Dell Precision™ M2300 Gebruikshandleiding Model PP18L w w w. d e l l . c o m | s u p p o r t . d e l l .
Opmerkingen, kennisgevingen en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer. KENNISGEVING: Een KENNISGEVING duidt potentiële schade aan hardware of potentieel gegevensverlies aan en vertelt u hoe het probleem kan worden vermeden. WAARSCHUWING: Een WAARSCHUWING duidt het risico van schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden aan.
Inhoud 1 Informatie zoeken 2 Over de computer Vooraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Linkeraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23 Achteraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 Informatie naar een nieuwe computer overbrengen Microsoft® Windows® XP . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Energiebeheermodi . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Stand-bymodus en slaapstand Tryb hibernacji . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De energiebeheerinstellingen configureren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
7 Netwerken instellen en gebruiken Een netwerk- of breedbandmodemkabel aansluiten . . . . . . . . . . . . . . Een netwerk instellen in het Microsoft® Windows® XP-besturingssysteem . . . . 52 Een netwerk instellen in het Microsoft Windows Vista®-besturingssysteem. . . . 52 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52 WLAN (Wireless Local Area Network) Wat u nodig hebt voor een WLAN-verbinding . . . . . . . . . De draadloze netwerkkaart controleren . . . . . . . . . . . .
9 Kaarten gebruiken Kaarttypen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . PC-kaarten . . . . . ExpressCards . . . . Smartcards . . . . . Blanco kaarten . . . Uitgebreide kaarten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
11 Problemen oplossen Technische updateservice van Dell™ . Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79 Wanneer u Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) moet gebruiken . Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) starten vanaf de vaste schijf Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) starten vanaf de Drivers and Utilities media . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Hoofdmenu Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) . . . .
Netwerkproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . WLAN (Wireless Local Area Network) . . . . . . . Mobiel Breedband (Wireless Wide Area Network) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97 Problemen met PC-kaarten Voedingsproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98 98 . . . . . . . . . . . . . . .
De Probleemoplosser voor hardware gebruiken Microsoft Windows XP . . Microsoft Windows Vista . . . . . . . . . . . . . . . . 113 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113 113 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Het besturingssysteem herstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ® Windows® Systeemherstel gebruiken . . . . . . . . . . . . Microsoft Het medium Operating System gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . .
Reistips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151 Met het vliegtuig reizen . 17 Specificaties 18 Help-informatie Hulp krijgen . . . . . . . . . . . . . . 151 152 152 153 153 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Informatie zoeken OPMERKING: Sommige functies of media kunnen optioneel zijn en niet bij uw computer zijn geleverd. Sommige kenmerken of media zijn wellicht niet beschikbaar in bepaalde landen. OPMERKING: Mogelijk is er bij uw computer aanvullende informatie geleverd. Waarnaar zoekt u? Hier kunt u het vinden • • • • De Drivers and Utilities media OPMERKING: De Drivers and Utilities media zijn optioneel en mogelijk niet met uw computer meegeleverd.
Waarnaar zoekt u? Hier kunt u het vinden • • • • Snelle referentiegids OPMERKING: Dit document kan optioneel zijn en niet bij uw computer zijn geleverd. De computer instellen Basisinformatie probleemoplossing Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uitvoeren De computer openen OPMERKING: Dit document is beschikbaar als PDF-bestand op support.dell.com.
Waarnaar zoekt u? Hier kunt u het vinden • Oplossingen — Hints en tips voor probleemoplossing, artikelen van technici, on line cursussen en veelgestelde vragen • Community — On line discussies met andere gebruikers van Dell-producten • Upgrades — Upgrade-informatie over onderdelen als het geheugen, de vaste schijf en het besturingssysteem • Klantenservice — Contactgegevens, de status van reparatieverzoeken en bestellingen, informatie over garantie en reparatie • Service en ondersteuning — De status van re
Waarnaar zoekt u? Hier kunt u het vinden • Aan het werk met Microsoft Windows XP of Windows Vista® Help en ondersteuning van Windows • Aan het werk met programma's en bestanden • Hoe pas ik mijn bureaublad aan Microsoft Windows XP: 1 Klik op de knop Start en daarna op Help en ondersteuning.
Waarnaar zoekt u? Hier kunt u het vinden • Het besturingssysteem opnieuw installeren Het medium Operating System OPMERKING: Het medium Operating System is optioneel en mogelijk niet meegeleverd met uw computer. Het besturingssysteem is reeds op de computer geïnstalleerd. Wanneer u het besturingssysteem opnieuw wilt installeren, moet u het medium Operating System gebruiken.
Informatie zoeken
Over de computer OPMERKING: Het uiterlijk van uw computer kan iets afwijken van het in dit document afgebeelde model.
1 schermvergrendeling beeldscherm 3 aan/uit-knop 4 statuslampjes apparaat 5 toetsenbord 6 touchpad 7 vingerafdruklezer (optioneel) 8 touchpadknoppen/trackstickknoppen 9 track stick 11 volumeknoppen 12 omgevingslichtsensor 10 statuslampjes toetsenbord 13 dempknop STATUSLAMPJES APPARAAT 18 2 Over de computer
Gaat branden wanneer u de computer inschakelt en knippert wanneer de computer zich in een energiebeheermodus bevindt. Gaat branden wanneer de computer gegevens leest of schrijft. KENNISGEVING: Schakel de computer nooit uit wanneer de het lampje knippert om gegevensverlies te voorkomen. Zal gaan branden of knipperen om de batterijstatus aan te geven. Gaat branden wanneer draadloze apparaten zijn ingeschakeld. Gaat branden wanneer de draadloze Bluetooth®-technologie is ingeschakeld.
STATUSLAMPJES TOETSENBORD De groene lampjes boven het toetsenbord geven het volgende aan: 9 Gaat branden wanneer het numerieke toetsenblok wordt ingeschakeld. A Gaat branden wanneer de hoofdletterfunctie wordt ingeschakeld. Gaat branden wanneer de scroll lock-functie wordt ingeschakeld. AAN/UIT-KNOP — Druk op de aan/uit-knop om de computer in te schakelen of om naar een energiebeheermodus te gaan of deze te verlaten.
Linkeraanzicht 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 bevestigingspunt voor beveiligingskabel 2 ventilatieopeningen 3 audioconnectoren (2) 4 smartcardsleuf (met blanco kaart) 5 1394-connector 6 knop voor een draadloos netwerk 7 Wi-Fi Catcher™netwerkzoekerlampje 8 pc-kaartsleuf 9 vaste schijf VENTILATIEOPENINGEN — De computer gebruikt een interne ventilator om voldoende lucht door te openingen te laten, zodat de computer niet oververhit raakt.
AUDIOCONNECTOREN Sluit koptelefoons of luidsprekers aan op de Sluit een microfoon aan op de -connector. -connector. SMARTCARDSLEUF (MET BLANCO KAART) — Ondersteunt één smartcard. Smartcards bieden een verscheidenheid aan functies aan, zoals beveiligingsfuncties en gegevensopslag. De blanco kaart voorkomt dat er vreemd materiaal in de computer terecht komt wanneer er geen smartcard in de smartcardsleuf zit.
1 "off"-stand Schakelt draadloze apparaten uit 2 "on"-stand Schakelt draadloze apparaten in 3 "momentary"-stand Zoekt naar WLAN-netwerken (zie "Dell Wi-Fi Catcher™netwerkzoeker" op pagina 59) 4 Wi-Fi Catchernetwerkzoekerlampje W I -F I C A T C H E R ™- N E T W E R K Z O E K E R L A M P J E — Voor het lampje geldt het volgende: – Lampje knippert groen: Naar netwerken zoeken – Lampje is groen: Sterk netwerk gevonden – Lampje is geel: Zwak netwerk gevonden – Lampje knippert geel: Fout – Lampje is ui
MEDIACOMPARTIMENT — Ondersteunt de diskette of een optisch station, tweede batterij, tweede vaste schijf of een Dell TravelLite™-module (zie "Multimedia gebruiken" op pagina 61). APPARAATVERGRENDELING — Druk op de vergrendeling om elk apparaat dat in het mediacompartiment is geïnstalleerd, uit te werpen. USB-CONNECTOREN Sluit USB-apparaten aan, zoals een muis, toetsenbord of printer.
MODEMCONNECTOR (RJ-11) Sluit de telefoonlijn aan op de modemconnector. Zie de documentatie over de on line modem die met de computer is meegeleverd, voor informatie over het gebruik van de modem (zie "Informatie zoeken" op pagina 11). USB-CONNECTOREN Sluit USB-apparaten aan, zoals een muis, toetsenbord of printer. SERIËLE CONNECTOR Sluit seriële apparaten aan, zoals een muis, toetsenbord of printer. VIDEOCONNECTOR Sluit videoapparaten aan, zoals een monitor.
