Users Guide
Table Of Contents
- Gebruikshandleiding
- Informatie zoeken
- Over de computer
- Informatie naar een nieuwe computer overbrengen
- Batterijen gebruiken
- Het toetsenbord gebruiken
- Het beeldscherm gebruiken
- Netwerken instellen en gebruiken
- Een netwerk- of breedbandmodemkabel aansluiten
- Een netwerk instellen in het Microsoft® Windows® XP- besturingssysteem
- Een netwerk instellen in het Microsoft Windows Vista®- besturingssysteem
- WLAN (Wireless Local Area Network)
- Mobiel breedbandnetwerk (of Wireless Wide Area Network)
- Dell Wi-Fi Catcher™-netwerkzoeker
- Microsoft® Windows® Firewall
- Multimedia gebruiken
- Kaarten gebruiken
- De computer beveiligen
- Problemen oplossen
- Technische updateservice van Dell™
- Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)
- Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma)
- Problemen met stations
- E-mail-, modem- en internetproblemen
- Foutberichten
- Problemen met IEEE 1394-apparaten
- Toetsenbordproblemen
- Vastlopen en softwareproblemen
- Problemen met geheugen
- Netwerkproblemen
- Problemen met PC-kaarten
- Voedingsproblemen
- Printerproblemen
- Scannerproblemen
- Problemen met geluid en luidsprekers
- Problemen met de touchpad of met de muis
- Video- en beeldschermproblemen
- System Setup-programma
- Software opnieuw installeren
- Onderdelen toevoegen en vervangen
- Dell™ QuickSet
- Uw computer op reis meenemen
- Specificaties
- Help-informatie
- Bijlage
- Woordenlijst
100 Problemen oplossen
START DE COMPUTER OPNIEUW OP EN PROBEER OPNIEUW TE WERKEN MET DE SCANNER.
C
ONTROLEER DE KABELAANSLUITINGEN —
• Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor informatie over kabelaansluitingen.
• Controleer of de scannerkabels goed zijn aangesloten op de scanner en de computer.
CONTROLEER OF MICROSOFT WINDOWS DE SCANNER HERKENT —
1
Klik op
Start
→
Configuratiescherm
→
Printers en andere hardware
.
2
Klik op
Scanners en camera's
.
Als uw scanner wordt vermeld, herkent Windows de scanner.
INSTALLEER HET SCANNERSTUURPROGRAMMA OPNIEUW — Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor
instructies.
Problemen met geluid en luidsprekers
Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 155) in terwijl u deze controles
uitvoert.
WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de
procedures in dit gedeelte.
Er komt geen geluid uit de geïntegreerde luidsprekers
STEL DE WINDOWS-VOLUMEREGELING BIJ — Dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de rechteronderhoek
van het scherm. Controleer of het volume omhoog is bijgesteld en dat het geluid niet is gedempt. Stel de
volume-, bas- of hogetonenregelaars bij om vervorming ongedaan te maken.
PAS HET VOLUME AAN MET DE SNELTOETSEN OP HET TOETSENBORD — Druk op <Fn><End> om de
ingebouwde luidsprekers uit te schakelen (te dempen) of opnieuw in te schakelen.
INSTALLEER HET (AUDIO)STUURPROGRAMMA OPNIEUW — Zie "Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren"
op pagina 110.
Er komt geen geluid uit de externe luidsprekers
CONTROLEER OF DE SUBWOOFER EN DE LUIDSPREKERS ZIJN INGESCHAKELD — Raadpleeg het
installatiediagram dat bij de luidsprekers is geleverd. Als uw luidsprekers zijn voorzien van volumeregelaars,
moet u het volume, de bastonen of de hoge tonen bijstellen om vervorming ongedaan te maken.
STEL DE WINDOWS-VOLUMEREGELING BIJ — Klik of dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de
rechterbenedenhoek van het scherm. Controleer of het volume is ingeschakeld en het geluid niet wordt
gedempt.
MAAK DE HOOFDTELEFOON LOS VAN DE HOOFDTELEFOONCONNECTOR — Het geluid uit de luidsprekers wordt
automatisch uitgeschakeld wanneer er een hoofdtelefoon wordt aangesloten op de hoofdtelefoonconnector
in het frontpaneel van de computer.
TEST HET STOPCONTACT — Controleer of er stroom uit het stopcontact komt, door er een ander apparaat,
zoals een lamp, op aan te sluiten.










