd.
Verwijder alle geheugenmodules en installeer deze opnieuw (zie
uw
onderhoudshandleiding
op
support.dell.com
).
Verwijder eventuele uitbreidingskaarten, inclusief videokaarten, en
installeer deze opnieuw (zie
uw
onderhoudshandleiding
op
support.dell.com
).
ALS HET AAN-UITLAMPJE ORANJE BRANDT Er is een probleem met de
stroomvoorziening. Een van de onderdelen is mogelijk defect of verkeerd
geïnstalleerd.
Zorg ervoor dat de stroomkabel van de processor goed is aangesloten op de
stroomconnector van de systeemkaart (zie
uw
onderhoudshandleiding
op
support.dell.com
).
Controleer of de hoofdstroomkabel en de kabel van het voorpaneel goed
op de systeemkaart zijn aangesloten (zie
uw
onderhoudshandleiding
op
support.dell.com
).
HEF INTERFERENTIE OP.—Interferentie kan worden veroorzaakt door:
Stroomkabels en verlengsnoeren voor toetsenborden en muizen
Te veel apparaten zijn op dezelfde contactdoos aangesloten
Meerdere contactdozen zijn op hetzelfde stopcontact aangesloten