1 De netadapter zet netstroom om naar gelijkstroom die door de computer wordt vereist. U kunt de netadapter aansluiten met de computer in- of uitgeschakeld. WAARSCHUWING: De netadapter werkt op elektriciteitsnetten wereldwijd. Stroomaansluitingen en contactdozen verschillen echter sterk per land. Wanneer u een incompatibele kabel gebruikt of de kabel onjuist op de contactdoos of het stopcontact aansluit, kan er brand of schade aan de apparatuur ontstaan.
Onderaanzicht 9 1 2 8 3 7 4 6 5 1 batterijoplaadmeter/ gezondheidscontrole 2 batterij 3 ontgrendelingsschuifjes van batterijcompartiment (2) 4 borgschroef apparaat (indien aanwezig) 5 kapje geheugenmodule 6 connector koppelapparaat 7 ventilatieopeningen 8 vaste schijf 9 schroeven van vaste schijf (2) BATTERIJOPLAADMETER/GEZONDHEIDSCONTROLE — Biedt informatie over de batterijlading (zie "De batterijlading controleren" op pagina 34).
VENTILATIEOPENINGEN — De computer gebruikt een interne ventilator om voldoende lucht door te openingen te laten, zodat de computer niet oververhit raakt. SCHROEVEN VAN VASTE SCHIJF 28 Over de computer — Zet hiermee de vaste schijf op zijn plaats vast.
Informatie naar een nieuwe computer overbrengen Met de wizards van het besturingssysteem kunt u bestanden en andere gegevens van de ene naar de andere computer overbrengen. Zie voor instructies de onderstaande sectie die overeenkomt met het besturingssysteem van uw computer. Microsoft® Windows® XP Het Microsoft Windows XP-besturingssysteem beschikt over de wizard Bestanden en instellingen overzetten waarmee u gegevens van een broncomputer naar een nieuwe computer kunt overbrengen.
De wizard Bestanden en instellingen overzetten met het medium Operating System uitvoeren OPMERKING: Voor deze procedure hebt u het medium Operating System nodig. Dit medium is optioneel en wordt niet bij alle computers geleverd. De nieuwe computer op de bestandsoverdracht voorbereiden: 1 Start de Wizard Bestanden en instellingen overzetten. 2 Klik in het beginscherm van de Wizard Bestanden en instellingen overzetten op Volgende.
De wizard Bestanden en instellingen overzetten zonder het medium Operating System uitvoeren Wanneer u de wizard Bestanden en instellingen overzetten zonder het medium Operating System wilt uitvoeren, moet u een wizardschijf maken waarmee u een back-upimagebestand kunt maken op een verwisselbaar medium. U maakt een wizardschijf door op de nieuwe computer met Windows XP de volgende stappen uit te voeren: 1 Klik op Start→ Wizard Bestanden en instellingen overzetten.
OPMERKING: Zoek in support.dell.com voor document #PA1089586 (How Do I Transfer Files From My Old Computer to My New Dell Computer Using the Microsoft® Windows® XP Operating System? (Hoe breng ik bestanden van mijn oude computer over naar mijn nieuwe Dell-computer met het Microsoft® Windows® XPbesturingssysteem?) voor meer informatie over deze procedure. OPMERKING: Toegang tot het Dell™ Knowledge Base-document is in sommige landen niet mogelijk.
Batterijen gebruiken Batterijprestaties OPMERKING: Zie de Productinformatiegids of het afzonderlijke papieren garantiedocument dat met uw computer is meegeleverd voor informatie over de Dell-garantie op uw computer. Voor optimale prestaties van de computer en tevens om te helpen de instellingen van de BIOS te behouden, dient u de draagbare Dell™-computer te allen tijde te gebruiken terwijl de hoofdbatterij geïnstalleerd is.
WAARSCHUWING: Het gebruik van een incompatibele batterij kan de kans op brand of een explosie vergroten. Vervang de batterij uitsluitend met een compatibele batterij die u bij Dell hebt aangeschaft. De batterij is speciaal gemaakt voor een Dell-computer. Gebruik geen batterij van een andere computer voor uw computer. WAARSCHUWING: Gooi batterijen niet met het huisafval weg.
De batterijstatus controleren Wanneer u de batterijstatus wilt controleren, moet u de statusknop op de ladingsmeter indrukken en loslaten om de ladingsniveaulichtjes te laten branden. Elk lampje vertegenwoordigt ongeveer 20 procent van de totale batterijlading. Als bijvoorbeeld tachtig procent van de lading resteert, zullen er vier lampjes branden. Als er geen lampjes branden, is de batterij leeg.
OPMERKING: Zie "De energiebeheerinstellingen configureren" op pagina 37 voor informatie over het besparen van batterijstroom. Energiebeheermodi Stand-bymodus en slaapstand De stand-bymodus (slaapstand in Microsoft Windows Vista®) bespaart energie door het beeldscherm en de vaste schijf na een vooraf vastgestelde periode van inactiviteit uit te schakelen (een time-out). Wanneer de computer de stand-bymodus of slaapstand verlaat, keert deze terug naar de toestand van voor de stand-bymodus.
Afhankelijk van de ingestelde energiebeheeropties in het venster Eigenschappen voor Energiebeheer of in de wizard QuickSet Energiebeheer, gebruikt u een van de onderstaande methoden om de slaapstand in te stellen: • Druk op de aan/uit-knop. • Klap het beeldscherm dicht. • Druk op . OPMERKING: Sommige pc-kaarten functioneren niet correct nadat de computer de slaapstand heeft verlaten.
De batterij is te warm om opgeladen te kunnen worden als het -lampje afwisselend groen en oranje knippert. Koppel de computer los van het stopcontact en laat de computer en batterij afkoelen tot kamertemperatuur. Sluit de computer vervolgens aan op een stopcontact om het opladen van de batterij voort te zetten. Zie "Voedingsproblemen" op pagina 97 voor informatie over het oplossen van problemen met batterijen.
Een batterij opslaan Verwijder de batterij als u de computer voor langere tijd opslaat. Een batterij verliest zijn lading als deze gedurende een lange periode wordt opgeslagen. Na een lange opslagperiode dient u de batterij volledig opnieuw te laden (zie "De batterij opladen" op pagina 37) voordat u deze gebruikt. Batterijfouten Zie "Foutberichten" op pagina 87 om foutcodes te verwerken die door de batterij zijn gegenereerd.
Batterijen gebruiken
Het toetsenbord gebruiken Numeriek toetsenblok numeriek toetsenblok Het numerieke toetsenblok werkt als het numerieke toetsenblok op het externe toetsenbord. Elke toets op het toetsenblok heeft meerdere functies. De cijfers op het toetsenblok en symbolen zijn blauw gemarkeerd rechts van de toetsenblok. Houd ingedrukt en druk op de gewenste toets om een cijfer of symbool in te voeren. • Druk op om het toetsenblok in te schakelen. Het lampje toetsenblok actief is.
Toetsencombinaties Systeemfuncties Opent het venster Taakbeheer. Batterij Geeft de Dell™ QuickSet-batterijmeter weer (zie "Dell™ QuickSet-batterijmeter" op pagina 34). Weergavefuncties Verplaatst het videobeeld volgens de volgende beeldschermoptie. Tot de opties behoren het ingebouwde beeldscherm, een externe monitor en beide schermen tegelijk. Schaalt tussen breedbeeld en standaard hoogtebreedteverhouding van video.
Microsoft® Windows®-toetsenfuncties Windows-toets en Minimaliseert alle geopende vensters. Windows-toets en Herstelt alle geminimaliseerde vensters. Deze toetsencombinatie functioneert als een wisselknop om alle geminimaliseerde vensters te herstellen met de combinatie van de Windows-toets en de -toets. Windows-toets en Hiermee wordt Windows Explorer uitgevoerd. Windows-toets en Opent het dialoogvenster Uitvoeren.
• U verplaatst de cursor door uw vinger lichtjes over de touchpad te bewegen. • U selecteert een object door eenmaal lichtjes op het oppervlak van de touchpad te tikken of uw duim te gebruiken om op de linker touchpadknop te drukken. • U selecteert en verplaatst (of sleept) een object door de cursor op het object te plaatsen en tweemaal op de touchpad te tikken. Laat uw vinger bij de tweede tik op de touchpad liggen en verplaats het geselecteerde object door uw vinger over het oppervlak te schuiven.
1 Verwijder het dopje van de track stick. 2 Plaats het nieuwe dopje op het rechthoekige track-stickstaafje en druk het er voorzichtig overheen. KENNISGEVING: De track stick kan het beeldscherm beschadigen als deze niet correct op het staafje is geplaatst. 3 Probeer de track stick uit om te controleren of het dopje correct is geplaatst.
Het toetsenbord gebruiken
Het beeldscherm gebruiken De helderheid aanpassen Wanneer een Dell™-computer op batterijen werkt, kunt u stroom besparen door de laagste helderheidsinstelling te gebruiken en op te drukken en op de pijl-omhoog of -omlaag op het toetsenbord te drukken. OPMERKING: De toetsencombinaties voor helderheid hebben alleen invloed op het beeldscherm van de draagbare computer, en niet op monitors of projectors die u op de draagbare computer of koppelapparaat aansluit.
1 1 omgevingslichtsensor De omgevingslichtsensor is uitgeschakeld wanneer de computer bij u wordt afgeleverd. Als u de sensor inschakelt en een van de toetsencombinaties voor de beeldschermhelderheid gebruikt, wordt de sensor uitgeschakeld en wordt de helderheid van het beeldscherm overeenkomstig verhoogd of verlaagd. OPMERKING: De omgevingslichtsensor wordt uitgeschakeld zodra de computer op een stopcontact wordt aangesloten. Met Dell™ QuickSet kunt u de omgevingslichtsensor in- of uitschakelen.
De beeldschermresolutie en de vernieuwingsfrequentie instellen Wanneer u een programma met een specifieke resolutie wilt weergeven, moeten zowel de grafische kaart als het beeldscherm het programma ondersteunen en moeten de vereiste videostuurprogramma's zijn geïnstalleerd. Zorg dat u voor toekomstig gebruik een notitie maakt van de standaard weergave-instellingen voordat u deze wijzigt.
OPMERKING: Als u een hogere resolutie of kleurenpalet kiest dan door het beeldscherm wordt ondersteund, worden automatisch die waarden gebruikt die het meest overeenkomen. Zie de documentatie die bij het besturingssysteem werd geleverd, voor meer informatie. 5 Klik op het pictogram van monitor 2, vervolgens op de optie Het Windows-bureaublad uitbreiden naar deze monitor en daarna op Toepassen. 6 Stel de gewenste instellingen voor Beeldschermresolutie voor beide beeldschermen in en klik op Toepassen.
Netwerken instellen en gebruiken Wanneer u een computernetwerk instelt, brengt u verbinding tot stand tussen uw computer en het internet, een andere computer of een netwerk. Met een netwerk dat thuis of op een klein kantoor is ingesteld, is het bijvoorbeeld mogelijk naar een gedeelde printer af te drukken, stations en bestanden op een andere computer te gebruiken, andere netwerken door te bladeren of verbinding te maken met het internet.
Een netwerk instellen in het Microsoft® Windows® XPbesturingssysteem 1 Klik op Start→ Alle programma's→ Bureau-accessoires→ Communicatie→ Wizard Netwerk instellen→ Volgende→ Controlelijst voor het instellen van een netwerk. OPMERKING: Wanneer u de verbindingsmethode Deze computer maakt rechtstreeks verbinding met het Internet selecteert, schakelt u de ingebouwde firewall in die bij Windows XP Service Pack 2 (SP2) wordt meegeleverd. 2 Voltooi de controlelijst.
De draadloze netwerkkaart controleren Afhankelijk van wat u hebt geselecteerd bij de aankoop van uw computer, heeft de computer een aantal verschillende configuraties.
5 Haal de stroomkabel van de breedbandmodem uit het stopcontact. 6 Koppel de netwerkkabel van de computer en de modem los. 7 Ontkoppel de netadapterkabel van de draadloze router om ervoor te zorgen dat de router geen stroom krijgt. OPMERKING: Wacht na het loskoppelen van de breedbandmodem minstens 5 minuten voordat u verdergaat met het instellen van het netwerk. 8 Steek een netwerkkabel in de netwerkconnector (RJ-45) op de breedbandmodem.
OPMERKING: Als de software wordt verwijderd of beschadigd raakt, volgt u de instructies in de gebruikersdocumentatie voor uw draadloze netwerkkaart. Controleer het type draadloze netwerkkaart dat op de computer is geïnstalleerd en zoek de naam ervan op de Dell™ Support-website op support.dell.com. Zie "De draadloze netwerkkaart controleren" op pagina 53 voor informatie over het type draadloze netwerkkaart dat op de computer is geïnstalleerd.
OPMERKING: Als u een veilig netwerk selecteert, moet u een WEP- of WPA-sleutel invoeren als hierom wordt gevraagd. Beveiligingsinstellingen voor netwerken zijn uniek voor uw netwerk. Dell kan deze informatie niet geven. OPMERKING: Het kan een minuut duren voordat de computer verbinding heeft met het netwerk.
Zie de gebruikshandleiding van de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten) voor instructies, als het programma is beschadigd of van de computer is verwijderd. De gebruikshandleiding is beschikbaar via de Windows Help en ondersteuning (klik op Start→ Help en ondersteuning) of op het medium dat bij de kaart werd meegeleverd als u deze los van de computer hebt aangeschaft).
3 Volg de instructies op het scherm om de netwerkverbinding met het hulpprogramma te beheren. Of 1 Klik op Start→ Alle programma's→ Dell Wireless (Dell draadloos). 2 Klik op Dell Wireless Broadband (Dell draadloos breedband) en volg de instructies op het scherm.
Dell Wi-Fi Catcher™-netwerkzoeker De draadloze schakelaar op uw Dell-computer gebruikt de Dell Wi-Fi Catcher-netwerkzoeker om naar WiFi-WLAN's in uw omgeving te zoeken. Zie "knop voor een draadloos netwerk" op pagina 22 voor meer informatie over de draadloze schakelaar. U zoekt naar WiFi-WLAN's door de schakelaar een aantal seconden in de stand "tijdelijk" te zetten.
Netwerken instellen en gebruiken
Multimedia gebruiken Media afspelen KENNISGEVING: Druk de medialade niet omlaag wanneer u deze opent of sluit. Houd de lade gesloten wanneer u het station niet gebruikt. KENNISGEVING: U moet de computer niet verplaatsen als u media afspeelt. 1 Druk op de uitwerpknop aan de voorkant van het station. 2 Haal de lade eruit. 3 Plaats de schijf met de labelkant omhoog in het midden van de lade en druk de schijf op de spindel.
4 Duw de lade weer terug in het station. Zie de mediasoftware die met de computer is meegeleverd voor het formatteren van media voor gegevensopslag, het maken van muziekmedia of het kopiëren van media. OPMERKING: Zorg dat u aan alle auteursrechten voldoet bij het maken van media. Een cd-speler bevat de onderstaande basisknoppen: Afspelen. Achteruitgaan binnen de huidige track. Pauze. Vooruitgaan binnen de huidige track. Stoppen. Naar de vorige track gaan. Uitwerpen. Naar de volgende track gaan.
Media kopiëren OPMERKING: Zorg dat u aan alle auteursrechten voldoet bij het maken van media. Dit gedeelte geldt alleen voor computers met een cd-rw-, dvd+/-rw- of cd-rw/dvd (combo)-station. OPMERKING: De typen mediastations die door Dell worden aangeboden, kunnen per land verschillen. De volgende instructies beschrijven hoe u een kopie maakt met Roxio Creator Plus - Dell Edition.
Lege media gebruiken Cd-rw-stations kunnen alleen naar cd-opnamemedia schrijven (inclusief snelle cd-rw-media) als de beschrijfbare dvd-stations naar zowel cd- als dvd-opnamemedia kunnen schrijven. Gebruik lege cd-r's voor het opnemen van muziek of voor het permanent opslaan van gegevensbestanden. Wanneer de maximale opslagcapaciteit van een cd-r is bereikt, kunt u niet nogmaals naar die cd-r schrijven (zie de Sonic-documentatie voor meer informatie).
• Muziek-mp3-bestanden kunnen alleen op mp3-spelers of op computers met mp3-software worden afgespeeld. • In de handel verkrijgbare dvd-spelers die op thuistheatersystemen worden gebruikt, ondersteunen niet alle beschikbare dvd-indelingen. Zie de documentatie die met de dvd-speler is meegeleverd of neem contact op met uw leverancier, voor een lijst met indelingen die door uw dvd-speler worden ondersteund.
De afbeelding aanpassen Als een foutbericht aangeeft dat de huidige resolutie en kleurdiepte teveel geheugen gebruiken en het afspelen van dvd's verhindert, moet u de weergave-eigenschappen aanpassen. Microsoft® Windows® XP-besturingssysteem 1 Klik op Start→ Configuratiescherm→ Vormgeving en thema's. 2 Klik onder Kies een taak... op De beeldschermresolutie wijzigen. 3 Klik onder Beeldschermresolutie op de balk en sleep deze om de resolutie-instelling te verlagen.
Kaarten gebruiken OPMERKING: Elektrische en elektronische apparaten zijn gevoelig voor elektrostatische ontlading (ESD). Als er een aanzienlijke ontlading optreedt, wordt het apparaat mogelijk opnieuw ingesteld en doet de apparaatsoftware opnieuw een poging verbinding te maken. Als de software na een elektrostatisch ontlading niet meer werkt, moet u de modemsoftware opnieuw starten. Kaarttypen PC-kaarten Zie "PC Card/ExpressCard" op pagina 143 voor informatie over ondersteunde pc-kaarten.
Uitgebreide kaarten Een uitgebreide pc-kaart (bijvoorbeeld een draadloze netwerkadapter) is langer dan een standaard pckaart en steekt uit de computer. Houd u aan onderstaande voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van uitgebreide pc-kaarten: • Bescherm het blootgestelde uiteinde van een geïnstalleerde kaart. Wanneer het uiteinde van de kaart wordt aangeraakt, kan de systeemkaart beschadigd raken. • Zorg altijd dat de uitgebreide pc-kaart verwijderd is, voordat u de computer in de draagkoffer plaatst.
De computer herkent de meeste pc-kaarten en laadt automatisch het juiste apparaatstuurprogramma. Als het configuratieprogramma u vraagt om de stuurprogramma's van de fabrikant te laden, gebruikt u de diskette of de cd die met de pc-kaart is meegeleverd. ExpressCards 1 Plaats de ExpressCard in de adapter (de adapter wordt bij de ExpressCard geleverd). 2 Installeer de ExpressCard met de adapter op dezelfde manier als een pc-kaart (zie "PC-kaarten" op pagina 67).
Kaarten gebruiken
De computer beveiligen Beveiligingskabelslot OPMERKING: De computer wordt niet met een beveiligingskabelslot geleverd. Een beveiligingskabelslot is een in de handel verkrijgbare antidiefstalvoorziening. Wanneer u het slot wilt gebruiken, moet u het op de beveiligingskabelsleuf op de Dell™-computer aansluiten. Zie de instructies die met het apparaat zijn meegeleverd voor meer informatie.
Info over smartcards Smartcards zijn draagbare apparaten in de vorm van creditcards met intern ingebouwde circuits. De bovenkant van de smartcard bevat doorgaans een ingesloten processor onder het gouden contactvlak. De combinatie van het kleine formaat en de geïntegreerde circuits zorgt ervoor dat smart cards waardevolle hulpmiddelen zijn voor de beveiliging, gegevensopslag en speciale programma's.
Wachtwoorden Wachtwoorden voorkomen onbevoegde toegang tot uw computer. Neem bij het gebruik van wachtwoorden de volgende richtlijnen in acht: • Kies een wachtwoord dat makkelijk te onthouden, maar niet makkelijk te raden is. Gebruik bijvoorbeeld geen namen van familieleden of huisdieren. • Bovendien is het raadzaam de wachtwoorden niet op te schrijven. Schrijft u ze wel op, bewaar ze dan op een veilige plaats. • Geef de wachtwoorden aan niemand door.
Informatie over wachtwoorden OPMERKING: Wachtwoorden zijn bij levering van de computer uitgeschakeld. Een primair wachtwoord (of systeemwachtwoord), een beheerderswachtwoord en een vaste-schijfwachtwoord voorkomen op verschillende manieren onbevoegde toegang tot uw computer. In de volgende tabel staan de typen en functies van de wachtwoorden die op uw computer beschikbaar zijn.
Een beheerderswachtwoord gebruiken Het beheerderswachtwoord is bedoeld om systeembeheerders of servicetechnici toegang te geven tot computers voor reparatie of een nieuwe configuratie. De beheerders of technici kunnen identieke beheerderswachtwoorden toewijzen aan groepen computers, zodat u een uniek primair wachtwoord kunt toewijzen. Open Gebruikersaccounts via het Configuratiescherm om beheerderswachtwoorden toe te voegen of te wijzigen.
Als het vaste-schijfwachtwoord, het wachtwoord van de externe vaste schijf en het primaire wachtwoord hetzelfde zijn, vraagt de computer alleen naar het primaire wachtwoord. Is het vaste-schijfwachtwoord anders dan het primaire wachtwoord, dan vraagt de computer u beide in te voeren. Twee verschillende wachtwoorden bieden meer veiligheid. OPMERKING: Het beheerderswachtwoord biedt toegang tot de computer, maar niet tot de vaste schijf wanneer er een vaste-schijfwachtwoord is toegewezen.
d Als het proces voltooid is, wordt de computer automatisch opnieuw opgestart of wordt u gevraagd deze opnieuw op te starten.
Als de computer kwijt of gestolen is • Bel de politie om de kwijtgeraakte of gestolen computer te melden. Vergeet niet de code van het serviceplaatje door te geven wanneer u een beschrijving geeft van de computer. Vraag of u een nummer krijgt toegewezen en schrijf dit op, samen met de naam, het adres en telefoonnummer van het politiebureau. Vraag indien mogelijk ook de naam van de agent die uw zaak behandelt.
Problemen oplossen OPMERKING: Zie Windows Help en ondersteuning voor informatie over het oplossen van problemen specifiek voor het besturingssysteem Microsoft Windows Vista®. Technische updateservice van Dell™ De technische updateservice van Dell geeft proactieve meldingen per e-mail van software- en hardware-updates voor uw computer. Deze service is gratis en de inhoud, indeling en frequentie van de meldingen kan worden aangepast.
Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) starten vanaf de vaste schijf Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) bevindt zich op een verborgen partitie op de vaste schijf. OPMERKING: Als uw computer geen beeld op het scherm kan weergeven, moet u contact opnemen met Dell (zie "Contact opnemen met Dell" op pagina 156). 1 Als de computer is aangesloten op een dockingstation, koppelt u het dockingstation los. Raadpleeg de documentatie bij het dockingstation voor instructies voor het loskoppelen.
Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) starten vanaf de Drivers and Utilities media 1 Plaats de Drivers and Utilities media. 2 Zet de computer uit en start deze opnieuw op. Wanneer het DELL-logo verschijnt, drukt u direct op . OPMERKING: ls u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem wordt weergegeven, moet u blijven wachten tot het bureaublad van Microsoft® Windows® wordt weergegeven. Daarna sluit u de computer af en probeert u het opnieuw.
2 Als er tijdens een test een probleem wordt gedetecteerd, wordt er een bericht weergegeven met de foutcode en een beschrijving van het probleem. Noteer de foutcode en de beschrijving van het probleem en volg de instructies op het scherm. Als u de foutconditie niet kunt oplossen, moet u contact opnemen met Dell (zie "Hulp krijgen" op pagina 151). OPMERKING: Het servicelabel voor de computer bevindt zich boven aan elk testvenster.
Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) De Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) is op uw computer geïnstalleerd en u verkrijgt er toegang toe via het pictogram Dell Support op de taakbalk of via de knop Start. Gebruik dit hulpprogramma voor zelfhulpinformatie, software-updates en scans voor een gezonde computeromgeving.
Problemen met stations Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 155) in terwijl u deze controles uitvoert. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. Z O R G E R V O O R D A T M I C R O S O F T ® W I N D O W S ® H E T S T A T I O N H E R K E N T — Klik op de knop Start en daarna op Deze computer.
Als u de lade van het cd-, cd-rw-, dvd- of dvd+rw-station niet kunt uitwerpen 1 Zorg ervoor dat de computer uitstaat. 2 Maak een paperclip recht en steek het uiteinde in de uitwerpopening. Duw vervolgens stevig totdat de lade gedeeltelijk wordt uitgeworpen. 3 Trek de lade voorzichtig naar buiten totdat deze niet meer verder kan. Als u een vreemd schrapend of schurend geluid hoort • Controleer of het geluid niet wordt veroorzaakt een het programma dat wordt uitgevoerd.
CONTROLEER DE TELEFOONLIJNAANSLUITING. CONTROLEER DE TELEFOONAANSLUITING. SLUIT HET MODEM RECHTSTREEKS AAN OP DE TELEFOONWANDAANSLUITING. GEBRUIK EEN ANDERE TELEFOONLIJN — • Controleer of de telefoonlijn is aangesloten op de aansluiting op de modem. (Naast de aansluiting bevindt zich een groen label of een pictogram in de vorm van een connector.) • Zorg ervoor dat u een klik hoort wanneer u de telefoonlijnconnector in de modem steekt.
Foutberichten Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 155) in terwijl u deze controles uitvoert. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. Als het bericht niet wordt vermeld, raadpleegt u de documentatie bij het besturingssysteem of het programma dat werd uitgevoerd toen het bericht verscheen.
A FILENAME CANNOT CONTAIN ANY OF THE FOLLOWING CHARACTERS (DE VOLGENDE TEKENS MOGEN NIET V O O R K O M E N I N E E N B E S T A N D S N A A M ) : \ / : * ? " < > | — Gebruik deze tekens niet in bestandsnamen. G A T E A 2 0 F A I L U R E ( F O U T I N G A T E A20) — Mogelijk zit er een geheugenmodule los. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie "Problemen met geheugen" op pagina 94).
K E Y B O A R D C O N T R O L L E R F A I L U R E ( F O U T I N K E Y B O A R D C O N T R O L L E R ) — Controleer bij een extern toetsenbord de kabelaansluiting. Start de computer opnieuw op en raak tijdens het opstarten het toetsenbord en de muis niet aan. Voer de Keyboard Controller-test uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) (zie "Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)" op pagina 79).
N O T I M E R T I C K I N T E R R U P T ( G E E N T I M E R T I K O N D E R B R E K I N G ) — Mogelijk werkt een chip op de systeemkaart niet goed. Voer de System Set-tests in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie "Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)" op pagina 79). NOT ENOUGH MEMORY OR RESOURCES.
T I M E R C H I P C O U N T E R 2 F A I L E D ( F O U T I N T I M E R C H I P T E L L E R 2 ) — Mogelijk werkt een chip op de systeemkaart niet goed. Voer de System Set-tests in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie "Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)" op pagina 79). UNEXPECTED INTERRUPT IN PROTECTED MODE (ONVERWACHTE ONDERBREKING IN VEILIGE MODUS) — Mogelijk werkt de toetsenbordcontroller niet goed of zit er een geheugenmodule los.
Problemen met extern toetsenbord OPMERKING: Wanneer u een extern toetsenbord aansluit, blijft het geïntegreerde toetsenbord volledig werken. C O N T R O L E E R D E T O E T S E N B O R D K A B E L — Sluit de computer af. Ontkoppel de toetsenbordkabel, controleer deze op beschadigingen en sluit de kabel daarna goed aan. Als u een toetsenbordverlengkabel gebruikt, moet u deze ontkoppelen en het toetsenbord rechtstreeks op de computer aansluiten.
Vastlopen en softwareproblemen Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 155) in terwijl u deze controles uitvoert. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. De computer start niet op CONTROLEER OF DE NETADAPTER GOED IS AANGESLOTEN OP DE COMPUTER EN HET STOPCONTACT. De computer reageert niet meer KENNISGEVING: U loopt het risico gegevens te verliezen als u het besturingssysteem niet afsluit.
Andere softwareproblemen RAADPLEEG DE SOFTWAREDOCUMENTATIE OF NEEM CONTACT OP MET DE SOFTWAREFABRIKANT VOOR INFORMATIE OVER PROBLEEMOPLOSSING — • Ga na of het programma compatibel is met het besturingssysteem dat op de computer is geïnstalleerd. • Controleer of de computer voldoet aan de minimale hardwarevereisten voor de software. Raadpleeg de softwaredocumentatie voor informatie. • Controleer of het programma op juiste wijze is geïnstalleerd en geconfigureerd.
ALS ER ANDERE PROBLEMEN MET HET GEHEUGEN ZIJN — • Druk de geheugenmodules (zie "Problemen met geheugen" op pagina 94) stevig vast om ervoor te zorgen dat de computer ermee kan communiceren. • Zorg ervoor dat u de richtlijnen voor het plaatsen van geheugenmodules volgt (zie "Problemen met geheugen" op pagina 94). • Voer Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie "Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)" op pagina 79).
C A N N O T C O N N E C T ( K A N G E E N V E R B I N D I N G M A K E N ) — De Dell Mobile Broadband Card moet geactiveerd zijn op het netwerk om verbinding te kunnen maken. Wanneer de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten) eenmaal is gestart, kunt u de muis op het - pictogram op de taakbalk plaatsen om de status van de verbinding af te lezen.
Problemen met PC-kaarten Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 155) in terwijl u deze controles uitvoert. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. C O N T R O L E E R D E K A A R T — Zorg ervoor dat de kaart goed in de connector is gestoken. C O N T R O L E E R O F W I N D O W S D E K A A R T H E R K E N T — Dubbelklik op het pictogram Hardware veilig verwijderen op de Windows-taakbalk.
TE S T H E T S T O P C O N T A C T — Controleer of er stroom uit het stopcontact komt, door er een ander apparaat, zoals een lamp, op aan te sluiten. C O N T R O L E E R D E N E T A D A P T E R — Controleer de aansluitingen van de netadapterkabel. Als er een lampje op de netadapter zit, moet u controleren of dat brandt.
Printerproblemen Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 155) in terwijl u deze controles uitvoert. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. OPMERKING: Als u technische ondersteuning voor uw printer nodig hebt, moet u contact opnemen met de printerfabrikant. CONTROLEER OF DE PRINTER IS INGESCHAKELD.
S T A R T D E C O M P U T E R O P N I E U W O P E N P R O B E E R O P N I E U W T E W E R K E N M E T D E S C A N N E R. CONTROLEER DE KABELAANSLUITINGEN — • Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor informatie over kabelaansluitingen. • Controleer of de scannerkabels goed zijn aangesloten op de scanner en de computer. CONTROLEER OF MICROSOFT WINDOWS DE SCANNER HERKENT — 1 Klik op Start→ Configuratiescherm→ Printers en andere hardware. 2 Klik op Scanners en camera's.
H E F M O G E L I J K E I N T E R F E R E N T I E O P — Schakel ventilatoren, tl-lampen of halogeenlampen in de buurt uit om te controleren of er sprake is van interferentie. I N S T A L L E E R H E T A U D I O S T U U R P R O G R A M M A O P N I E U W — Zie "Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren" op pagina 110. V O E R D E L L D I A G N O S T I C S ( D E L L - D I A G N O S T I E K ) U I T — Zie "Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)" op pagina 79.
TE S T D E M U I S C O N T R O L L E R — Voor het testen van de muiscontroller (die de beweging van de aanwijzer regelt) en de werking van de touchpad of de muisknoppen, voert u de Mouse-test (muistest) uit in de testgroep Pointing Devices (aanwijsapparaten) in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) (zie "Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)" op pagina 79). I N S T A L L E E R H E T T O U C H P A D - S T U U R P R O G R A M M A O P N I E U W — Zie "Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren" op pagina 110.
D R A A I D E C O M P U T E R I N E E N A N D E R E R I C H T I N G — Haal de monitor uit direct zonlicht, omdat dat kan leiden tot een slechte beeldkwaliteit. PAS DE WINDOWS-BEELDSCHERMINSTELLINGEN AAN — 1 Klik op de knop Start en daarna op Configuratiescherm. 2 Klik op Vormgeving en thema's. 3 Klik op het gedeelte dat u wilt wijzigen of klik op het pictogram Beeldscherm. 4 Probeer de verschillende instellingen uit voor Kleurkwaliteit en Beeldschermresolutie.
Problemen oplossen
System Setup-programma Overzicht OPMERKING: Het besturingssysteem configureert automatisch de meeste opties die in het System Setupprogramma beschikbaar zijn, zodat er opties worden overschreven die u met behulp van het System Setupprogramma hebt ingesteld. (de optie Externe sneltoets is hierop een uitzondering; u kunt deze alleen in- of uitschakelen met het System Setup-programma).
System Setup-schermen OPMERKING: Markeer het item en zie het gedeelte Help op het scherm voor informatie over dat item op een System Setup-scherm. De System Setup-opties staan links op elk scherm. Rechts van elke optie staat de instelling of waarde van die optie. Instellingen die wit op het scherm verschijnen, kunnen gewijzigd worden. Opties of waarden die u niet kunt wijzigen (deze worden bepaald door de computer), worden minder duidelijk weergegeven.
Eenmalig opstarten He is mogelijk een eenmalige opstartsequentie in te stellen zonder het System Setup-programma te openen (u kunt deze procedure ook gebruiken om Dell Diagnostics. (Dell-diagnostiek) op de partitie met het diagnostische hulpprogramma op de vaste schijf op te starten.) 1 Sluit de computer af via het menu Start. 2 Als de computer is aangesloten op een dockingstation, koppelt u het dockingstation los. Raadpleeg de documentatie bij het dockingstation voor instructies voor het loskoppelen.
System Setup-programma
Software opnieuw installeren Stuurprogramma's Wat is een stuurprogramma? Een stuurprogramma is een programma waarmee een apparaat, zoals een printer, muis of toetsenbord, wordt bestuurd. Voor alle apparaten is een stuurprogramma nodig. Een stuurprogramma fungeert als een vertaler tussen het apparaat en alle programma's die dat apparaat gebruiken. Elk apparaat beschikt over een eigen reeks speciale opdrachten die alleen door het bijbehorende stuurprogramma worden herkend.
Microsoft Windows Vista® 1 Klik op de knop Start van Windows Vista, , en klik daarna met de rechtermuisknop op Computer. 2 Klik op Eigenschappen→ Apparaatbeheer. OPMERKING: Het venster Gebruikersaccountbeheer kan verschijnen. Als u een beheerder op de computer bent, klikt u op Doorgaan; anders neemt u contact op met de beheerder om door te gaan. Schuif omlaag door de lijst om te zien of er apparaten zijn met een uitroepteken (een gele cirkel met een "!") op het apparaatpictogram.
Windows Vorig stuurprogramma gebruiken Als er een probleem optreedt op uw computer nadat u een stuurprogramma hebt geïnstalleerd of bijgewerkt, moet u Windows Vorig stuurprogramma gebruiken om het stuurprogramma te vervangen door de eerder geïnstalleerde versie. Microsoft Windows XP 1 Klik op Start→ Deze computer→ Eigenschappen→ Hardware→ Apparaatbeheer. 2 Klik met de rechtermuisknop op het apparaat waarvoor u een nieuw stuurprogramma hebt geïnstalleerd en klik op Eigenschappen.
5 Selecteer onder Search Criteria (Zoekcriteria) de van toepassing zijnde categorieën in de keuzelijsten System Model (Systeemmodel), Operating System (Besturingssysteem) en Topic (Onderwerp) om andere stuur- en hulpprogramma's op te sporen. Er verschijnen een of meer koppelingen voor de specifieke stuur- en hulpprogramma's die uw computer gebruikt. 6 Klik op de koppeling voor een bepaald stuur- of hulpprogramma's voor informatie over het stuur- of hulpprogramma dat u wilt installeren.
5 Klik op het tabblad Stuurprogramma→ Stuurprogramma bijwerken→ Browse my computer for driver software (De software automatisch installeren). 6 Klik op Bladeren en blader naar de locatie waarnaar u de stuurprogrammabestanden hebt gekopieerd. 7 Wanneer de naam van het juiste stuurprogramma verschijnt, klikt u hierop en vervolgens op→ OK→ Volgende. 8 Klik op Voltooien en start de computer opnieuw op.
Microsoft® Windows® Systeemherstel gebruiken De Windows-besturingssystemen bieden Systeemherstel, waarmee u de computer kunt terugzetten naar een oudere toestand (zonder dat er gegevensbestanden worden verwijderd) als wijzigingen van de hardware, software of andere systeeminstellingen de computer in een ongewenste toestand hebben gebracht. Alle wijzigingen die Systeemherstel op uw computer maakt, kunnen ongedaan worden gemaakt. KENNISGEVING: Maak regelmatig een reservekopie van uw gegevensbestanden.
Microsoft Windows Vista 1 Klik op de knop Start van Windows Vista, , en klik op Help en ondersteuning. 2 Typ in het zoekvak Systeemherstel en druk op . 3 Klik op Laatste herstelbewerking ongedaan maken en vervolgens op Volgende. Systeemherstel inschakelen OPMERKING: Windows Vista schakelt Systeemherstel niet uit, ongeacht de weinig beschikbare schijfruimte. Daarom zijn de onderstaande stappen alleen van toepassing op Windows XP.
Windows opnieuw installeren Het opnieuw installeren kan 1 tot 2 uur in beslag nemen. Nadat u het besturingssysteem opnieuw hebt geïnstalleerd, moet u ook de apparaatstuurprogramma's, het antivirusprogramma en de andere software opnieuw installeren. KENNISGEVING: Het medium Operating System biedt opties voor het opnieuw installeren van Windows XP en Windows Vista. Met deze opties kunnen bestanden worden overschreven en programma's worden aangetast die op de vaste schijf staan.
Onderdelen toevoegen en vervangen Voordat u begint Dit hoofdstuk biedt procedures voor het verwijderen en installeren van de onderdelen in uw computer. Tenzij anders aangegeven wordt bij elke procedure van de onderstaande omstandigheden uitgegaan: • U hebt de stappen van "De computer uitschakelen" op pagina 117 en "Voordat u aan de onderdelen in de computer gaat werken" op pagina 118 uitgevoerd. • U hebt de veiligheidsinformatie in de Dell™ Productinformatiegids gelezen.
Voordat u aan de onderdelen in de computer gaat werken Gebruik de volgende veiligheidsrichtlijnen om de computer te beschermen tegen mogelijke schade en om uw persoonlijke veiligheid te garanderen. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. WAARSCHUWING: Hanteer alle onderdelen en kaarten met zorg. Raak de onderdelen of de contactpunten op een kaart niet aan.
Scharnierkapje WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer). KENNISGEVING: Het scharnierkapje is kwetsbaar en kan kapot gaan als u er te grof mee omgaat. Wees dus voorzichtig als u het kapje verwijdert.
Toetsenbord WAARSCHUWING: Volg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u de onderstaande procedures uitvoert. KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals het achterpaneel) van de computer. 1 Volg de instructies in "Voordat u begint" op pagina 117. 2 Verwijder het scharnierkapje (zie "Scharnierkapje" op pagina 119).
5 Als de toetsenbordkabel op zijn plaats wordt gehouden door een vergrendelingsarm naast de connector, draait u deze arm voorzichtig omhoog om de kabel bloot te leggen. 6 Trek het treklipje omhoog om de connector van de toetsenbordkabel te ontkoppelen van de toetsenbordconnector op de systeemkaart. OPMERKING: Wanneer u het toetsenbord terugplaatst, moet u ervoor zorgen dat de toetsenbordlipjes goed op hun plaats zitten om te voorkomen dat u krassen krijgt op de polssteun.
KENNISGEVING: Wees voorzichtig bij het verwijderen van de kaart om schade aan de kaart, kaartkabel of omliggende onderdelen te voorkomen. 3 Verwijder de kaartkabel voorzichtig uit de kabelgeleider. 4 Gebruik een plastic schraper om met de ene hand de kaart voorzichtig onder het metalen lipje vandaan te halen, terwijl u met de andere hand de kaartkabel pakt. 5 Haal de kaart uit het compartiment, maar pas op dat u niet te hard aan de kaartkabel trekt.
1 2 3 1 batterijconnector 2 knoopbatterij 3 mylar 4 Haal de batterijconnector uit de connector op de systeemkaart. 5 Til de hoek van de mylar boven de batterij iets omhoog op waarbij u moet oppassen dat u het plastic niet breekt. 6 Pak vervolgens de batterij en haal het uit het compartiment. Geheugen U kunt het computergeheugen vergroten door geheugenmodules op de systeemkaart te installeren. Zie "Specificaties" op pagina 143 voor informatie over het geheugen dat door de computer wordt ondersteund.
U kunt als volgt een geheugenmodule in de DIMM A-connector vervangen of eraan toevoegen: 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 117. 2 Verwijder het scharnierkapje (zie "Scharnierkapje" op pagina 119). 3 Verwijder het toetsenbord (zie "Toetsenbord" op pagina 120). 1 2 1 geheugenmodule (DIMM A) 2 borgklemmen (2) KENNISGEVING: Voorkom schade aan de connector van de geheugenmodule door geen gereedschap te gebruiken voor het spreiden van de borgklemmen van de geheugenmodule.
2 1 1 zekeringsbeugels (2 per connector) 2 geheugenmodule 5 Aard uzelf en installeer de nieuwe geheugenmodule: OPMERKING: Als de geheugenmodule niet correct is geïnstalleerd, wordt de computer mogelijk niet goed opgestart. Bij deze fout verschijnt er geen foutmelding. a Lijn de inkeping in de connector van de module uit met het lipje in de connectorsleuf. b Schuif de module stevig in de sleuf met een hoek van 45 graden en draai de module naar beneden totdat op zijn plaats klikt.
2 Zet de computer op zijn kop, draai de kopschroef op het deksel van de geheugenmodule los en verwijder dit deksel. 1 2 1 kapje geheugenmodule 2 kopschroef KENNISGEVING: Voorkom schade aan de connector van de geheugenmodule door geen gereedschap te gebruiken voor het spreiden van de borgklemmen van de geheugenmodule.
2 1 1 zekeringsbeugels (2 per connector) 2 geheugenmodule KENNISGEVING: Plaats de geheugenmodules met een hoek van 45 graden om schade aan de connector te voorkomen. 4 Aard uzelf en installeer de nieuwe geheugenmodule: OPMERKING: Als de geheugenmodule niet correct is geïnstalleerd, wordt de computer mogelijk niet goed opgestart. Bij deze fout verschijnt er geen foutmelding. a Lijn de inkeping in de randconnector van de module uit met het lipje in de connectorsleuf.
6 Plaats de batterij in het batterijcompartiment of steek de netadapter in de computer en in een stopcontact. 7 Zet de computer aan. Bij het opstarten van de computer wordt het extra geheugen gedetecteerd en de systeemconfiguratiegegevens automatisch bijgewerkt. Klik op Start→ Help en ondersteuning en vervolgens op Computer Information (Computergegevens) om de hoeveelheid geheugen na te gaan die op de computer is geïnstalleerd. 8 Plaats het kapje van de geheugenmodule terug.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan de connector door geen gereedschap te gebruiken voor het spreiden van de borgklemmen. 4 Ga naar stap 5 als er nog geen WLAN-kaart is geïnstalleerd. Als u een WLAN-kaart vervangt, moet u de bestaande kaart verwijderen: a Ontkoppel de WLAN-kaart van eventueel aangesloten kabels. b Haal de borgklemmen voorzichtig met uw vingers uit elkaar totdat de kaart eruit springt. c Verschuif de WLAN-kaart en haal deze uit de connector.
5 U installeert als volgt een WLAN-kaart: a Zorg dat de WLAN-kaart geen hinder heeft van antennekabels. b Lijn de WLAN-kaart uit met de connector met een hoek van 45 graden en druk de kaart in de connector totdat deze vastklikt. 1 2 1 WLAN-kaart 2 antennekabelconnectoren KENNISGEVING: Voorkom schade aan de WLAN-kaart door geen kabels op of onder de kaart te plaatsen. OPMERKING: De WLAN-kaart heeft twee of drie connectoren, afhankelijk van het kaarttype dat u hebt besteld.
Mobiele breedbandkaart OPMERKING: Mobiele breedbandkaarten zijn mogelijk niet in alle regio's beschikbaar. Als u tegelijk met de computer een mobiele breedbandkaart hebt besteld, is de kaart al geïnstalleerd. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 117. 2 Verwijder het scharnierkapje (zie "Scharnierkapje" op pagina 119).
4 Als er nog geen mobiele breedbandkaart is geïnstalleerd, gaat u naar stap 5. Als u een mobiele breedbandkaart vervangt, moet u de bestaande kaart verwijderen: a Ontkoppel de mobiele breedbandkaart van eventueel aangesloten kabels. 1 2 1 mobiele breedbandkaart 2 metalen borglipjes (2) b Haal de borgklemmen voorzichtig met uw vingers uit elkaar totdat de kaart eruit springt. c Verschuif de mobiele breedbandkaart en haal deze uit de connector.
1 1 mobiele breedbandkaart 2 2 antennekabels (2) KENNISGEVING: Voorkom schade aan de mobiele breedbandkaart door geen kabels op of onder de kaart te plaatsen en te controleren of deze correct zijn geplaatst. OPMERKING: Zie de documentatie die met de mobiele breedbandkaart is meegeleverd voor meer informatie over welke kabel u met welke connector moet verbinden.
SIM-kaart (Subscriber Identity Module) WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. OPMERKING: Alleen kaarten van het type GSM (HSDPA) hebben een SIM nodig. EVDO-kaarten gebruiken geen SIM. 1 Verwijder de batterij (zie "De batterij vervangen" op pagina 38). 2 1 1 SIM-kaart 2 metalen lipjes (2) KENNISGEVING: Raak de connectoren van de SIM-kaart niet aan om de kaart te beschermen tegen elektrostatische ontlading (ESD).
OPMERKING: Dell garandeert geen compatibiliteit met of ondersteuning van vaste schijven van andere fabrikanten dan Dell. U vervangt als volgt de vaste schijf in het vaste-schijfcompartiment: 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 117. 1 2 1 schroeven (2) 2 vaste schijf OPMERKING: Het aantal schroeven per vaste schijf kan verschillen. 2 Verwijder de schroeven van de vaste schijf aan de onderkant van de computer.
Mediacompartiment OPMERKING: Als het apparaat geen borgschroef heeft, kunt u apparaten verwijderen en installeren terwijl de computer is ingeschakeld en aangesloten op een koppelapparaat (gekoppeld). Apparaten uit het mediacompartiment verwijderen KENNISGEVING: U voorkomt schade aan apparaten door ze op een veilige, droge plaats te bewaren, wanneer ze niet op de computer zijn geïnstalleerd. Zorg dat u er niet hard op drukt en er geen zware voorwerpen op plaatst.
FCM (Flash Cache Module) De FCM, of Flash Cache Module, is een intern flashstation waarmee u de prestaties van de computer verbetert. OPMERKING: Deze kaart is alleen compatibel met het Microsoft Windows Vista®-besturingssysteem. OPMERKING: Als u tegelijk met de computer een FCM-kaart hebt besteld, is de kaart al geïnstalleerd. 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 117. 2 Verwijder het scharnierkapje (zie "Scharnierkapje" op pagina 119).
1 1 FCM-kaart KENNISGEVING: Zorg er bij de installatie van de kaart voor dat de twee antennekabels zich niet onder de kaart bevinden. De antennekabels moeten in de beschermhuls boven op de FCM-kaart komen te liggen. Installeert u de kaart boven deze antennekabels, dan kan de computer beschadigd raken. De FCM-kaart mag ook niet in de WLANkaartconnector worden geïnstalleerd. De FCM-kaart is ontwikkeld om in de WWAN-kaartconnector te werken.
Dell™ QuickSet OPMERKING: Deze functie is mogelijk niet beschikbaar op uw computer. Dell™ QuickSet biedt u eenvoudig toegang om de volgende typen instellingen te configureren of weer te geven: • Netwerkconnectiviteit • Energiebeheer • Weergave • Systeeminformatie Afhankelijk van wat u wilt doen in Dell™-QuickSet, kunt u beginnen door te klikken, te dubbelklikken of te rechtsklikken op het QuickSet-pictogram op de Microsoft® Windows®-taakbalk.
Dell™ QuickSet
Uw computer op reis meenemen Uw computer identificeren • Bevestig een naamlabel of visitekaartje aan de computer. • Schrijf de gegevens op uw servicelabel op en bewaar deze uit de buurt van de computer of buiten de draagkoffer Gebruik het servicelabel als u verlies of diefstal moet melden aan de politie en Dell. • Maak een bestand op het Microsoft® Windows®-bureaublad met de naam indien_gevonden. Neem gegevens zoals uw naam, adres en telefoonnummer in dit bestand op.
Reistips KENNISGEVING: Verplaats de computer niet terwijl het optische station in gebruik is om gegevensverlies te voorkomen. KENNISGEVING: Check bij een vliegreis de computer niet als bagage in. • Schakel de draadloze functies van de computer uit om ervoor te zorgen dat de batterij zo lang mogelijk blijft werken. Gebruik de draadloze schakelaar om de draadloze activiteiten uit te schakelen (zie "De Dell™ Mobile Broadband Card inschakelen/uitschakelen" op pagina 58).
Specificaties OPMERKING: Aanbiedingen verschillen per regio. Klik voor meer informatie over de configuratie van uw computer op Start→ Help en ondersteuning en selecteer de optie om informatie over uw computer weer te geven.
www.dell.com | support.dell.com Geheugen Geheugenmoduleconnector twee gebruikerstoegankelijke SODIMM-sockets Mogelijkheden geheugenmodule 512 MB, 1 GB, 2 GB Geheugentype DDR2 SODIMM Minimale geheugen 1 GB Maximale geheugen 4 GB Smartcard Lees-/schrijfmogelijkheden leest en schrijft naar alle ISO 7816 1/2/3/4microprocessorkaarten (T=0, T=1) Ondersteunde kaarten 3 V en 5 V Ondersteunde programmatechnologie Java-kaarten Interfacesnelheid 9600–115.
Communicatie Modem: Type v.
www.dell.com | support.dell.com Weergave Type (actieve matrix TFT) WXGA+ Actief gebied (X/Y) 303,74 x 189,84 Afmetingen: Hoogte 206 mm Breedte 320 mm Diagonaal 358,14 mm Werkingshoek 0° (gesloten) t/m 180° Weergavehoeken: Horizontaal 40/40° Verticaal 15/30° Pixelpitch 0,2109 Stroomverbruik (paneel met schermlicht) (gebruikelijk) 7,5 W (max.) zonder inverterverliezen Toetsenbord Aantal toetsen 87 (V.S.
Batterij Type "slimme" 9-cels lithium-ionbatterij (85 Wattuur) "slimme" 6-cels lithium-ionbatterij (56 Wattuur) Afmetingen: 6-cels lithium-ionbatterijen: Diepte 66,6 mm Hoogte 19,2 mm 9-cels lithium-ionbatterijen: Diepte 93,3 mm Hoogte 20,59 mm Gewicht 0,51 kg (1.12 lb) (9 cels) 0,33 kg (0.
www.dell.com | support.dell.
Omgeving Temperatuurbereik: In bedrijf 0° t/m 35° C Tijdens opslag –40° t/m 65° C Relatieve vochtigheid (maximum): In bedrijf 10% t/m 90% (zonder condensatie) Tijdens opslag 5% t/m 95% (zonder condensatie) Maximale trilling (met een willekeurig trillingsspectrum dat de gebruikersomgeving nabootst): In bedrijf 0,66 GRMS Tijdens opslag 1,3 GRMS Maximale schok (gemeten met de vaste schijf geactiveerd en een 2-ms halve sinuspuls): In bedrijf 143 G Tijdens opslag 163 G Hoogte (maximaal): In bedri
Specificaties www.dell.com | support.dell.
Help-informatie Hulp krijgen Als er zich een probleem voordoet met uw computer, kunt u de onderstaande stappen volgen om het probleem te achterhalen en op te lossen: 1 Zie "Problemen oplossen" op pagina 79 voor informatie en procedures voor het probleem dat uw computer ondervindt. 2 Zie "Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)" op pagina 79 voor procedures over hoe u Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uitvoert. 3 Vul de "Diagnostische checklist" op pagina 155 in.
DellConnect DellConnect is een eenvoudig on line toegangsprogramma waarmee een medewerker van de Dellondersteuningsdienst onder uw toezicht toegang kan krijgen tot uw computer via een breedbandverbinding, het probleem kan onderzoeken en op kan lossen. Ga voor meer informatie naar support.dell.com en klik op DellConnect. On line services Op de volgende websites vindt u meer informatie over de Dell-producten en diensten: www.dell.com www.dell.
AutoTech-service Dell's geautomatiseerde ondersteuningsdienst AutoTech biedt opgenomen antwoorden op de meest gestelde vragen van Dell-klanten over hun draagbare en desktopcomputers. Gebruik bij het bellen naar AutoTech uw touch-tone telefoon om de onderwerpen te selecteren die aansluiten op uw vragen. Zie "Contact opnemen met Dell" op pagina 156 voor het telefoonnummer dat u moet bellen in uw regio.
De verzendkosten komen voor uw rekening. U dient alle te retourneren producten voldoende te verzekeren en u aanvaardt het risico van verlies tijdens de verzending naar Dell. Rembourszendingen worden niet geaccepteerd. Geretourneerde pakketten die niet aan één of meer van de hierboven genoemde eisen voldoen, worden bij het laadperron geweigerd en naar u teruggezonden. Voordat u belt OPMERKING: Zorg dat u de code voor express-service bij de hand hebt wanneer u belt.
Diagnostische checklist Naam: Datum: Adres: Telefoonnummer: Serviceplaatje (streepjescode op de achter- of onderkant van de computer): Code voor express-service: Retourzendings-autorisatienummer (indien verstrekt door een Dell-technicus): Besturingssysteem en versie: Apparaten: Uitbreidingskaarten: Bent u met een netwerk verbonden? Ja Nee Netwerk, versie en netwerkadapter: Programma's en versies: Zie de documentatie van het besturingssysteem om achter de inhoud van de opstartbestanden van het systeem te kom
Contact opnemen met Dell Klanten in de Verenigde Staten kunnen 800-WWW-DELL (800.999.3355) bellen. OPMERKING: Als u geen actieve internetverbinding hebt, kunt u contactgegevens ook vinden op uw factuur, pakbon, rekening of productcatalogus van Dell. Dell biedt diverse on line telefonische ondersteunings- en servicemogelijkheden. De beschikbaarheid hiervan verschilt echter per land en product, en sommige zijn mogelijk niet in uw regio beschikbaar.
Bijlage Uw computer reinigen WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. Computer, toetsenbord en beeldscherm WAARSCHUWING: Voordat u de computer gaat reinigen, moet u deze loskoppelen van het stopcontact en alle geïnstalleerde batterijen verwijderen. Maak uw computer schoon met een zachte, met water bevochtigde doek.
4 Bevochtig een zachte, stofvrije doek met water en veeg hiermee voorzichtig over het oppervlak van de touchpad. Zorg dat er geen water van de doel tussen de touchpad en de polssteun sijpelt. Muis KENNISGEVING: Ontkoppel de muis van de computer voordat u de muis reinigt. Als de cursor overslaat of een afwijkend bewegingspatroon vertoont, moet u de muis reinigen. Een niet-optische muis reinigen 1 Reinig de buitenkant van de muis met een vochtige doek met een milde reinigingsoplossing.
2 Veeg met een zachte, stofvrije doek in een rechte lijn vanuit het midden naar de buitenkant van de schijf de onderkant van de schijf schoon (de niet gelabelde kant). Voor hardnekkig vuil kunt u water of een oplossing van water en een milde zeep gebruiken. U kunt ook speciale producten aanschaffen voor het reinigen van de disk en ter bescherming tegen stof, vingervlekken en krassen. Reinigingsproducten voor cd's kunt u ook gebruiken voor dvd's. FCC-kennisgevingen (alleen V.S.
De volgende informatie wordt geleverd op het apparaat of de apparaten die in dit document worden beschreven in overeenstemming met de FCC-regels: • Productnamen: Dell Precision™ M2300 • Modelnummer: PP18L • Bedrijfsnaam: Dell Inc. Worldwide Regulatory Compliance & Environmental Affairs One Dell Way Round Rock, TX 78682 USA 512-338-4400 OPMERKING: Zie de Productinformatiegids voor meer informatie over regelgeving.
Woordenlijst Begrippen in deze woordenlijst zijn alleen voor informatieve doeleinden. De beschreven begrippen hebben al dan niet betrekking op uw specifieke computer. A AC — wisselstroom — De elektriciteitsvorm die de computer voedt wanneer u de netadapterkabel in een stopcontact steekt. achtergrond — Het achtergrondpatroon of de achtergrondafbeelding op het Windows-bureaublad. Wijzig de achtergrond via het Configuratiescherm van Windows.
Bluetooth® draadloze technologie — Een standaard voor draadloze technologie voor netwerkapparaten met een kort bereik (9 m) waarmee apparaten elkaar automatisch kunnen herkennen. bps — bits per seconde — De standaardeenheid voor het aangeven van de gegevensoverdrachtssnelheid. BTU — British thermal unit (Britse eenheid voor energie) — Een eenheid voor warmteafgifte. bus — Een communicatiepad tussen de onderdelen in de computer.
DIMM — dual in-line memory module — Een printplaat met geheugenchips die kan worden verbonden met een geheugenmodule op de systeemkaart. DIN-connector — Een ronde 6-pins connector die voldoet aan DIN-standaarden (Deutsche Industrie-Norm); de connector wordt doorgaans gebruikt om PS/2-toetsenbordof muiskabelconnectoren aan te sluiten. disk striping — Een techniek voor het verspreiden van gegevens over meerdere schijfstations.
ESD — electrostatic discharge (elektrostatische ontlading) — Een snelle ontlading van statische elektriciteit. ESD kan geïntegreerde circuits in computer- en communicatieapparatuur beschadigen. Express-servicecode — Een numerieke code die u vindt op een sticker op uw Dell™-computer. Gebruik de Expressservicecode als u voor ondersteuning contact opneemt met Dell. De service van de Express-servicecode is in sommige landen niet beschikbaar.
H HTTP — hypertext transfer protocol (HyperTextoverdrachtsprotocol) — Een protocol voor het uitwisselen van bestanden tussen computers met een internetverbinding. Hz — hertz — Een frequentie-eenheid die gelijk is aan 1 cyclus per seconde. Computers en elektronische apparaten worden vaak aangeduid in kilohertz (kHz), megahertz (MHz), gigahertz (GHz) of terahertz (THz).
LCD — liquid crystal display (beeldscherm met vloeibare kristallen) — De technologie die gebruikt wordt bij beeldschermen van draagbare computers en flatpanelmonitoren. MHz — megahertz — Een frequentie-eenheid die gelijk is aan 1 miljoen cycli per seconde. De snelheden voor computerprocessors, bussen en interfaces worden vaak in MHz uitgedrukt. LED — light-emitting diode (licht afgevende halfgeleider) — Een elektronisch onderdeel dat licht afgeeft om de status van de computer aan te duiden.
O opstartbare media — Een dvd, cd of diskette die u kunt gebruiken om de computer op te starten. Zorg ervoor dat u altijd opstartbare media beschikbaar hebt voor het geval de vaste schijf is beschadigd of de computer een virus heeft. Het medium Drivers and Utilities (Stuur- en hulpprogramma') is ook een opstartbaar medium. opstartsequentie — Geeft de volgorde op van de apparaten waarvan de computer probeert op te starten.
R S RAID — redundant array of independent disks (overtollige reeks onafhankelijke schijven) — Een methode om overtollige gegevens te bieden. Sommige algemene toepassingen van RAID omvatten RAID 0, RAID 1, RAID 5, RAID 10 en RAID 50. SAS — serial attached SCSI (serieel aangesloten SCSI) — Een snellere, seriële versie van de SCSI-interface (in tegenstelling tot de oorspronkelijke parallelle SCSIarchitectuur).
smartcard — Een kaart met een processor en een geheugenchip. Smartcards kunnen worden gebruikt om een gebruiker te verifiëren op computers die geschikt zijn voor smartcards. snelkoppeling — Een pictogram waarmee u snel toegang krijgt tot veelgebruikte programma's, bestanden, mappen en stations. Wanneer u een snelkoppeling op het Windows-bureaublad plaatst en erop dubbelklikt, opent u de bijbehorende map of het bijbehorende bestand zonder dat u deze eerst hoeft te zoeken.
TPM — trusted platform module — Een op hardware gebaseerde beveiligingsfunctie die in combinatie met beveiligingssoftware de netwerk- en computerbeveiliging verbetert door functies als bestands- en e-mailbeveiliging in te schakelen. U UAC — user account control (gebruikersaccountbeheer) — Beveiligingsfunctie van Microsoft Windows Vista® waarmee, indien ingeschakeld, een extra beveiligingslaag wordt toegevoegd tussen gebruiksaccounts en toegang tot besturingssysteeminstellingen.
videomodus — Een modus die beschrijft hoe tekst en afbeeldingen op een monitor worden weergegeven. Grafische software, zoals de Windows-besturingssystemen, wordt weergegeven in videomodi die gedefnieerd kunnen worden als x horizontale pixels bij y verticale pixels bij z kleuren. Tekengebaseerde software, zoals teksteditors, wordt weergegeven in videomodi die gedefinieerd kunnen worden als x kolommen bij y rijen van tekens. videoresolutie — Zie resolutie.
Woordenlijst